NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

EBAquinquies: een nieuwe kans om uw vermogen te regulariseren

1 juni 2026

EBAquinquies, ingesteld bij de Programmawet van 18 juli 2025 en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2025, vormt de vijfde ronde van fiscale regularisaties. Het nieuwe model van de regularisatieaangifte werd vastgesteld door het Koninklijk Besluit van 28 juli 2025, gepubliceerd op 4 augustus 2025 en is inmiddels beschikbaar op de website van de FOD Financiën.

EBAquinquies: een nieuwe kans om uw vermogen te regulariseren

Bijna een jaar na haar inwerkingtreding heeft de FOD Financiën op 24 april 2026 een bijgewerkte FAQ gepubliceerd waarin een aantal administratieve verduidelijkingen worden gedaan.  

Hoewel de algemene structuur van de fiscale regularisatie grotendeels aansluit bij de vorige regularisatierondes (met uitzondering van de hogere kostprijs), blijkt uit de recente administratieve praktijk een merkbare verstrenging van de bewijsvereisten die aan belastingplichtigen worden opgelegd.

Algemene beginselen op federaal niveau

Het mechanisme blijft vertrouwd: elke belastingplichtige, zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon, kan spontaan niet-verjaarde inkomsten of verjaarde kapitalen regulariseren bij het Contactpunt Regularisaties (CPR). In ruil voor de betaling van de verschuldigde regularisatieheffing (bestaande uit het normale belastingtarief verhoogd met een boete) ontvangt hij een regularisatie-attest dat fiscale en strafrechtelijke immuniteit garandeert. Het vermogen kan dan opnieuw worden geïntegreerd in de Belgische economie zonder blokkering door de banken.

Na ontvangst van de regularisatieaangifte stelt het CPR de aangever (of diens gemachtigde) in kennis van de ontvankelijkheid van het dossier en bepaalt de verschuldigde regularisatieheffing. De betaling moet (in principe) worden verricht binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de verzending van deze kennisgeving.

Het wezenlijke verschil met de vorige rondes ligt in de hogere kostprijs van de regularisatie. Niet-verjaarde inkomsten zijn voortaan onderworpen aan het normale belastingtarief, verhoogd met 30 % (in plaats van 25 % onder DLUquater), terwijl verjaarde kapitalen worden onderworpen aan een afzonderlijke heffing van 45 % (tegenover 40 % voorheen). Ter illustratie: voor inkomsten die onderworpen zijn aan de roerende voorheffing, wordt de verhoging eenvoudigweg opgeteld bij het oorspronkelijke belastingtarief. Op een basistarief van 30 % bedraagt de totale belastingdruk aldus 60 %.

De FAQ van de FOD Financiën bevestigt bovendien dat bij de berekening van de regularisatieheffing geen enkele verrekening is toegestaan: noch reeds ingehouden voorheffingen, noch voorafbetalingen, noch belastingkredieten of belastingverminderingen, noch woonstaatheffingen komen in aanmerking. In de praktijk kan de werkelijke economische kostprijs van de regularisatie dus aanzienlijk hoger uitvallen dan de tarieven die in de programmawet zijn voorzien.

Inhoudelijk zijn de wijzigingen relatief beperkt: een nieuwe definitie van “verjaarde kapitalen”, enkele terminologische aanpassingen en de bevestiging dat regularisatie is uitgesloten in geval van ernstige grensoverschrijdende btw-fraude ten nadele van de Europese Unie. De door het regeerakkoord beloofde aanpassingen – met name een soepelere benadering voor erfgenamen te goeder trouw die het betwiste kapitaal hebben verworven zonder zelf enige fiscale fraude te hebben gepleegd – zijn echter niet terug te vinden in de definitieve tekst.

