De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft recentelijk een besluit gepubliceerd – dat van kracht wordt op 1 januari 2026 – waarbij de elementaire verplichtingen worden bepaald met betrekking tot veiligheid, gezondheid en uitrusting van woningen. In dit artikel bespreken we de belangrijkste aspecten van dit besluit en waarom dit van groot belang is voor verhuurders.

Het besluit legt minimale normen vast met betrekking tot de bouwkundige staat (vroeger omschreven als “stabiliteit”) van het gebouw, inclusief funderingen, metselwerk, dragende structuren, daken, vloeren, trappen, schouwen en meer.
Vanaf 1 januari 2026 wordt de veiligheidsbeoordeling uitgebreid om meer aspecten dan alleen stabiliteit te omvatten. Naast de stabiliteit van het gebouw zal er nu ook gekeken worden naar andere aspecten die de veiligheid van bewoners kunnen beïnvloeden, zoals bekledingen, geïntegreerde meubels en schrijnwerk naast gevels, daken, vloeren, etc.
Daarnaast introduceert het besluit nieuwe voorschriften met betrekking tot verhoogde structuren. Vanaf de genoemde datum dienen trappen, overlopen, balkons, vensteropeningen en andere verhoogde constructies voorzien te zijn van een ‘stabiele en stevige borstwering’ van minstens 1 meter hoog, wanneer het hoogteverschil van deze constructies meer dan 1 meter bedraagt. Deze maatregelen zijn bedoeld om de veiligheid van bewoners te waarborgen en het risico op ongevallen te minimaliseren.
Verhuurders moeten ervoor zorgen dat de elektrische installatie en gasverdelingsinstallaties veilig zijn en geen enkel risico inhouden voor de bewoners. Indien nodig moet een conformiteitsattest worden verkregen van een erkend organisme om de veiligheid van deze installaties te waarborgen.
Daarnaast zijn er heel wat nieuwe verplichtingen in verband met gasinstallaties, namelijk:
Verhuurders moeten dus zorgen voor regelmatig onderhoud en inspectie van de verwarmings- en boilerinstallaties om ervoor te zorgen dat ze veilig en efficiënt blijven werken. Dit onderhoud kan het risico op storingen verminderen en de levensduur van de installaties verlengen. Het is daarnaast van belang om huurders op de hoogte te brengen van eventuele onderhoudsvereisten.
Het besluit introduceert strengere regels met betrekking tot vochtigheid, ongedierte, verlichting, verluchting en riolering in huurwoningen. Het is van essentieel belang dat verhuurders ervoor zorgen dat de woning vrij is van vochtproblemen, parasieten en voldoende natuurlijke verlichting en ventilatie heeft, en beschikt over een goed werkend rioleringssysteem. Daarnaast worden tijdelijke vochtproblemen nu ook beoordeeld en krijgt de inspecteur uitgebreidere bevoegdheden om te beslissen over non-conformiteit.
Wat betreft de natuurlijke lichtinval verscherpt het besluit de regels voor natuurlijke lichtinval bij sous-terrains. Zo moet ook een keuken in dit geval beschikken over lichtinval via een raamoppervlakte van minimum 1/10e van de vloeroppervlakte van het lokaal.
Tot slot worden de voorschriften met betrekking tot ventilatie verhelderd: de uitlaatleiding voor vervuilde lucht moet alleen afsluitbaar zijn als deze rechtstreeks naar buiten leidt. Ventilatiekanalen die naar buiten gaan moeten worden beschermd tegen ongedierte en slecht weer.
Het besluit legt ook verplichtingen vast met betrekking tot de uitrusting van de woning, waaronder voorzieningen voor koud en warm water, sanitair, elektriciteit, verwarming, kookapparatuur, deurbellen en brievenbussen.
Zo breidt het besluit het verplicht aantal tappunten uit en moeten minstens twee tappunten in warm water voorzien: de gootsteen in de keuken en het bad of de douche. Alle woningen moeten verplicht worden uitgerust met een bad of douche (niet alleen de woningen van 28m² of meer).
Het besluit stelt nieuwe minimale oppervlakte- en hoogtenormen voor bewoonbare ruimtes vast om ervoor te zorgen dat huurders over voldoende leefruimte beschikken. De minimale netto-oppervlakte van een wooneenheid met één, respectievelijk twee bewoners blijft dezelfde. Voor drie, vier en vijf bewoners geldt een aangepaste minimale netto-oppervlakte. Vanaf de zesde persoon wordt de netto-oppervlakte met 10m² verhoogt voor elke bewoner die er bijkomt. Voor studentenwoningen blijft een minimumoppervlakte van 12m² volstaan.
Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering legt verplichtingen op met betrekking tot de veiligheid, gezondheid en uitrusting van woningen.
Verhuurders hebben er alle belang bij om aan deze vereisten te voldoen om te voorkomen dat hun pand onbewoonbaar kan worden verklaard.
Ook in het kader van het verkrijgen van een vergunning zijn deze voorschriften relevant. Het is daarom noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de woning voldoet aan alle voorschriften om dergelijke risico’s te vermijden.
Tot slot draagt het naleven van de elementaire normen voor veiligheid en gezondheid in huurwoningen ook bij aan het welzijn en de veiligheid van de huurders. Het zorgt ervoor dat huurders in een geschikte en leefbare omgeving wonen.
Het nieuwe besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering legt belangrijke verplichtingen op aan verhuurders met betrekking tot veiligheid, gezondheid en uitrusting van huurwoningen.
Voor verhuurders is het van belang om volledig op de hoogte te zijn van deze vereisten en ervoor te zorgen dat hun woningen voldoen aan alle voorschriften om wettelijke sancties en mogelijke risico’s te vermijden.
U kan hieromtrent steeds terecht bij onze specialisten: +32 (0)2 747 40 07 of info@be.Andersen.com.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.