Victoria ontvangt Thierry Litannie, partner bij Andersen in Belgium en bestuurder van de OECCBB, om twee recente fiscale aanpassingen te bespreken die gunstig zijn voor Belgische aandeelhouders.

Victoria: Goedendag Thierry, bedankt dat u er vandaag bij bent. Men spreekt de laatste jaren vaak over een zwaardere belastingdruk in België… maar u schijnt twee goede nieuwsberichten voor ons te hebben?
Thierry Litannie: Goedendag Victoria, bedankt voor de uitnodiging. Inderdaad, fiscaal goede nieuwsberichten zijn zeldzaam, maar ze bestaan, en we laten onze lezers er maar beter van profiteren. Ze hebben betrekking op het VVPR-bis-stelsel en de liquidatiereserves, die nu VVPR-ter worden genoemd.
Victoria: Laten we beginnen met het VVPR-bis-stelsel. Kunt u ons eraan herinneren waar het om gaat en wat er verandert?
Thierry Litannie: Met plezier. Het VVPR-bis-stelsel laat aandeelhouders van Belgische vennootschappen toe om te genieten van een verlaagd roerende voorheffing van 15% in plaats van 30% op bepaalde dividenden. Dat is een interessant voordeel, zeker binnen de huidige fiscale context.
Goed nieuws: de recente programmawet van 10 juli 2025 raakt dit stelsel niet aan. Het principe en de voorwaarden blijven ongewijzigd, terwijl er nochtans sprake van was om het af te schaffen tijdens de regeringsonderhandelingen.
De enige wijziging is dat het verlaagde tarief verdwijnt als het dividend wordt uitgekeerd vóór vijf jaar. Maar afgezien daarvan blijft het stelsel intact.
Victoria: Wat zijn de voorwaarden om van dit stelsel gebruik te kunnen maken?
Thierry Litannie: De aandelen moeten uitgegeven zijn na 1 juli 2013, en uitsluitend in ruil voor een inbreng in geld. Geen inbreng in natura of inbreng van arbeid dus.
De dividenden mogen pas uitgekeerd worden vanaf het derde boekjaar dat volgt op dat van de inbreng. De aandelen moeten volledig volstort zijn vóór de uitbetaling van het dividend en mogen geen bijzondere financiële rechten geven aan de houder.
Tot slot, let op: bij verkoop van de aandelen verliest men het voordeel van het stelsel. Maar bij schenking of overlijden kunnen rechtstreekse erfgenamen of de echtgenoot/echtgenote het voordeel onder bepaalde voorwaarden behouden.
Victoria: Helder uitgelegd. Dan gaan we nu naar dat tweede goede nieuws, dat de liquidatiereserves betreft. Wat moeten we daarover weten?
Thierry Litannie: Ook dat is een interessant systeem voor aandeelhouders. Tot nu toe konden liquidatiereserves uitgekeerd worden na vijf jaar, mits een bijdrage van 10% bij aanmaak van de reserve en 5% bij uitkering.
De hervorming verkort die termijn naar drie jaar. Toegegeven, de roerende voorheffing stijgt van 5% naar 6,5%, maar het blijft goed nieuws.
Victoria: Waarom is dat dan toch voordelig, ondanks het iets hogere tarief?
Thierry Litannie: Omdat je, als je rekening houdt met de inflatie en de twee extra jaren waarin de aandeelhouder inkomsten kan genereren door het dividend eerder te ontvangen, financieel gezien ruimschoots wint.
Victoria: En hoe zit het met de liquidatiereserves die al vóór deze hervorming werden aangelegd?
Thierry Litannie: Goede vraag. Ook die kunnen vrijwillig onder het nieuwe regime vallen. Met andere woorden: u kunt ervoor kiezen om ze na drie jaar uit te keren aan 6,5%, of om vijf jaar te wachten en het tarief van 5% te behouden.
Bij een liquidatie van de vennootschap verandert er niets: dan blijft het tarief op nul, behalve de 10% die al betaald werd bij de aanmaak van de reserve.
Victoria: Dus, samengevat, twee fiscale stelsels die bijzonder interessant blijven voor Belgische aandeelhouders.
Thierry Litannie: Precies. Het zijn twee gunstige regelingen die overeind blijven in een steeds krapper fiscaal landschap. Het is verstandig om ervan gebruik te maken zolang ze nog bestaan.
Victoria: Hartelijk dank Thierry voor deze toelichting. Het is altijd een genoegen u te ontvangen om fiscale details te verduidelijken.
Thierry Litannie: Dank u Victoria, en tot de volgende keer.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.