Op 28 november 2024 werd de wet tot omzetting van de richtlijn voor duurzaamheidsrapportage (Corporate Sustainability Reporting Directive (hierna CSRD)) goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hoewel de omzetting al sinds 6 juli 2024 moest worden geïmplementeerd, markeert dit een belangrijke stap in de richting van een meer duurzame en milieuvriendelijke economie. De richtlijn is op 5 januari 2023 in werking getreden en beoogt de modernisering en versterking van de regels met betrekking tot de sociale en milieugerelateerde informatie (ESG) die ondernemingen moeten rapporteren.

Dit zijn de voorziene fases:
Hoewel de rapporteringsverplichtingen van de CSRD gefaseerd worden ingevoerd en aanvankelijk alleen grote ondernemingen en organisaties van openbaar belang treffen, blijven de gevolgen voor KMO’s niet uit.
KMO’s zullen indirect te maken krijgen met de bijkomende eisen in verband met rapportering.
De reden daarvoor is dat ondernemingen aan de top van de waardeketen, die wel al onder het toepassingsgebied van de CSRD vallen, deze sociale en milieugerelateerde informatie vaak zullen opvragen bij hun kleinere leveranciers en klanten. Dit leidt in de praktijk tot aanzienlijke administratieve lasten voor kmo’s.
Het wetsontwerp erkent de nieuwe uitdagingen voor de KMO’s in het kader van deze verplichtingen en verwijst ook naar de mogelijke hoge kosten die duurzame investeringen met zich meebrengen voor Belgische ondernemingen.
Om deze last te verlichten, werd een beschermingsmechanisme opgenomen.
Dit mechanisme bepaalt dat van KMO’s in de waardeketen niet meer informatie mag worden gevraagd dan wat redelijkerwijs vereist is volgens de Europese duurzaamheidsrapportagestandaarden voor dit soort ondernemingen.
In de praktijk betekent dit enerzijds dat de opgevraagde informatie zich moeten beperken tot wat voorzien is in de Voluntary Sustainability Reporting Standards for SMEs. Anderzijds geldt er een verbod om een bepaalde mate van zekerheid te vereisen met betrekking tot informatie afkomstig van KMO’s in de waardeketen.
Hoewel het wetsontwerp een belangrijke stap is in de richting van meer transparantie en duurzaamheid in de bedrijfswereld, roept het ook vragen op over de uitvoerbaarheid en de bijkomende lasten voor ondernemingen, met name voor kleinere spelers.
Het succes van deze maatregelen zal afhangen van de mate waarin ondernemingen en regelgevers in staat zijn om een evenwicht te vinden tussen rapporteringsverplichtingen en administratieve haalbaarheid.
Andersen en Recyprocity kunnen u helpen bij het vervullen van uw rapportageverplichting. Contacteer onze specialisten via info@be.andersen.com of +32 (0)2 747 40 07.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.