NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

De nieuwe regels rond consumentenborgtocht: wat verandert vanaf 2026?

2 maart 2026

In een eerdere bijdrage werd reeds uitgebreid ingegaan op de borgtocht als persoonlijke zekerheid onder het nieuwe Boek 9 BW, en op de wijze waarop deze zekerheidstechniek werd gemoderniseerd en verduidelijkt.

De nieuwe regels rond consumentenborgtocht: wat verandert vanaf 2026?

Zie hiervoor ons artikel overDe borgtocht in nieuw Boek 9 BW: vertrouwd appeltje voor de dorst, vanaf 1 januari 2026  helder en modern ingevuld.”

In dit artikel focussen wij specifiek op een bijzonder en praktisch belangrijk aspect van die hervorming, namelijk de beschermingsregeling voor consumenten die zich persoonlijk zeker stellen. Dit luik vormt een aanvulling op de algemene bespreking van de borgtocht en zoomt in op situaties waarin particulieren zich buiten elke beroepsactiviteit verbinden voor de schuld van een ander.

Voor zover niet anders bepaald, blijven de algemene bepalingen inzake borgtocht van toepassing.


1. Nieuw vanaf 1 januari 2026: borg staan als privépersoon, mét extra bescherming

Wanneer iemand zich persoonlijk verbindt om in te staan voor de schuld van een ander, spreken we van een persoonlijke zekerheid. De meest bekende vorm daarvan is de borgtocht. In de praktijk komt dit vaak voor in familiale context: een ouder die borg staat voor een lening van zijn kind, een partner die zekerheid biedt voor een krediet, of een vriend die “even helpt”.

Stel: je zoon wil een lening afsluiten bij de bank om een auto te kopen. De bank vraagt bijkomende zekerheid. Jij beslist als ouder om borg te staan, niet in het kader van een beroepsactiviteit, maar als privépersoon (zijnde een “consument”).

Je verbindt je ertoe de lening (of een deel ervan) terug te betalen als je zoon dat zelf niet kan. De wet beschouwt dit als een persoonlijke zekerheid gesteld door een consument. Een situatie die in de praktijk vaak voorkomt, maar niet zonder risico is.

Hoewel deze situaties vertrouwd zijn, kunnen de financiële gevolgen voor de borg aanzienlijk zijn. Net om die reden heeft de wetgever met het nieuwe Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek de regels inzake persoonlijke zekerheden grondig hertekend.

Tot voor kort bestond er al een beschermingsregeling voor personen die borg stonden, met name via de zogenaamde kosteloze borgtocht. In de praktijk bleek deze regeling echter beperkt en niet altijd aangepast aan situaties waarin particulieren uit familiale of persoonlijke overwegingen borg stonden voor een schuld van een ander.

Met het nieuwe Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek heeft de wetgever daarom gekozen voor een nieuwe en duidelijkere regeling, die voortaan vertrekt van het begrip consument.

Uitgangspunt vanaf 1 januari 2026: de consument zal geen andere persoonlijke zekerheden meer kunnen stellen dan een borgtocht.

Toegepast op het voorbeeld hierboven betekent dit dat de bank jou, als ouder, geen andere of complexere zekerheidsconstructie mag opleggen dan een gewone borgtocht. Welke benaming ook wordt gebruikt, jij geniet in elk geval de bescherming die aan de borgtocht is verbonden.


2. Waarom was een nieuwe regeling nodig?

Ook vóór 2026 bestond er bescherming voor bepaalde borgen, met name via de regeling van de kosteloze borgtocht. In de praktijk bleek dit systeem echter problematisch.

De regeling was:

  • streng en formalistisch, wat haar onaantrekkelijk maakte voor bijvoorbeeld kredietverstrekkers;
  • onvoldoende afgestemd op de realiteit, waardoor net personen die bescherming nodig hadden (zoals familieleden van ondernemers) er vaak buiten vielen.

Het gevolg was een versnipperd en onduidelijk beschermingsniveau. De wetgever heeft daarom gekozen voor een nieuw en eenvoudiger afbakeningscriterium: niet langer de aard van de borgtocht, maar de hoedanigheid van consument staat centraal.borgtocht, maar de hoedanigheid van consument staat centraal.


3. Wie wordt precies beschermd?

Het onderscheid tussen privé en beroepsmatig is doorslaggevend.

Niet elke borg geniet dezelfde bescherming. De nieuwe regels zijn enkel van toepassing wanneer de zekerheidssteller handelt als consument, met andere woorden: voor privédoeleinden en niet in het kader van een beroeps- of handelsactiviteit.

In het voorbeeld van de ouder die borg staat voor de autolening van zijn zoon, is de bescherming wél van toepassing, aangezien de borgstelling wordt aangegaan als privépersoon en losstaat van enige beroepsactiviteit.

Maar er is een belangrijke nuance: Wie zich als consument persoonlijk verbindt voor een vennootschap waarin hij zelf beslissingsmacht heeft, bijvoorbeeld als bestuurder of controlerend aandeelhouder, valt buiten deze regeling.


4. De kern van de hervorming: persoonlijke zekerheid door de consument

Het nieuwe Boek 9 vertrekt niet langer uitsluitend van de borgtocht, maar van het bredere begrip persoonlijke zekerheid. Toch blijft de borgtocht het hoofdmechanisme voor consumenten.

