Het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting, dat op 14 januari 2026 bij het Parlement werd ingediend, voorziet in de geleidelijke afschaffing van het mechanisme van het huwelijksquotiënt. Indien deze maatregel wordt aangenomen, zal zij een aanzienlijke impact hebben op de fiscale situatie van talrijke eenverdienersgezinnen of koppels met sterk ongelijke inkomens.

Het huwelijksquotiënt, dat van toepassing is op gehuwde koppels en wettelijk samenwonenden, laat vandaag toe om fictief tot 30 % van het beroepsinkomen van de partner met het hoogste inkomen toe te rekenen aan de andere partner, wanneer deze geen of slechts beperkte beroepsinkomsten geniet.
Deze toerekening is evenwel onderworpen aan een maximumplafond (13.460 EUR voor aanslagjaar 2026).
Het wetsontwerp voorziet in een geleidelijke afschaffing volgens gedifferentieerde modaliteiten:
De hervorming wordt gemotiveerd door de wens om de fiscale neutraliteit tussen de verschillende samenlevingsvormen te versterken, aangezien het huwelijksquotiënt niet toegankelijk is voor feitelijk samenwonenden. Daarnaast past zij binnen een evolutie naar een fiscaal model dat minder is afgestemd op het eenverdienersgezin. Tot slot wordt het mechanisme door de wetgever beschouwd als een mogelijke rem op de beroepsactiviteit van de tweede partner.
In de praktijk kan deze hervorming leiden tot een geleidelijke verhoging van de fiscale druk voor bepaalde koppels, wat het des te relevanter maakt om de impact ervan tijdig te analyseren in functie van de inkomensstructuur van het gezin.
Aangezien de tekst nog niet definitief werd aangenomen, blijven aanpassingen mogelijk. Wij zullen u uiteraard op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen.
Bij Andersen in Belgium staan wij tot uw beschikking om de concrete impact van deze maatregelen op uw persoonlijke situatie te analyseren.
Indien u vragen heeft over dit onderwerp of bijstand wenst in het kader van een betwisting met de belastingadministratie kan u steeds contact opnemen met het fiscaal department binnen Andersen.
Sébastien Watelet (Tax Partner) & Océane Magotteaux (Associate)
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.