Duurzaamheidsclaims zijn een essentieel onderdeel geworden van de manier waarop bedrijven met consumenten communiceren, aangezien consumenten steeds vaker transparantie verwachten, niet alleen over milieu, maar ook over ethische en sociale aspecten. Tegelijkertijd besteden regelgevende instanties meer aandacht aan vage of misleidende claims met betrekking tot duurzaamheidsprestaties en -impact. Tegen deze achtergrond heeft de Europese Unie Richtlijn (EU) 2024/825 aangenomen inzake het versterken van de positie van consumenten bij de groene transitie (ECGT).

De ECGT-richtlijn, die op 28 februari 2024 is aangenomen, versterkt de bestaande EU-regels inzake consumentenbescherming om misleidende duurzaamheidsclaims tegen te gaan en ervoor te zorgen dat de aan consumenten verstrekte informatie nauwkeurig, transparant en verifieerbaar is. De richtlijn moest uiterlijk op 27 maart 2026 in Belgisch recht zijn omgezet, met toepassing vanaf 27 september 2026.
In april 2026 had België de vereiste omzettingswetgeving nog niet aangenomen. Een wetsvoorstel (Parl. Doc. 56K0224), ingediend in 2024, is nog in behandeling.
De ECGT-richtlijn voert geen afzonderlijk regelgevingskader voor duurzaamheid in, maar verduidelijkt hoe bestaande regels inzake consumentenbescherming van toepassing zijn op duurzaamheidsclaims. Het doel is te verzekeren dat dergelijke claims niet langer als vage marketingconcepten worden gebruikt, maar aan afdwingbare wettelijke normen kunnen worden getoetst.
De richtlijn is van toepassing in een business-to-consumer-context (B2C) en heeft geen betrekking op zuiver consumer-to-consumer-relaties (C2C). Zij beschermt consumenten, dat wil zeggen natuurlijke personen die buiten hun bedrijfs- of beroepsactiviteit handelen, tegen misleidende handelspraktijken.
Het materiële toepassingsgebied is breed en omvat zowel milieu- als sociale kenmerken van goederen en diensten.
De richtlijn heeft betrekking op:
De ECGT-richtlijn stelt strengere eisen aan de formulering en onderbouwing van duurzaamheidsclaims.
In de praktijk betekent dit dat uitspraken als „klimaatneutraal“, „CO₂-gecompenseerd“ of „ethisch geproduceerd“ voldoende specifiek en onderbouwd moeten zijn. Claims mogen niet louter verwijzen naar naleving van wettelijke voorschriften, noch gebaseerd zijn op vage of niet-geverifieerde beweringen.
Belangrijk is dat de bewijslast bij de onderneming ligt. Bedrijven moeten, op basis van passende documentatie zoals rapporten, studies, levenscyclusanalyses of certificeringen, kunnen aantonen dat hun claims overeenstemmen met de werkelijkheid.
De richtlijn viseert ook praktijken met betrekking tot productduurzaamheid en levensduur van producten, waaronder:
In april 2026 is in België nog geen omzettingswetgeving aangenomen en blijft het wetsvoorstel hangende.
Bij gebreke aan omzetting blijven de bestaande Belgische regels inzake oneerlijke handelspraktijken van toepassing. Rechtbanken en bevoegde autoriteiten zullen deze regels echter, voor zover mogelijk, in overeenstemming met de richtlijn interpreteren. Volledige rechtszekerheid ontstaat pas zodra de omzettingswetgeving in werking treedt.
De richtlijn is van toepassing op alle ondernemingen die duurzaamheidsclaims communiceren aan consumenten, ongeacht hun omvang of sector. Dergelijke claims in reclame, op verpakkingen of via digitale kanalen kunnen onder het toepassingsgebied vallen.
Voor ondernemingen vereist dit een meer gestructureerde en op bewijs gebaseerde aanpak van duurzaamheidscommunicatie. In het bijzonder moeten zij:
Voor consumenten beoogt de richtlijn het vertrouwen en transparantie te verbeteren. Zij ondersteunt beter geïnformeerde aankoopbeslissingen door te waarborgen dat claims betrouwbaar, vergelijkbaar en gebaseerd zijn op reële praktijken.
De daadwerkelijke impact voor ondernemingen en consumenten zal afhangen van hoe de ECGT-richtlijn in België wordt omgezet en gehandhaafd, evenals van de wisselwerking met andere EU-initiatieven, zoals de voorgestelde Green Claims-richtlijn.
Ondernemingen doen er goed aan hun duurzaamheidscommunicatie reeds te herzien en ervoor te zorgen dat alle claims duidelijk, accuraat en voldoende onderbouwd zijn. Het versterken van interne controles en het afstemmen van communicatie op betrouwbare gegevens zijn essentieel om juridische risico’s te beperken en het vertrouwen van consumenten te behouden.
Bij Andersen in Belgium staan wij klaar om cliënten hierin te ondersteunen en hen te helpen hun duurzaamheidscommunicatie af te stemmen op de geldende regelgeving en betrouwbare data.
Ik zoek een expert in

05.10.2026
•NEWS FROM THE FIRM
Met plezier kondigen wij aan dat het kantoor van Luc Herve Andersen in Belgium heeft vervoegd. Andersen opende in september een nieuw kantoor in Luik. Luc Herve, fiscalist, professor en erkend bemiddelaar, is er actief als Partner. Samen met hem vervoegt ook Jérémy Lerusse Andersen als Associate. Beiden zijn advocaat aan de Balie van Luik.

01.10.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

29.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

17.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.