Op 23 oktober 2025 zijn in het Europees Publicatieblad de nieuwe Europese drempelbedragen bekendgemaakt die de regelgeving inzake overheidsopdrachten aanscherpen. Bij de plaatsing van overheidsopdrachten moet de aanbesteder rekening houden met een aantal drempelbedragen.

De Europese drempelbedragen geven aan of een opdracht al dan niet onderworpen is aan het Europese regime, en met name aan de Europese regels m.b.t. bekendmaking, vermeldingen in de opdrachtdocumenten, verhaalsmogelijkheden, ….
Zo zullen de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de Europese drempels onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking. Dit wil zeggen dat de opdracht moet worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie én in het Bulletin der Aanbestedingen.
De opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de Europese drempels, zijn onderworpen aan de Belgische bekendmaking. In dit geval dienen ze enkel te worden bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen.
Buiten als grens voor Europese bekendmaking, worden de Europese drempelbedragen onder meer ook gehanteerd als maatstaf voor de toepassing van bepaalde plaatsingsprocedures. Zo mag bij overheidsopdrachten voor leveringen en diensten waarvan het geraamde opdrachtbedrag onder de Europese drempel ligt, gebruik worden gemaakt van onderhandelingen en meer bepaald van de mededingingsprocedure met onderhandelingen, dan wel de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Om de waarde van de opdracht te bepalen, dient gebruik te worden gemaakt van welbepaalde ramingsregels. Er mag geen sprake zijn van kunstmatige opsplitsing om de toepassing van de regels te omzeilen.
De Europese drempelbedragen voor overheidsopdrachten voor 2026-2027 zijn (excl. btw):
| Sector | Soort opdracht | ‘Oude’ drempelbedragen (geldig tot en met 31 december 2025) | ‘Nieuwe’ drempelbedragen (geldig vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2027) |
| Klassieke sectoren | Werken | 5.538.000 euro | 5.404.000 euro |
| Leveringen en diensten decentrale overheden | 221.000 euro | 216.000 euro | |
| Leveringen diensten centrale/federale overheden | 143.000 euro | 140.000 euro | |
| Speciale sectoren én defensie en veiligheid | Werken | 5.538.000 euro | 5.404.000 euro |
| Leveringen en diensten | 443.000 euro | 432.000 euro | |
| Concessies | (Openbare) werken | 5.538.000 euro | 5.404.000 euro |
| Diensten | 5.538.000 euro | 5.404.000 euro |
In tegenstelling tot voordien (voor de drempelbedragen 2024-2025) is er sprake van een daling van de drempelbedragen, en is er m.a.w. sprake van een nieuwe verstrenging van de regelgeving.
De nieuwe drempelbedragen gelden vanaf 1 januari 2026 en zijn, zoals gebruikelijk, vastgesteld voor een periode van twee jaar. Ze zijn aldus van toepassing tot en met 31 december 2027.
De nieuwe bedragen zullen in Belgische regelgeving moeten worden omgezet, door middel van een ministerieel besluit tot wijziging van de verschillende koninklijke besluiten genomen in uitvoering van de Overheidsopdrachtenwet (en de Concessieovereenkomstenwet).
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.