De bewijslast blijft bijzonder zwaar: de belastingplichtige moet aan de hand van schriftelijke documenten aantonen dat de verjaarde kapitalen reeds zijn onderworpen aan hun gewone belastingregime. In veel gevallen zijn de bewijsstukken echter al lang verdwenen, waardoor rechthebbenden zich genoodzaakt zien een forfaitaire belasting van 45 % te aanvaarden op kapitalen die nochtans “wit” of hoogstens “grijs” zijn.

De FAQ bevestigt deze strikte aanpak overigens door te preciseren dat wanneer een belastingplichtige uitsluitend niet-verjaarde roerende inkomsten wenst te regulariseren zonder de fiscaal verjaarde kapitalen in de regularisatie op te nemen, het CPR bewijs zal eisen dat deze kapitalen reeds zijn onderworpen aan hun gewone belastingregime. Bij gebrek aan voldoende bewijs zal de heffing worden berekend met inbegrip van de fiscaal verjaarde kapitalen. De administratie erkent evenwel de mogelijkheid om een “prefiling” in te dienen (al dan niet anoniem) bij twijfel over de toereikendheid van de beschikbare bewijsstukken.

Bovendien maakt deze nieuwe procedure nog steeds geen onderscheid tussen gewone fiscale fraude en ernstige fiscale fraude waardoor zij een identiek regime toe op situaties die zowel qua aard als qua ernst sterk van elkaar verschillen.

De FAQ verstrekt ook verscheidene belangrijke preciseringen met betrekking tot buitenlandse vermogensstructuren. De administratie bevestigt met name dat wanneer de Kaaimantaks van toepassing is, de regels die eigen zijn aan dit stelsel integraal voorrang hebben op het regularisatiemechanisme. EBAquinquies kan m.a.w. niet worden aangewend om de toepassing van de fiscale transparantie bedoeld in de artikelen 5/1 en volgende van het WIB te omzeilen. De FAQ bevestigt tevens de mogelijkheid om fysiek goud te regulariseren en verstrekt verscheidene praktische aanwijzingen met betrekking tot de bewijsmiddelen die in dat verband kunnen worden aanvaard.

Zoals onder DLUquater is een regularisatie slechts mogelijk voor zover de belastingplichtige niet schriftelijk in kennis is gesteld van het bestaan van specifieke lopende onderzoekshandelingen door een Belgische gerechtelijke instantie, een Belgische fiscale administratie, een instelling van sociale zekerheid, een dienst van de sociale inspectie of de FOD Economie.

Ten slotte is EBAquinquies enkel van toepassing op federale belastingen, zoals de btw, de roerende voorheffing, de inkomstenbelasting, enz. De Gewesten dienen bijgevolg hun eigen decreten aan te nemen inzake successie- en registratierechten, dan wel samenwerkingsakkoorden te sluiten.

Het eigen regime van het Vlaams Gewest en de samenwerkingsakkoorden

Binnen deze context heeft het Vlaams Gewest gekozen voor de invoering van een eigen regularisatieregime, parallel aan het federale stelsel. Het Vlaamse programmadecreet van 19 december 2025 heeft aldus een tijdelijk regime ingevoerd voor de regularisatie van ontdoken successie- en registratierechten in het Vlaams Gewest. Geïnspireerd op het Vlaamse decreet van 10 februari 2017, is dit regime van toepassing van 1 januari 2026 tot 31 december 2029 voor inbreuken begaan vóór 1 juli 2025.

De Vlaamse tarieven zijn evenwel verhoogd ten opzichte van het vorige regime :

  • voor niet-verjaarde successierechten: 40 % voor overdrachten in rechte lijn of tussen partners (in plaats van 35 %) en 75 % voor andere overdrachten (in plaats van 70 %);
  • voor niet-verjaarde registratierechten: 25 % (in plaats van 20 %);
  • voor verjaarde kapitalen wordt een progressief tarief ingevoerd: 40 % in 2026, 42 % in 2027, 44 % in 2028 en 45 % in 2029.

