NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

Afbraak – heropbouw: in welke gevallen kan het btw-tarief van 6% worden toegepast?

30 april 2026

Sinds meerdere jaren is het btw-regime dat van toepassing is op projecten van afbraak en heropbouw van woningen herhaaldelijk gewijzigd.

Afbraak – heropbouw: in welke gevallen kan het btw-tarief van 6% worden toegepast?

De programmawet van 18 juli 2025 heeft een permanent regime ingevoerd, van toepassing vanaf 1 juli 2025, dat in bepaalde gevallen toelaat het verlaagde btw-tarief van 6% toe te passen, zowel op de onroerende werken als op de verkoop van een heropgebouwde woning.

Gelet op de complexiteit van het regime en het groot aantal te verifiëren voorwaarden, heeft ons kantoor een tool ontwikkeld waarmee snel kan worden beoordeeld of een project in aanmerking komt voor het btw-tarief van 6% in het kader van afbraak en heropbouw.

Om de werking van deze tool beter te begrijpen, is het nuttig om kort de verschillende toepasselijke regimes in herinnering te brengen.

1. De regimes die van toepassing zijn op onroerende werken

Wanneer de werken betrekking hebben op de afbraak van een gebouw gevolgd door de heropbouw van een woning, kan het btw-tarief van 6% in drie situaties worden toegepast.

1.1 Heropbouw bestemd voor de eigen bewoning van de bouwheer

Het eerste regime betreft de situatie waarin een natuurlijke persoon een gebouw laat slopen om er zijn eigen woning op te heropbouwen.

Het verlaagde tarief kan worden toegepast op voorwaarde onder meer dat:

  • de woning wordt gebruikt als enige en eigen woning van de bouwheer;
  • de bouwheer er zonder uitstel zijn domicilie vestigt;
  • de bewoonbare oppervlakte niet meer bedraagt dan 200 m²;
  • aan deze voorwaarden wordt voldaan tot en met 31 december van het vijfde jaar volgend op dat van de eerste ingebruikneming of bewoning van het gebouw.

Dit regime is in essentie gericht op particulieren die hun woning heropbouwen op een perceel waarop zich een bestaand gebouw bevindt.

1.2 Heropbouw bestemd voor verhuur in het kader van het sociaal beleid

Het tarief van 6% kan eveneens worden toegepast wanneer het heropgebouwde gebouw wordt verhuurd in het kader van het sociaal beleid.

In dat geval moet de bouwheer (natuurlijke persoon of rechtspersoon) de woning voor een minimale duur tot en met 31 december van het vijftiende jaar volgend op dat van de eerste ingebruikneming of bewoning van het gebouw verhuren aan een actor in het sociaal woonbeleid, zoals een sociaal verhuurkantoor, een sociale huisvestingsmaatschappij of een andere erkende organisatie binnen het sociaal woonbeleid.

In dit regime geldt geen maximale oppervlaktevoorwaarde, het is in hoofdzaak gericht op investeringen bestemd voor sociaal wonen.

1.3 Heropbouw bestemd voor private verhuur op lange termijn

Een derde regime betreft de heropbouw van een woning bestemd voor private verhuur op lange termijn.

In dit geval:

  • moet de woning rechtstreeks worden verhuurd aan een natuurlijke persoon die er zijn hoofdverblijfplaats zal vestigen;
  • mag de bewoonbare oppervlakte niet meer bedragen dan 200 m²;
  • moet de verhuur worden aangehouden tot en met 31 december van het vijftiende jaar volgend op dat van de eerste ingebruikneming of bewoning van de woning.

Dit regime is voornamelijk gericht op investeringsprojecten in langetermijnverhuur.

2. Het regime dat van toepassing is op de verkoop van een heropgebouwde woning

Sinds de hervorming die op 1 juli 2025 in werking is getreden, kan het tarief van 6% ook worden toegepast op de levering (verkoop) van een heropgebouwde woning na afbraak, met name in het kader van vastgoedontwikkelingsprojecten.

In dat geval moet de verkrijger de woning bestemmen voor één van de volgende drie doeleinden:

  • eigen bewoning (enige en eigen woning);
  • verhuur in het kader van het sociaal woonbeleid;
  • private verhuur op lange termijn.

Er dient evenwel een belangrijk onderscheid te worden gemaakt: in geval van eigen bewoning of private verhuur is de maximale bewoonbare oppervlakte bij de levering van de woning beperkt tot 175 m².

3. Een regime onderworpen aan meerdere algemene voorwaarden

Naast de specifieke voorwaarden eigen aan elke situatie, veronderstelt de toepassing van het verlaagde tarief dat aan verschillende algemene voorwaarden wordt voldaan.

