Vanaf 18 september 2024 is de informatieplicht voor de vastgoedmakelaar uitgebreid. De vastgoedmakelaar dient de kopers eveneens te informeren of het onroerend goed al dan niet in een watergevoelig openruimtegebied (gekend als het WORG) ligt. Dit komt bovenop de informatieplicht van de vastgoedmakelaar omtrent de beschikbaarheid van de omgevingsvergunning, de meest recente stedenbouwkundige bestemming, eventuele herstelmaatregelen, verkavelingsvergunning, ed. Niet alleen bij de verkoop van een woning maar ook bij de verhuur van een woning van meer dan 9 jaar moet er melding worden gemaakt of het goed gelegen is in watergevoelig openruimtegebied.

Deze verplichting vloeit voort uit de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 tot definitieve aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden. Watergevoelige openruimtegebieden zijn nog niet ontwikkelde watergevoelige gebieden met een harde bestemming. De Vlaamse Regering besliste dat het beter is om deze gebieden niet meer te ontwikkelen en te herbestemmen.
De Vlaamse Regering wil daarmee bebouwing in verschillende geselecteerde overstromingsgevoelige gebieden voorkomen.
Wat zijn de gevolgen van deze beslissing?
Omwille van deze significante wijzigingen worden alle eigenaars van percelen binnen deze gebieden via brief op de hoogte gebracht van het openbaar onderzoek over de voorlopige aanduiding, en later ook over de definitieve aanduiding door de Vlaamse overheid.
Vanaf 18 september 2024 komen eigenaars van getroffen gebieden in aanmerking voor een planschadevergoeding. Eigenaars krijgen twee jaar de tijd om deze schadevergoeding aan te vragen. Het betreft bijgevolg een vergoeding voor de waardevermindering van de gronden die door de aanwijzing als watergevoelige openruimtegebieden niet meer kunnen ontwikkeld worden zoals dat voor de aanwijzing het geval was.
Bij verkoop van dergelijke gronden dient de vastgoedmakelaar de potentiële kopers bijgevolg eveneens te informeren over de opname van de gronden als watergevoelig openruimtegebied.
Wenst u hierover meer informatie, aarzel dan niet onze specialisten te contacteren via info@be.Andersen.com of +32 (0)2 747 40 07.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.