Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

Een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is het instrument waarmee een gemeente, provincie of de Vlaamse overheid vastlegt welke bestemming gronden krijgen en wat er precies mag worden gebouwd. Het RUP is in die zin de opvolger van de vroegere gewestplannen en bijzondere plannen van aanleg (BPA).
De opmaak van een RUP brengt een aanzienlijk kostenplaatje met zich mee. Dit is onder meer te wijten aan de procesbegeleiding en de inzet van studiebureaus voor zowel de planvorming als de verplichte milieueffectenrapportage (m.e.r.).
Veel gemeenten laten die kosten daarom geheel of gedeeltelijk betalen door de ontwikkelaar, die baat heeft bij de herbestemming. Dat gebeurt in de regel via een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar.
Die gangbare praktijk kan echter botsen met artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Dat artikel bepaalt namelijk dat ruimtelijke ordening de behoeften van de samenleving in haar geheel moet afwegen, en niet in de eerste plaats de belangen van één private partij. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026 (RVVB-2627-0046).
In deze zaak plande de stad Antwerpen samen met twee ontwikkelaars een woonproject van 86 kavels op de site Hoekakker in Ekeren-Donk. Het onderliggende RUP dateert van 2018 en kwam tot stand op basis van een masterplan dat de ontwikkelaars zelf lieten opmaken.
De stad en de ontwikkelaars sloten daarvoor een samenwerkingsovereenkomst. De ontwikkelaars verbonden zich ertoe de volledige opmaak van het RUP te financieren, inclusief de kosten van studiebureaus, de m.e.r.-screening en een deel van de personeelskosten van de stad. Bij niet-betaling kon de stad het project zelfs opschorten.
Volgens de Raad kan in zo’n geval niet langer gesproken worden van een loutere kostenvergoeding. De samenwerkingsovereenkomst koppelde de opmaak van het RUP immers inhoudelijk aan het masterplan van de ontwikkelaars en gaf hen een belangrijke rol in het planproces. Daardoor kon de indruk ontstaan dat hun private belangen mee bepalend waren voor de totstandkoming van het RUP.
De Raad liet het RUP daarom buiten toepassing. Omdat de omgevingsvergunning op dat RUP steunde, werd die vergunning consequent vernietigd. De Vlaamse overheid moet nu binnen vijf maanden een nieuwe beslissing nemen over de vergunningsaanvraag.
Samenwerkingsovereenkomsten waarbij een ontwikkelaar geheel of gedeeltelijk betaalt voor een RUP, zijn geen alleenstaand fenomeen. Tal van gemeenten in Vlaanderen werken op een vergelijkbare manier, zeker bij grotere private ontwikkelingsprojecten die een herbestemming vereisen.
Overweegt u als ontwikkelaar of grondeigenaar om bij te dragen aan de opmaak van een RUP? Laat de samenwerkingsovereenkomst dan vóór ondertekening grondig juridisch toetsen. Ook wie al een vergunning heeft op basis van een RUP dat op een gelijkaardige manier tot stand kwam, doet er goed aan de juridische risico’s in kaart te brengen. Dit geldt eveneens voor gemeenten die dergelijke overeenkomsten hebben afgesloten of overwegen.
Voor bezwaar- of beroepsindieners biedt dit dan weer een potentieel nieuw argument om een omgevingsvergunning succesvol aan te vechten.
Onze specialisten van Team Real Estate staan u graag bij met advies over ontwikkelingsvraagstukken, RUP’s en omgevingsvergunningen.
Ik zoek een expert in

17.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.

08.09.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Verhuurt u een woning met ernstige kwaliteitsgebreken? Dan riskeert u strafrechtelijke vervolging. Vanaf vandaag worden de straffen voor krotverhuur aanzienlijk verhoogd. Een geldboete kan oplopen tot 800.000 euro bij verzwarende omstandigheden. Tegelijk krijgt de rechter meer ruimte om de straf af te stemmen op de ernst van de feiten.

08.09.2026
•Vennootschapsrecht en M&A, Andersen in Belgium
Op 18 juli 2026 keurde de ministerraad in tweede lezing het voorontwerp van wet goed tot omzetting van Richtlijn (EU) 2022/2381, beter bekend als de Women on Boards-richtlijn. Met deze richtlijn wil de Europese Unie de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de bestuursorganen van beursgenoteerde ondernemingen aanpakken en gelijke kansen bij de benoeming van bestuurders bevorderen. Volgens de Europese wetgever draagt een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen niet alleen bij aan de verwezenlijking van het gelijkheidsbeginsel, maar ook aan betere besluitvorming, een sterkere corporate governance en een groter economisch concurrentievermogen.

04.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wil stedenbouwkundige vergunningen en attesten voortaan sneller behandelen. Een nieuwe omzendbrief legt Urban, de gewestelijke administratie voor stedenbouw en erfgoed, daarvoor ambitieuze doeltermijnen op. Het gaat evenwel om interne targets, en niet om nieuwe wettelijke termijnen. Worden ze niet gehaald, dan heeft dat op zich geen gevolgen voor uw vergunnings- of attestaanvraag.