Tot de belangrijkste voorwaarden behoren onder meer:

  • het bestaan van een daadwerkelijke afbraak gevolgd door een heropbouw;
  • de uitvoering van het project op hetzelfde kadastraal perceel;
  • de bestemming van het heropgebouwde gebouw tot een private woning;
  • de naleving van de oppervlakte- en bestemmingsvoorwaarden die eigen zijn aan elk regime.

De toepassing van het verlaagde tarief is bovendien afhankelijk van de naleving van bepaalde administratieve formaliteiten. Zo moet met name vóórdat de btw verschuldigd wordt voor de betrokken handeling, een aangifte worden ingediend bij de administratie via de formulieren 111 die beschikbaar zijn in MyMinfin.

Naargelang de bestemming van het heropgebouwde gebouw moeten verschillende formulieren worden gebruikt:

  • 111_1-01/07/2025: eigen bewoning;
  • 111_2-01/07/2025: sociale verhuur;
  • 111_3-01/07/2025: levering (verkoop);
  • 111_5-01/07/2025: private verhuur op lange termijn.

Conclusie

Het btw-regime dat van toepassing is op afbraak en heropbouw vormt vandaag een belangrijk fiscaal instrument voor vastgoedprojecten, maar de toepassing ervan blijft technisch gelet op de talrijke voorwaarden die door de wetgeving worden opgelegd.

De tool die door ons kantoor werd ontwikkeld, maakt het mogelijk om snel een eerste indicatie te verkrijgen van de mogelijke toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6%.

Ons kantoor staat uiteraard tot uw beschikking voor elke specifieke vraag met betrekking tot de toepassing van het verlaagde btw-tarief in het kader van een afbraak- en heropbouwproject.

Zie meer artikelen

Het voorkeurrecht in Brussel: een verdoken voorkooprecht? Aandachtspunten voor de praktijk.

12.05.2026

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

Het voorkeurrecht in Brussel: een verdoken voorkooprecht? Aandachtspunten voor de praktijk.

Vastgoedtransacties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden steeds complexer. Naast de klassieke aandachtspunten zoals stedenbouwkundige voorschriften, bodemattesten en de verschillende voorkooprechten van overheden, duiken ook minder evidente juridische mechanismen op die een doorslaggevende impact kunnen hebben op het verloop van een verkoop. Eén daarvan is het voorkeurrecht van de huurder, een specifiek recht dat sinds 6 januari 2024 van toepassing is bij verkopen van verhuurde woningen in Brussel.

Lees het artikel »
België veroordeeld wegens onvolledige omzetting van de ATAD-richtlijn in zijn (toenmalige) CFC-regels

12.05.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium

België veroordeeld wegens onvolledige omzetting van de ATAD-richtlijn in zijn (toenmalige) CFC-regels

Op 26 februari 2026 heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ) België veroordeeld wegens de onvolledige omzetting van de Europese anti-belastingsontwijkingsrichtlijn (Anti-Tax Avoidance Directive of ATAD-richtlijn). Het gaat meer bepaald om artikel 8(7) van de richtlijn, dat de lidstaten verplicht om een belastingkrediet toe te kennen voor buitenlandse belastingen betaald door een gecontroleerde buitenlandse vennootschap (Controlled Foreign Company of CFC).

Lees het artikel »
Consumenten ondersteunen bij de groene transitie: wat de ECGT-richtlijn betekent voor Belgische ondernemingen en consumenten

12.05.2026

Duurzaamheid, Andersen in Belgium

Consumenten ondersteunen bij de groene transitie: wat de ECGT-richtlijn betekent voor Belgische ondernemingen en consumenten

Duurzaamheidsclaims zijn een essentieel onderdeel geworden van de manier waarop bedrijven met consumenten communiceren, aangezien consumenten steeds vaker transparantie verwachten, niet alleen over milieu, maar ook over ethische en sociale aspecten. Tegelijkertijd besteden regelgevende instanties meer aandacht aan vage of misleidende claims met betrekking tot duurzaamheidsprestaties en -impact. Tegen deze achtergrond heeft de Europese Unie Richtlijn (EU) 2024/825 aangenomen inzake het versterken van de positie van consumenten bij de groene transitie (ECGT).

Lees het artikel »
Het expatregime : recente versoepelingen en verduidelijkingen

12.05.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium

Het expatregime : recente versoepelingen en verduidelijkingen

Onder de OESO-landen kent België de hoogste fiscale druk op arbeid. Om evenwel gekwalificeerde buitenlandse talenten aan te trekken, bestond in België reeds lange tijd een gunstig fiscaal regime voor expats. Dit regime beoogt de aanzienlijke fiscale en parafiscale lasten voor expats te verlichten. In 2022 werd een nieuw wettelijk regime ingevoerd. Hoewel dit nieuwe regime aanvankelijk minder aantrekkelijk was dan het vorige, werd dit inmiddels grotendeels rechtgezet door een latere wetswijziging en een nieuwe administratieve circulaire.

Lees het artikel »