In een belangrijk arrest van 19 december 2025 (C.25.0192.F) heeft het Hof van Cassatie het fundamentele belang benadrukt van de controleplicht van de architect bij de keuze van de aannemer, in het bijzonder wat diens toegang tot het beroep betreft.

In dit dossier had een bouwheer, bijgestaan door een architect, een aannemingsovereenkomst gesloten met een aannemer die niet beschikte over de vereiste toegang tot het beroep. Die aannemingsovereenkomst werd daarom nietig verklaard. De bouwheer stelde dat de architect aansprakelijk was omdat hij had nagelaten deze toegang te controleren en hierover te adviseren.
De appelrechter had geoordeeld dat de architect niet aansprakelijk was, aangezien hij de aannemer zou hebben afgeraden omwille van technische en financiële risico’s.
Het Hof van Cassatie vernietigt die beslissing.
Het Hof bevestigt dat de wettelijke en deontologische plichten van de architect verder gaan dan louter technische of financiële beoordeling van de aannemer.
Het Hof oordeelt uitdrukkelijk dat:
Dat volgt uit:
Het Hof stelt bovendien dat een rechter niet mag volstaan met vast te stellen dat de architect technische of financiële waarschuwingen gaf. Hij moet ook onderzoeken of de architect zijn juridische controleplicht met betrekking tot de toegang tot het beroep heeft nageleefd.
Dit arrest heeft belangrijke gevolgen voor zowel architecten als bouwheren:
Voor architecten:
De zorgplicht is ruim en actief:
Het niet uitvoeren van deze controle kan leiden tot contractuele aansprakelijkheid wanneer de aannemingsovereenkomst nietig blijkt.
Voor bouwheren:
Het arrest versterkt hun bescherming:
Met dit arrest onderstreept het Hof van Cassatie dat de rol van de architect meer is dan een technisch ontwerper of prijsadviseur. Hij is een sleutelbewaker van de wettigheid en veiligheid van het bouwproces.
De controle van de toegang tot het beroep van de aannemer maakt daar integraal deel van uit en kan niet worden genegeerd of afgedaan met loutere waarschuwingen over prijs of kwaliteit.
Voor een uitgebreid overzicht van de wetgeving die van toepassing is op de vastgoedsector in Vlaanderen en Brussel kunt u de nieuwe “Vastgoedcodex” raadplegen, gepubliceerd in samenwerking met KnopsPublishing. Koop hier een exemplaar (print of download): https://nl.knopspublishing.be/shop/boeken/burgerlijk-recht/vastgoedcodex-vlaanderen-brussel-2025-2026/
Voor meer informatie of bijstand kan u steeds terecht bij het Real Estate team van Andersen in Belgium.
Ulrike Beuselinck (Partner – Mediator) & Koen De Puydt (Managing Partner)
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.