Sinds meerdere jaren is het btw-regime dat van toepassing is op projecten van afbraak en heropbouw van woningen herhaaldelijk gewijzigd.

De programmawet van 18 juli 2025 heeft een permanent regime ingevoerd, van toepassing vanaf 1 juli 2025, dat in bepaalde gevallen toelaat het verlaagde btw-tarief van 6% toe te passen, zowel op de onroerende werken als op de verkoop van een heropgebouwde woning.
Gelet op de complexiteit van het regime en het groot aantal te verifiëren voorwaarden, heeft ons kantoor een tool ontwikkeld waarmee snel kan worden beoordeeld of een project in aanmerking komt voor het btw-tarief van 6% in het kader van afbraak en heropbouw.
Om de werking van deze tool beter te begrijpen, is het nuttig om kort de verschillende toepasselijke regimes in herinnering te brengen.
Wanneer de werken betrekking hebben op de afbraak van een gebouw gevolgd door de heropbouw van een woning, kan het btw-tarief van 6% in drie situaties worden toegepast.
Het eerste regime betreft de situatie waarin een natuurlijke persoon een gebouw laat slopen om er zijn eigen woning op te heropbouwen.
Het verlaagde tarief kan worden toegepast op voorwaarde onder meer dat:
Dit regime is in essentie gericht op particulieren die hun woning heropbouwen op een perceel waarop zich een bestaand gebouw bevindt.
Het tarief van 6% kan eveneens worden toegepast wanneer het heropgebouwde gebouw wordt verhuurd in het kader van het sociaal beleid.
In dat geval moet de bouwheer (natuurlijke persoon of rechtspersoon) de woning voor een minimale duur tot en met 31 december van het vijftiende jaar volgend op dat van de eerste ingebruikneming of bewoning van het gebouw verhuren aan een actor in het sociaal woonbeleid, zoals een sociaal verhuurkantoor, een sociale huisvestingsmaatschappij of een andere erkende organisatie binnen het sociaal woonbeleid.
In dit regime geldt geen maximale oppervlaktevoorwaarde, het is in hoofdzaak gericht op investeringen bestemd voor sociaal wonen.
Een derde regime betreft de heropbouw van een woning bestemd voor private verhuur op lange termijn.
In dit geval:
Dit regime is voornamelijk gericht op investeringsprojecten in langetermijnverhuur.
Sinds de hervorming die op 1 juli 2025 in werking is getreden, kan het tarief van 6% ook worden toegepast op de levering (verkoop) van een heropgebouwde woning na afbraak, met name in het kader van vastgoedontwikkelingsprojecten.
In dat geval moet de verkrijger de woning bestemmen voor één van de volgende drie doeleinden:
Er dient evenwel een belangrijk onderscheid te worden gemaakt: in geval van eigen bewoning of private verhuur is de maximale bewoonbare oppervlakte bij de levering van de woning beperkt tot 175 m².
Naast de specifieke voorwaarden eigen aan elke situatie, veronderstelt de toepassing van het verlaagde tarief dat aan verschillende algemene voorwaarden wordt voldaan.
Tot de belangrijkste voorwaarden behoren onder meer:
De toepassing van het verlaagde tarief is bovendien afhankelijk van de naleving van bepaalde administratieve formaliteiten. Zo moet met name vóórdat de btw verschuldigd wordt voor de betrokken handeling, een aangifte worden ingediend bij de administratie via de formulieren 111 die beschikbaar zijn in MyMinfin.
Naargelang de bestemming van het heropgebouwde gebouw moeten verschillende formulieren worden gebruikt:
Het btw-regime dat van toepassing is op afbraak en heropbouw vormt vandaag een belangrijk fiscaal instrument voor vastgoedprojecten, maar de toepassing ervan blijft technisch gelet op de talrijke voorwaarden die door de wetgeving worden opgelegd.
De tool die door ons kantoor werd ontwikkeld, maakt het mogelijk om snel een eerste indicatie te verkrijgen van de mogelijke toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6%.
Ons kantoor staat uiteraard tot uw beschikking voor elke specifieke vraag met betrekking tot de toepassing van het verlaagde btw-tarief in het kader van een afbraak- en heropbouwproject.
Ik zoek een expert in

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.

23.06.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
De groei van e-commerce heeft het consumentengedrag ingrijpend veranderd. Om onlineaankopen aan te moedigen, hebben retailers geleidelijk klantvriendelijke beleidsmaatregelen ingevoerd: gratis levering, gratis retourzendingen, langere retourtermijnen en terugbetalingen zonder opgave van reden.