NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

Lokale besturen niet langer rechter én partij bij eigen bouwprojecten

9 oktober 2025

Het Grondwettelijk Hof is van oordeel dat bouwprojecten die uitgaan van lokale besturen, en die een wezenlijke impact op het milieu kunnen hebben, niet langer door die besturen zélf beoordeeld mogen worden. Hierdoor worden niet alleen lopende en toekomstige bouwprojecten op de helling gezet, maar het brengt ook reeds verleende vergunningen in gevaar.

Lokale besturen niet langer rechter én partij bij eigen bouwprojecten

In Vlaanderen worden bouwprojecten getoetst op hun milieugevolgen. In heel wat gevallen zal een bouwaanvraag dan ook door de aanvrager moeten voorzien worden van een nota die deze gevolgen in kaart brengt (project-MER-screeningsnota). Deze nota bepaalt meteen ook of een zogenaamd milieueffectrapport (MER) nodig is, zijnde een uitgebreid deskundig rapport over de milieugevolgen.

Het is in eerste instantie de gemeentelijke of provinciale omgevingsambtenaar die deze screening beoordeelt, en die dus beslist of een bouwaanvraag al dan niet moet voorzien worden van zo’n screeningsnota of MER. Dikwijls zal dit voor grotere bouw- of infrastructuurprojecten weliswaar het geval zijn.

Lange tijd werd ervan uitgegaan dat wanneer een bouwaanvraag voorzien wordt van een MER, en die aanvraag uitgaat van een lokaal bestuur, dan mag datzelfde bestuur hierover niet oordelen (aldus artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet). In dat geval moet een hogere overheid de beslissing nemen: voor gemeentelijke projecten is dat de deputatie van de provincie, en voor provinciale projecten beslist de Vlaamse Regering.

Recent oordeelde de Raad voor Vergunningsbetwistingen echter dat een omgevingsambtenaar onvoldoende onafhankelijk is om neutraal te kunnen oordelen bij projecten waarbij het eigen bestuur partij is. Volgens de Raad geldt de regeling uit artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet met andere woorden ook voor aanvragen die alleen voorzien zijn van een project-MER-screeningsnota. Ook die aanvragen dienen dus door een hogere overheid te worden beoordeeld. Hiervoor baseerde de Raad zich onder meer op de Europese MER-richtlijn, die expliciet vereist dat ambtenaren die betrokken zijn bij de beoordeling van milieugevolgen vrij zijn van belangenconflicten en hun taak objectief kunnen uitoefenen – de zgn. ‘no conflict of interest’-regel.

Als reactie op dit arrest van de Raad besloot de Vlaamse Regering om bij (nood)decreet van 19 april 2024 te bepalen dat wanneer een lokaal bestuur zelf een project indient, en de aanvraag louter voorzien wordt van een project-MER-screeningsnota, de beoordeling ervan toch intern kan gebeuren door de lokale omgevingsambtenaar – artikel 5 van dit decreet.

Nadat echter ook reeds het Hof van Justitie van de Europese Unie de zienswijze van de Raad voor Vergunningsbetwistingen deelde, bevestigt het Grondwettelijk Hof nu bij arrest van 18 september 2025 dat de regeling uit artikel 5 van het nooddecreet onvoldoende waarborgen biedt voor de vereiste onafhankelijkheid. Volgens het Hof moet een omgevingsambtenaar daadwerkelijk autonoom kunnen functioneren, wat met name inhoudt dat hij beschikt over eigen administratieve middelen en personeel. Het Grondwettelijk Hof vernietigde dan ook artikel 5.

Bijgevolg zijn lokale besturen niet langer bevoegd om te beslissen over hun eigen projecten waarvoor een project-MER-screeningsnota vereist is (wat de bulk uitmaakt van hun projecten). Ook deze zullen voortaan door een hogere overheid moeten beoordeeld worden. Hierbij komen overigens niet alleen de projecten van lokale besturen zélf in het vizier, maar mogelijk ook de projecten die uitgaan van nauw verbonden instanties, zoals bijvoorbeeld de autonome gemeentebedrijven. De impact valt dan ook niet te onderschatten.

De Vlaamse Regering had nog verzocht om de gevolgen van de vernietigde bepaling tijdelijk in stand te houden, uit vrees voor rechtsonzekerheid. Aangezien artikel 5 echter in strijd met het Unierecht werd bevonden, heeft het Hof dit verzoek afgewezen. Wel laat het Hof de deur op een kier: zo wijst het erop dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen in uitzonderlijke gevallen kan beslissen om de rechtsgevolgen van reeds verleende vergunningen tijdelijk te behouden, bijvoorbeeld ter voorkoming van een juridisch vacuüm.

Voor al uw verdere vragen of bijstand omtrent het omgevingsrecht kan u terecht bij Andersen in Belgium (team real estate).

Matias Osorio Olivera

Meer weten over dit onderwerp?

Ik zoek een expert in

Zie meer artikelen

Het maatregelenregister voor notarissen en vastgoedmakelaars: eerst checken, dan verkopen

03.04.2026

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Administratief Recht en Overheidsopdrachten, Andersen in Belgium

Het maatregelenregister voor notarissen en vastgoedmakelaars: eerst checken, dan verkopen

Sinds 1 april 2026 worden notarissen en vastgoedmakelaars verplicht om het nieuwe maatregelenregister te raadplegen bij elke vastgoedtransactie. Wat vandaag vaak onder de radar blijft, wordt morgen zichtbaar – en moet ook actief worden meegedeeld aan kopers.

Lees het artikel »
EPB Brussel: elk gebouw moet tegen 1 juli 2033 een energiecertificaat hebben

02.04.2026

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

EPB Brussel: elk gebouw moet tegen 1 juli 2033 een energiecertificaat hebben

De Brusselse regelgeving rond de energieprestatie van gebouwen (EPB) wordt verder aangescherpt. In de toekomst zal elk gebouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over een geldig EPB-certificaat moeten beschikken, ook wanneer het gebouw niet wordt verkocht of verhuurd.

Lees het artikel »
Hervorming van de winstmargeregeling voor kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten
LEGAL NEWS

23.03.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium, LEGAL NEWS

Hervorming van de winstmargeregeling voor kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten

De wet van 19 december 2025, die in werking is getreden op 31 december 2025, heeft de bijzondere btw-regeling inzake de winstmarge voor leveringen van kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten gewijzigd. Deze wijzigingen, toegelicht door de administratie in btw-circulaire 2026/C/14, kaderen in de omzetting van Richtlijn (EU) 2022/542.

Lees het artikel »
Verhoging van de minimale bezoldiging van bedrijfsleiders: welke gevolgen voor de vennootschapsbelasting?
LEGAL NEWS

23.03.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium, LEGAL NEWS

Verhoging van de minimale bezoldiging van bedrijfsleiders: welke gevolgen voor de vennootschapsbelasting?

Het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting, ingediend bij de Kamer op 17 december 2025, voert een belangrijke wijziging in met betrekking tot het bedrag van de minimale bezoldiging van bedrijfsleiders en bijgevolg tot de toepassingsvoorwaarden van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting.

Lees het artikel »