NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

Hoe kan een pachtprijs voldaan worden? Kan dit nog steeds in natura? Is er nog steeds een maximale pachtprijs?

6 augustus 2024

Het Vlaamse Pachtdecreet toegelicht (Deel 9). In dit artikel gaan we dieper in op de wijze waarop de pachtprijs moet worden voldaan, of er nog een maximale pachtprijs bestaat, hoe de betaling betwist kan worden, en of een pachtprijs herzien of verhoogd kan worden.

Hoe kan een pachtprijs voldaan worden? Kan dit nog steeds in natura? Is er nog steeds een maximale pachtprijs?

1. De pachtprijs

De Pachtwet bepaalt de regels voor de betaling van de pachtprijs maar die zorgen in de praktijk vaak voor problemen omdat het voorziet dat een pacht ook voldaan kan worden in natura of in diensten. In de rechtspraak wordt het betalen van de pachtprijs dan ook op zeer ruime wijze geïnterpreteerd, zodat de betrokkenen vaak ongewild toch onder de toepassing van de Pachtwet vallen. 

Om die ruime interpretatie in te perken maakt het Pachtdecreet het alleen mogelijk om aan de pachtprijs te voldoen in geld, ongeacht de bedingen van de pachtovereenkomst. 

De verpachter of zijn gemachtigde zijn verplicht aan de pachter een kwijtschrift af te geven voor de ontvangen pachtprijs en er de werkelijk betaalde som op te vermelden. 

Niettegenstaande elk strijdig beding kan de pachter de pachtprijs betalen per postassignatie, per postcheque op naam, per postwissel of door overschrijving of storting door bemiddeling van een financieel lichaam op de rekening van de verpachter, van één van de verpachters of van hun gemachtigden. 

Die wijze van betaling geldt als bewijs van betaling, tenzij de verpachter de betaling betwist en de betwisting op straffe van verval binnen zes maanden na de dag van betaling voor de rechter brengt. Het bewijs van de betaling van de pachtprijs alsook het bewijs van het bedrag ervan kan geleverd worden door alle rechtsmiddelen, met inbegrip van getuigen en vermoedens. 


2. De maximaal toegestane pachtprijs

De wet tot beperking van de pachtprijzen bepaalde tot nu toe de regels voor de maximaal toegestane pachtprijzen. De maximaal toegestane pachtprijs werd berekend door het kadastraal inkomen van de in pacht gegeven goederen te vermenigvuldigen met een pachtprijscoëfficiënt. Die coëfficiënten werden per provincie en per landbouwstreek vastgelegd door de pachtprijzencommissies.

De regels voor de vaststelling van de pachtprijzencommissies zijn opgenomen in het Pachtdecreet. 

Op die manier zijn alle decretale regels voor de pacht opgenomen in één en dezelfde tekst, wat de duidelijkheid alleen maar ten goede zal komen. Ook de regels betreffende de beperking van de pachtprijzen worden gedeeltelijk overgenomen in het Pachtdecreet. 

Nieuw is dat de pachtprijzencommissie een uitgebreidere basis krijgt om van te vertrekken bij de onderhandelingen over de nieuwe pachtprijscoëfficiënten. 

Voortaan worden de coëfficiënten vastgelegd op basis van de volgende twee criteria:  

1° de verhouding tussen enerzijds de gemiddelde rendabiliteit van de bedrijven in elk van de landbouwstreken tijdens de driejaarlijkse periode die voorafgaat aan het laatste jaar van elke termijn, en anderzijds de gemiddelde rendabiliteit van die bedrijven tijdens dezelfde periode van de vorige termijn;  
2° de niet-gerealiseerde meerwaarde of de niet-gerealiseerde minderwaarde ten gevolge van de evolutie van de prijzen van gronden tijdens de driejaarlijkse periode die voorafgaat aan het laatste jaar van elke termijn. 

Het eerste criterium is doorslaggevend. Bijgevolg zal een stijging van de niet-gerealiseerde waarde van de grondprijzen hierbij een prijs verlagend effect moeten hebben, terwijl een daling een prijsverhogend effect zal moeten hebben. Immers doordat de waarde van zijn onroerend goed stijgt, heeft de pachter een hoger rendement van zijn eigendom, dat hij later zal kunnen realiseren. Dit geldt zeker voor contracten waarin een opzegmogelijkheid om te vervreemden is opgenomen. 


3. Kan een pachtprijs verhoogd worden?

Overeenkomstig het Pachtdecreet kan de pachtprijs van pachtovereenkomsten die zijn opgesteld bij authentieke akte worden verhoogd als volgt:  

  1. met 36 % voor gronden en met 18 % voor gebouwen als de eerste gebruiksperiode ten minste 18 jaar bedraagt;  
  2. met 42 % voor gronden en met 21 % voor gebouwen als de eerste gebruiksperiode ten minste 21 jaar bedraagt;  
  3. met 48 % voor gronden en met 24 % voor gebouwen als de eerste gebruiksperiode ten minste 24 jaar bedraagt;  
  4. met 50 % voor gronden en met 25 % voor gebouwen als de eerste gebruiksperiode ten minste 25 jaar of meer bedraagt.

Na de eerste gebruiksperiode wordt de pachtprijs teruggebracht tot de maximale pachtprijs. 
In het kader van loopbaanpacht, mag de maximale pachtprijs verhoogd worden met 50 % voor gronden en met 25 % voor gebouwen. 


4. Kan een pachtprijs herzien worden?

Het Pachtdecreet neemt ook de bepalingen betreffende de herziening van de pachtprijs over. 

Elk van de partijen mag de herziening vragen van de prijs van een lopende pacht voor zover deze prijs afwijkt van de actuele maximaal toegestane pachtprijs. 

Als een pachter de herziening vraagt van de prijs van een lopende pacht waarvan het bedrag hoger is dan de maximaal toegestane pachtprijs, dan is de pacht niet nietig maar wordt de pachtprijs teruggebracht tot het bedrag van de maximaal toegestane pachtprijs. 

De aanvraag van de verpachter voor een herziening van de pachtprijs heeft alleen uitwerking op de pachtprijzen die vervallen na de datum van de kennisgeving van de aanpassing van de pachtprijs. 

Pachtprijzen die de maximaal toegestane pachtprijs overschrijden, worden aan de pachter, op zijn verzoek, terugbetaald. Die terugbetaling is alleen van toepassing op de vervallen en betaalde pachten van de vijf jaar die aan het verzoek voorafgaan. 

De eis van de pachter tot terugbetaling verjaart na één jaar, te rekenen vanaf de dag waarop hij het gehuurde goed heeft verlaten. 

Wenst u hierover meer informatie, aarzel dan niet onze specialisten te contacteren via info@be.Andersen.com of +32 (0)2 747 40 07.

Meer weten over dit onderwerp?

Ik zoek een expert in

Zie meer artikelen

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

28.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

Lees het artikel »
Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

10.07.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium

Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

Lees het artikel »
De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

08.07.2026

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

Lees het artikel »
Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

08.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.

Lees het artikel »