Het federaal regeerakkoord 2025-2029 voorziet meerdere maatregelen die van belang zijn voor de vastgoed- en bouwsector. Hieronder halen we hiervan enkele belangrijke punten aan.

De federale regeling wenst het regime voor sloop en heropbouw aan het verlaagde tarief van 6% permanent open te stellen voor projectontwikkelaars en bouwpromotoren. Hiermee wil ze vermijden dat na afloop van de overgangsregeling, op 30 juni 2025, de bouwpromotoren en projectontwikkelaars opnieuw onder het tarief van 21% zouden vallen.
Daarnaast wordt het toepassingsgebied ook uitgebreid naar leveringen, zijnde aankopen in vernieuwbouwprojecten van promotoren.
Het oppervlaktecriterium voor leveringen wordt wel verstrengd van 200 m2 naar 175 m2. Dit betekent dat de bewoonbare oppervlakte niet groter mag zijn dan 175m2 om van dit verlaagde tarief te genieten.
Om renovatie te ondersteunen blijven renovatiewerken aan bestaande (privé)woningen genieten van het verlaagde BTW- tarief van 6%. Voorwaarde is wel dat de (privé)woning minstens 10 jaar oud is en de renovatie aan specifieke criteria voldoet. Dit gunstregime geldt enkel voor werken die door een aannemer uitgevoerd worden. Als u zelfstandig materiaal aankoopt voor de renovatie, zal u nog steeds onder het tarief van 21% vallen. Deze fiscale tegemoetkoming laat toe om oudere woningen aan een aantrekkelijker tarief energiezuinig te maken.
Een andere ingrijpende veranderingen op fiscaal gebied is de verlaging van de registratierechten voor de aankoop van een enige en eigen woning van 3% naar 2%, hetgeen een beduidende besparing oplevert voor kopers.
Tot op heden rijzen er veel onduidelijkheden omtrent de kwalificatie van een werk als renovatie- of vernieuwbouw. Dat is belangrijk omdat er aanzienlijke gevolgen gekoppeld worden aan de verschillende kwalificaties.
Zo konden renovatiewerken in het verleden al vaak genieten van een verlaagd btw-tarief van 6%, waar vernieuwbouwwerken in meeste gevallen onderworpen werden aan een tarief van 21%. Ook lopen de herzieningstermijnen erg uiteen, met een verschil van 5 jaar voor renovatiewerken tot 15 en 25 jaar voor vernieuwbouwwerken.
De nieuwe regering zal zich toeleggen op het neerschrijven van een duidelijke en ondubbelzinnige definitie van het begrip ‘renovatiewerk’ enerzijds, en het begrip ‘vernieuwbouw’ anderzijds. Er zal ook onderzocht worden of een ‘duurzaamheidsvoorwaarde’ ingevoerd kan worden binnen de komende Europese regelgeving, zonder de administratieve lasten voor de sector te vergroten.
Ook op niveau van de vereniging van mede-eigenaars (VME’s) staan een aantal hervormingen gepland. Deze wijzigingen werden ingevoerd met oog op het verlagen van drempels voor energetische renovatie en installatie van hernieuwbare energie, zoals zonnepanelen.
Enerzijds zal het beslissingsproces voor appartementsgebouwen in gedwongen mede-eigendom voor energetische ingrepen, aangepast worden naar gewone meerderheid in plaats van een 2/3e meerderheid, zoals voorheen het geval was. Op deze manier kan het beslissingsproces in de VME sneller en eenvoudiger verlopen.
Anderzijds zal de federale overheid de VME stimuleren om een meerjarig investeringsplan op te maken voor klimaat gerelateerde investeringen en zal ze bekijken hoe we de toegang tot krediet, voor dergelijke investeringen, kunnen vergemakkelijken.
Enerzijds zal De Wet Breyne, die de consument beschermt in het kader van de aankoop van een woning op plan of aankoop van een te bouwen woning, door de regering gemoderniseerd worden. Hiermee tracht ze te voorzien in een hoger beschermingsniveau voor de consument, die door de huidige wetgeving, benadeeld kan worden omwille van de bestaande achterpoortjes.
Zo zal ze onder andere inzetten op
Anderzijds zal, na overleg met de sector en consumentenorganisaties, een wettelijk beschermingsregime voor casco- en grote renovatieprojecten worden uitgebouwd voor consumenten die willen verbouwen of renoveren. Op de dag van vandaag vallen deze projecten immers buiten het toepassingsgebied van de Wet Breyne.
Hoewel bovenstaande hervormingen nobele doelen nastreven, vreest de sector voor een verzwaring van de administratieve lasten. Om tegemoet te komen aan deze bezorgdheden, zal een nauw overleg met de sector en consumentenorganisaties een prominente rol spelen.
De specialisten van Andersen volgen de toekomstige regelgeving nauw voor u verder op. Schrijf zeker in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle zaken die uw sector aanbelangen, en aarzel niet onze specialisten te contacteren mocht u nog vragen hebben, via info@be.Andersen.com of +32 (0)2 747 40 07.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.