Een belangrijke nieuwigheid is dat een consument enkel nog een borgtocht mag aangaan. Andere, complexere zekerheidsconstructies zijn uitgesloten. Wordt toch een andere vorm gebruikt, dan wordt deze automatisch herkwalificeerd als borgtocht, met toepassing van alle beschermingsregels.

Bij twijfel zal de kwalificatie als borgtocht en het beschermingsregime in principe voorrang krijgen.


5. Een borgtocht met duidelijke grenzen, meer transparantie en meer bescherming

Altijd een maximumbedrag

Elke consumentenborgtocht moet een duidelijk maximumbedrag bevatten. Blanco of onbeperkte borgstellingen zijn niet langer toegestaan.

Concreet betekent dit dat de bank in het voorbeeld niet kan eisen dat de ouder onbeperkt instaat voor alle huidige en toekomstige schulden van zijn zoon. Het maximumbedrag bepaalt het absolute plafond van zijn financiële risico.

Bovendien mogen interesten, schadebedingen en kosten samen nooit meer bedragen dan de helft van het overeengekomen maximumbedrag. Deze beperking geldt bovenop de hoofdsom en per borgtocht.

Op deze manier blijft de financiële blootstelling van de consument beheersbaar.

Precontractuele informatieplicht

De schuldeiser moet de consument vóór het aangaan van de borgtocht correct en volledig informeren, onder meer over:

  • de omvang van de verbintenis;
  • de mogelijke gevolgen bij wanbetaling;
  • de eraan verbonden bijzondere risico’s en dit in het licht van de financiële draagkracht van de borg.

In het voorbeeld moet de bank de ouder dus vooraf duidelijk informeren over het bedrag waarvoor hij borg staat en over de mogelijke gevolgen indien zijn zoon de lening niet kan terugbetalen.

Informatie tijdens de looptijd

Ook tijdens de borgtocht wordt de consument beter beschermd:

  • hij ontvangt jaarlijks een overzicht van de openstaande schuld;
  • hij wordt onmiddellijk verwittigd bij betalingsproblemen van de hoofdschuldenaar.

Bescherming tegen buitensporige verbintenissen

De wet voorziet een correctiemechanisme wanneer de borgtocht bij het aangaan ervan kennelijk onevenredig is in verhouding tot het inkomen en vermogen van de consument.

In dat geval kan de verbintenis worden verminderd. Het is aan de consument om die wanverhouding aan te tonen, beoordeeld op het moment van het aangaan van de borgstelling.

Duurtijd en vormvereisten: versoepeling zonder verlies aan bescherming

De wet legt geen vaste maximumduur meer op. Het is dus van belang hieraan voldoende aandacht te vestigen.

De vormvereisten zijn gemoderniseerd:

  • de borgtocht moet nog steeds in een afzonderlijk geschrift worden opgenomen;
  • maar een volledig handgeschreven verklaring is niet langer vereist.


6. Afwijken van de bescherming? Dat kan niet

Wanneer een consument borg staat, zijn de regels van de nieuwe wet verplicht. Je mag in een contract dus geen afspraken maken die de bescherming van de borg verminderen. Ook al zou de consument ermee instemmen, zulke clausules zijn gewoon niet geldig. Alleen afspraken die voor de borg juist gunstiger zijn, kunnen wel.


7. Wat als consumenten onderling een borgstelling afspreken?

Soms gebeurt het dat twee particulieren onderling een lening afsluiten en één van hen iemand vraagt om borg te staan. In dat geval gelden de strengere beschermingsregels niet allemaal. De wet gaat er namelijk van uit dat deze bescherming vooral nodig is wanneer je te maken hebt met een professionele schuldeiser zoals een bank of verhuurder. Wanneer zowel de schuldeiser als de borg consumenten zijn, blijven enkel een paar basisregels gelden: er moet altijd een duidelijk maximumbedrag in de borgstelling staan, de borg mag niet opdraaien voor een bedrag dat duidelijk te hoog is voor zijn financiële situatie, en de erfgenamen van de borg zijn nooit aansprakelijk voor meer dan wat ze erven. Buiten die kernregels laat de wet consumenten onderling meer vrijheid: er gelden geen strikte vormvereisten en ook de uitgebreide informatieplichten voor banken en andere professionele partijen zijn hier niet van toepassing.


8. Praktische aandachtspunten

De nieuwe regeling brengt meer duidelijkheid en rechtszekerheid voor consumenten die borg staan, maar borgtocht blijft een ernstig financieel engagement.

Wie vandaag al borg staat, doet er goed aan bestaande documenten opnieuw te bekijken in het licht van de nieuwe regels. Wie zich in de toekomst borg wil stellen, moet bijzondere aandacht besteden aan:

  • het maximumbedrag;
  • de duurtijd;
  • de informatie die vooraf wordt verstrekt.

Een goed geïnformeerde borg is beter beschermd en vermijdt onaangename verrassingen.


Andersen in Belgium staat klaar om u te begeleiden bij de analyse en aanpassing van bestaande borgstellingen én bij het opstellen van nieuwe contracten in het licht van de nieuwe wettelijke regeling.
Voor andere vernieuwingen die Boek 9 invoert, zoals de autonome garantie, verwijzen wij u graag naar onze volgende nieuwsbrieven.
Walid Bensaïd (Associate) & Ulrike Beuselinck (Partner – Mediator)

Meer weten over dit onderwerp?

Ik zoek een expert in

Zie meer artikelen

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

28.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

Lees het artikel »
Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

10.07.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium

Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

Lees het artikel »
De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

08.07.2026

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

Lees het artikel »
Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

08.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.

Lees het artikel »