Het Vlaamse decreet voorziet tevens in een aftrekmechanisme ten gunste van belastingplichtigen die reeds een regularisatieheffing op federaal niveau hebben betaald. Wanneer een aangever reeds een heffing heeft betaald in het kader van EBAquinquies, kan dit bedrag, onder bepaalde voorwaarden, in aftrek worden genomen binnen het kader van de Vlaamse gewestelijke regularisatie of in het kader van een gewone belastingaangifte met betrekking tot de nalatenschap.

Daarnaast heeft de Ministerraad op 30 april 2026 twee samenwerkingsakkoorden goedgekeurd die werden gesloten tussen de federale overheid enerzijds, en het Vlaams Gewest en het Waals Gewest anderzijds, teneinde de regularisatie te organiseren van fiscaal verjaarde “niet-gesplitste” kapitalen, dat wil zeggen kapitalen waarvoor niet kan worden vastgesteld of zij uitsluitend behoren tot de federale dan wel de gewestelijke fiscale bevoegdheid.

Met het Vlaams Gewest werd aldus overeengekomen dat de helft van de aangegeven bedragen voor deze kapitalen zal worden geregulariseerd binnen het Vlaamse regime. Met het Waals Gewest werd bepaald dat de FOD Financiën de regularisatieaanvragen zal behandelen namens het Gewest, waarbij de geïnde heffingen gelijkelijk worden verdeeld tussen de federale overheid en het Waals Gewest. Deze akkoorden getuigen van de noodzaak van een verhoogde coördinatie tussen de beleidsniveaus in het kader van de nieuwe fiscale regularisatieprocedures.

Een grondige analyse van uw dossier kan de totale kostprijs van een fiscale regularisatie beperken

EBAquinquies en het nieuwe Vlaamse regime weerspiegelen een duidelijke evolutie : de mogelijkheid tot vrijwillige regularisatie blijft bestaan, maar tegen een aanzienlijk hogere kostprijs en binnen een beduidend strenger bewijskader. De recente administratieve praktijk bevestigt een strengere controle door zowel de fiscale overheden als financiële instellingen omtrent de herkomst en de traceerbaarheid van geregulariseerde kapitalen.

Binnen deze context behoudt de fiscale regularisatie een duidelijk belang voor belastingplichtigen die hun fiscale en vermogensrechtelijke situatie wensen te vrijwaren, temeer nu de internationale uitwisseling van inlichtingen en de controlemogelijkheden van de fiscale administraties zich verder versterken. Overweegt u een fiscale regularisatie, dan staat onze fiscale afdeling voor u klaar om uw situatie te analyseren en u te begeleiden bij de uitvoering van deze procedure.

Zie meer artikelen

Luc Herve vervoegt Andersen bij de opening van een nieuw kantoor in Luik
NEWS FROM THE FIRM

05.10.2026

•

NEWS FROM THE FIRM

Luc Herve vervoegt Andersen bij de opening van een nieuw kantoor in Luik

Met plezier kondigen wij aan dat het kantoor van Luc Herve Andersen in Belgium heeft vervoegd. Andersen opende in september een nieuw kantoor in Luik. Luc Herve, fiscalist, professor en erkend bemiddelaar, is er actief als Partner. Samen met hem vervoegt ook Jérémy Lerusse Andersen als Associate. Beiden zijn advocaat aan de Balie van Luik.

Lees het artikel »
Nieuwe deontologische code voor vastgoedmakelaars: meer dan een opfrissing

01.10.2026

•

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

Nieuwe deontologische code voor vastgoedmakelaars: meer dan een opfrissing

Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

Lees het artikel »
Wie het RUP betaalt, riskeert de vergunning

29.09.2026

•

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

Wie het RUP betaalt, riskeert de vergunning

Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

Lees het artikel »
Gezondheidsorganisaties worden betrokken publiek bij omgevingsvergunningen

17.09.2026

•

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

Gezondheidsorganisaties worden betrokken publiek bij omgevingsvergunningen

Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.

Lees het artikel »