In vergunningsdossiers moet het spel eerlijk gespeeld worden: de aanvrager van een omgevingsvergunning mag geen nieuwe technische studies of andere belangrijke dossierstukken op tafel gooien wanneer de betrokkenen ze niet meer tijdig kunnen inkijken of becommentariëren. Toch is precies deze praktijk schering en inslag, tot grote frustratie van menige beroepers en hun raadslieden. In een arrest van 23 oktober 2025 maakt de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) daar nu een einde aan.

Arrest RvVb van 23 oktober 2025, nr. RvVb-A-2526-0131 – Download het arrest hier.
Een project voor de bouw van negen eengezinswoningen in een achterliggend binnengebied heeft eerder al tot drie vernietigingen geleid. In de vierde ronde voegde de aanvrager, vlak voor de hoorzitting bij de provincie, nog een geluidstudie en een advies over geurhinder toe. Precies die stukken bleken vervolgens doorslaggevend voor de provincie om opnieuw een vergunning te verlenen.
Dit alles tot groot ongenoegen van de beroeper, die van deze nieuwe dossierstukken niet tijdig kennis kon nemen, en zich verschalkt voelde. Volgens hem had de provincie moeten onderzoeken of deze late toevoegingen niet een nieuw openbaar onderzoek vereisten of opnieuw aan de provinciale omgevingsambtenaar moesten worden voorgelegd. Gegriefd door deze handelswijze tekende hij beroep aan bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
De Raad herinnerde eraan dat, hoewel het mogelijk is om in beroep nieuwe dossierstukken toe te voegen, daarbij wel bepaalde voorwaarden moeten worden nageleefd (cf. artikel 64 Omgevingsvergunningsdecreet). Een van die voorwaarden is dat de rechten van derden niet worden geschonden, zoals het recht om zich op nuttige wijze en met kennis van zaken te kunnen verweren.
Volgens de Raad waren de nieuwe studies hier allesbehalve bijkomstig. Dat de beroeper ze pas tijdens de zitting voor het eerst zag, ging voor de Raad een brug te ver: het publiek mag niet voor voldongen feiten worden geplaatst. De vergunning mocht dus niet steunen op informatie waarvan de beroeper niet tijdig kennis kon nemen, laat staan opmerkingen kon maken. Al zeker niet zonder enige motivering vanwege de Provincie. De vergunning werd dan ook vernietigd.
De belangrijkste les uit dit arrest is eenvoudig én fundamenteel voor elke vergunningsprocedure: transparantie en tijdigheid zijn geen formaliteiten, maar basisvoorwaarden voor een eerlijk verloop. Aanvragers kunnen hun dossier dus niet ‘rechttrekken’ door op het einde nog snel bijkomende studies in te dienen, en vergunnende besturen mogen dergelijke stukken niet zomaar aanvaarden.
De Raad stelt daarmee duidelijk paal en perk aan de praktijk van last-minute dossierherstellingen ten nadele van beroepers tegen een omgevingsvergunning. Voor aanvragers betekent dit dat essentiële documenten best tijdig worden ingediend, terwijl besturen erover moeten waken dat elke wijziging correct wordt getoetst aan artikel 64 Omgevingsvergunningsdecreet (met motivering). Zo wordt vermeden dat een vergunning later alsnog sneuvelt.
Aarzel niet om het team real estate van Andersen in Belgium te contacteren voor meer informatie en bijstand in procedures voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen en andere administratieve rechtscolleges.
Matias Osorio Olivera (Counsel)
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.