Het Hof van Cassatie heeft op 18 december 2025 een belangrijk arrest gewezen in een tuchtzaak tegen een vastgoedmakelaar, met grote gevolgen voor de hele vastgoedsector.

De zaak draait om de deontologische verantwoordelijkheid van een vastgoedmakelaar die werkzaam was binnen een grotere vastgoedgroep.
Het Hof bevestigt een fundamenteel principe: wie als vastgoedmakelaar is ingeschreven bij het BIV, blijft altijd persoonlijk deontologisch verantwoordelijk voor zijn handelen, ongeacht de organisatie waarin hij werk
Een vastgoedmakelaar had jarenlang dossiers beheerd binnen zijn eigen kantoor.
Na de overname van dat kantoor door een grote vastgoedgroep bleef hij actief als zelfstandig medewerker binnen die structuur.
Na klachten over onder meer:
werd hij tuchtrechtelijk vervolgd door het BIV.
De Kamer van Beroep had hem vrijgesproken omdat de bestuurder van de vastgoedgroep zich als “deontologisch verantwoordelijke” had gepresenteerd en bepaalde fouten had laten rechtzetten.
Het Hof van Cassatie vernietigt die beslissing.
Het Hof stelt duidelijk dat:
het feit dat een andere vastgoedmakelaar, een bestuurder of een vastgoedgroep zich als deontologisch verantwoordelijke aandient of tekortkomingen corrigeert, geen invloed heeft op de persoonlijke tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van de makelaar die de inbreuken heeft begaan.
De deontologische verantwoordelijkheid is:
Dit arrest doorbreekt een praktijk waarbij individuele vastgoedmakelaars zich konden verschuilen achter:
Cassatie maakt duidelijk:
de tuchtrechter kijkt naar de persoon die de handeling heeft gesteld, niet naar het organigram van het kantoor.
Zelfs wanneer de makelaar:
of deel uitmaakt van een groter netwerk.
Voor vastgoedkantoren en -groepen betekent dit:
Voor cliënten:
Het Hof van Cassatie bevestigt hiermee een essentieel uitgangspunt van het vastgoedberoep:
Deontologie is persoonlijk. Wie als vastgoedmakelaar optreedt, blijft daar zelf voor verantwoordelijk, ongeacht het kantoor of de structuur waarin hij werkt.
Voor een uitgebreid overzicht van de wetgeving die van toepassing is op de vastgoedsector in Vlaanderen en Brussel kunt u de nieuwe “Vastgoedcodex” raadplegen, gepubliceerd in samenwerking met KnopsPublishing. Koop hier een exemplaar (print of download): https://nl.knopspublishing.be/shop/boeken/burgerlijk-recht/vastgoedcodex-vlaanderen-brussel-2025-2026/
Voor meer informatie over dit onderwerp kan u steeds terecht bij het Real Estate team van Andersen.
Ulrike Beuselinck (Partner – Mediator) & Koen De Puydt (Managing Partner)
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.