Terug naar artikelen

Aanslag van ambtswege: geen ‘onverwachte’ inkomsten zonder voorafgaand bericht van wijziging

30 oktober 2026

In een arrest van 8 mei 2026 herinnert het Hof van Cassatie aan een belangrijke beperking van de bevoegdheid van de fiscale administratie om een aanslag van ambtswege te vestigen. Wanneer een belastingplichtige van ambtswege wordt belast omdat hij niet heeft geantwoord op een bericht van wijziging, mag de administratie de aanslag enkel baseren op de inkomsten die al in dat bericht zijn vermeld. Zij mag daarbij geen nieuwe inkomsten in aanmerking nemen waarover de belastingplichtige zich nog niet heeft kunnen uitspreken.

Aanslag van ambtswege: geen ‘onverwachte’ inkomsten zonder voorafgaand bericht van wijziging

De feiten

Voor aanslagjaar 1998 verstuurt de fiscale administratie aan de belastingplichtige een bericht van wijziging met betrekking tot zijn onroerende inkomsten. De belastingplichtige laat de antwoordtermijn van één maand verstrijken. De administratie gaat vervolgens over tot een aanslag van ambtswege wegens het uitblijven van een antwoord.

Opmerkelijk is dat de aanslag van ambtswege geen betrekking heeft op de onroerende inkomsten. Op basis van een indiciaire afrekening (tekenen en indiciën van gegoedheid) belast de administratie inkomsten van onbepaalde oorsprong die geen verband houden met de inkomsten die in het bericht van wijziging waren vermeld.

De belastingplichtige betwist deze bijkomende aanslag, maar krijgt zowel in eerste aanleg als voor het hof van beroep te Brussel ongelijk. Daarop stelt hij cassatieberoep in.

Twee procedures, één doel: de rechten van verdediging waarborgen

De kern van de zaak ligt bij de samenhang tussen twee bepalingen van het WIB 92. Artikel 346 regelt de wijzigingsprocedure: de fiscale administratie deelt mee welke inkomsten zij in de plaats wil stellen van de aangegeven inkomsten, licht de redenen daarvoor toe en geeft de belastingplichtige één maand de tijd om te reageren. Artikel 351 regelt de aanslag van ambtswege, onder meer wanneer de belastingplichtige niet antwoordt op een bericht van wijziging.

Beide procedures hebben hetzelfde doel: de rechten van verdediging van de belastingplichtige waarborgen door hem de mogelijkheid te geven zijn standpunt kenbaar te maken vóór de aanslag wordt gevestigd. Artikel 351, derde lid, voorziet echter in een belangrijke uitzondering: wanneer de aanslag van ambtswege wordt gevestigd omdat de belastingplichtige niet heeft geantwoord op een bericht van wijziging, wordt geen nieuwe antwoordtermijn van één maand toegekend.

De reden hiervoor is dat de belastingplichtige al de mogelijkheid heeft gehad om zijn opmerkingen te formuleren naar aanleiding van het bericht van wijziging. Zowel de parlementaire voorbereiding als de rechtsleer bevestigen dit.

Deze redenering geldt echter slechts onder één voorwaarde: de aanslag die in de kennisgeving van aanslag van ambtswege wordt aangekondigd, moet betrekking hebben op dezelfde inkomsten als die welke in het bericht van wijziging zijn vermeld.

Het standpunt van het Hof

Het Hof volgt de eensluidende conclusie van advocaat-generaal Adeline Römer en bevestigt het volgende principe: wanneer de fiscale administratie een aanslag van ambtswege vestigt wegens het uitblijven van een antwoord op een bericht van wijziging, mag zij de aanslag slechts baseren op andere inkomsten dan de aangegeven (of schriftelijk erkende) inkomsten als die andere inkomsten al in het bericht van wijziging zelf aan de belastingplichtige zijn meegedeeld.

In deze zaak had het bericht van wijziging betrekking op onroerende inkomsten, terwijl de aanslag van ambtswege gebaseerd was op inkomsten van onbepaalde oorsprong, vastgesteld aan de hand van indiciën. Het gaat dus om twee volledig verschillende belastbare inkomsten. Door deze aanslag toch toe te staan, heeft het hof van beroep artikel 351 WIB 92 geschonden. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof van beroep te Bergen.

Zonder deze beperking zou de belastingplichtige kunnen worden belast op inkomsten waarover hij zich nooit heeft kunnen uitspreken, aangezien de wet in dat geval geen nieuwe antwoordtermijn voorziet.

Het Hof sanctioneert precies deze schending van de rechten van verdediging.

Een aanslag van ambtswege die niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 351 WIB 92, vormt bovendien een wezenlijke onregelmatigheid die tot nietigheid leidt.

Wat u moet onthouden

Een aanslag van ambtswege wegens het uitblijven van een antwoord op een bericht van wijziging moet betrekking hebben op dezelfde elementen als die welke in dat bericht zijn vermeld. Wanneer de aanslag betrekking heeft op nieuwe inkomsten (bijvoorbeeld een niet-verantwoorde indiciaire vermogenstoename), kan hij worden aangevochten.

De fiscale administratie hoeft geen nieuwe antwoordtermijn toe te kennen, maar alleen omdat de belastingplichtige al de gelegenheid heeft gehad om zich over de betrokken elementen uit te spreken.

Wil de administratie andere inkomsten belasten, dan moet zij een nieuwe procedure opstarten waarbij de belastingplichtige opnieuw de mogelijkheid krijgt om zich te verdedigen.

Een belangrijk aandachtspunt bij de verdediging: vergelijk bij een aanslag van ambtswege steeds de elementen uit het bericht van wijziging met die waarop de beslissing tot aanslag van ambtswege is gebaseerd.

Zie meer artikelen