Bestuurders van vennootschappen bevinden zich in het hart van het ESG-gebeuren. Zij dragen niet alleen de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering, maar hebben ook de taak om duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid te integreren in de kern van hun bedrijfsstrategie. De rol van bestuurders wordt nog aanzienlijker onderstreept door de CSRD en CSDDD, twee baanbrekende regelgevende initiatieven die duurzaamheidstransparantie en -verantwoordelijkheid op Europees niveau willen versterken. We verwijzen hiervoor ook naar ons vorig artikel hieromtrent.

De CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) verplicht bestuurders om uitgebreide ESG-rapportages op te stellen, inclusief niet-financiële essentiële prestatie-indicatoren en duurzaamheidsrapportering.
De verantwoordelijkheden van bestuurders onder de CSRD omvatten:
De FSMA (De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) publiceerde onlangs als toezichthoudende overheid een mededeling waarin ze de uitdagingen van de CSRD-richtlijn toelicht voor genoteerde vennootschappen. Ondernemingen kunnen deze mededeling gebruiken als inspiratie om zich voor te bereiden op de duurzaamheidsrapportering.
De CSDDD (Corporate Sustainability Due Diligence Directive) legt nieuwe verantwoordelijkheden op aan bestuurders met betrekking tot due diligence-processen en de integratie van duurzaamheid in de bedrijfsstrategie.
Ondernemingen zijn gehouden een plan op te stellen om ervoor te zorgen dat het bedrijfsmodel en de strategie van de onderneming verenigbaar zijn met de overgang naar een duurzame economie en met de beperking van de opwarming van de aarde. Bestuurders hebben hier de taak om toezicht te houden op deze verplichtingen.
Bovendien krijgen bestuurders een zorgplicht. Dit betekent dat zij, wanneer zij beslissingen nemen die invloed hebben op de onderneming, rekening moeten houden met de gevolgen daarvan op het vlak van duurzaamheida.
De CSDDD legt niet alleen verantwoordelijkheden op, maar maakt deze ook juridisch afdwingbaar.
Bestuurders en vergelijkbare mandatarissen hebben de plicht om duurzaamheidsoverwegingen mee te nemen in hun besluitvorming. Wanneer zij deze verplichting niet nakomen, kan dit leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid volgens de nationale regelgeving.
Een opvallend aspect van de CSDDD is de uitbreiding van de bestuurdersaansprakelijkheid. Deze richtlijn moet nog omgezet worden waardoor de reikwijdte van nationale voorschriften met betrekking tot het verzuim van bestuurders uitgebreid zal worden.
Met andere woorden, als een bestuurder niet voldoet aan de eerdergenoemde zorgplicht, zal dit beschouwd kunnen worden als bestuursfout in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV).
Het is dus nog afwachten hoe de wetgever deze verplichtingen in het nationaal recht zal implementeren.
Indien u hierover bijkomende vragen hebt, aarzel dan niet onze specialisten te contacteren via info@seeds.law of +32 (0)2 747 40 07.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.