NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

Pillar II in België: indieningstermijnen verlengd tot 30 september 2026

13 mei 2026

In oktober 2021 hebben meer dan 135 rechtsgebieden binnen het OESO/G20 Inclusive Framework on BEPS ingestemd met de invoering van een wereldwijde minimumbelasting van 15%. Deze maatregel, algemeen bekend als Pillar II, richt zich op grote multinationale groepen en heeft als doel ervoor te zorgen dat hun winsten in elk rechtsgebied waar zij actief zijn aan een minimumbelasting worden onderworpen.

Pillar II in België: indieningstermijnen verlengd tot 30 september 2026

De Europese Unie heeft deze regels omgezet via Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022. België heeft de richtlijn op haar geïmplementeerd via de Wet van 19 december 2023 (de “Belgische Pillar II-wet”), zoals gewijzigd door de Wet van 12 mei 2024. De regels zijn van toepassing op multinationale groepen en omvangrijke binnenlandse groepen met een geconsolideerde jaaromzet van minstens EUR 750 miljoen in minstens twee van de vier voorafgaande boekjaren.

Hoe werkt het?

Het effectieve belastingtarief (ETR) wordt per rechtsgebied berekend : voor elk land waar de groep entiteiten heeft, worden de betrokken belastingen gedeeld door de kwalificerende inkomsten (GloBE-inkomsten). Wanneer het ETR in een bepaald rechtsgebied lager ligt dan 15%, ontstaat een bijheffing (top-up tax).

De centrale vraag is vervolgens: welk rechtsgebied mag deze bijheffing innen? De GloBE-regels beantwoorden dit via drie mechanismen die in een specifieke volgorde worden toegepast:

  • De Qualified Domestic Minimum Top-up Tax (QDMTT) heeft voorrang. Dit mechanisme laat het rechtsgebied waar de laagbelaste entiteiten gevestigd zijn toe om zelf de bijheffing te innen, vóór andere rechtsgebieden dat kunnen doen. België heeft een QDMTT ingevoerd : zo wordt verzekerd dat eventuele Belgische opbrengsten uit de bijheffing in België blijven, in plaats van geïnd te worden door het rechtsgebied van de moedervennootschap.
  • Vervolgens geldt de Income Inclusion Rule (IIR). Deze werkt volgens een top-downbenadering: de uiteindelijke moedervennootschap (Ultimate Parent Entity of UPE) is belastingplichtig voor de bijheffing op de laagbelaste inkomsten van haar buitenlandse dochtervennootschappen, voor zover een QDMTT de belasting niet reeds heeft geheven in het bronrechtsgebied. Indien de UPE niet gevestigd is in een rechtsgebied dat de IIR toepast, verschuift de verplichting naar tussenliggende moedervennootschappen.
  • De Undertaxed Profits Rule (UTPR) fungeert als vangnet. Deze regel is enkel van toepassing wanneer noch de QDMTT, noch de IIR de bijheffing heeft geïnd — doorgaans omdat de UPE gevestigd is in een rechtsgebied dat Pillar II niet heeft ingevoerd (zoals de Verenigde Staten). De UTPR verdeelt de resterende bijheffing over andere rechtsgebieden binnen de groep, op basis van de aanwezige substance in elk rechtsgebied (werknemers en materiële activa).

Aangifteverplichtingen

Groepen die binnen het toepassingsgebied vallen en Belgische entiteiten hebben, moeten voldoen aan verschillende jaarlijkse aangifteverplichtingen:

  • QDMTT-aangifte (art. 52 van de Belgische Pillar II-wet) – in te dienen binnen 11 maanden na het einde van het boekjaar. De indiening is verplicht, ongeacht of effectief een bijheffing verschuldigd is of dat de tijdelijke CbCR safe harbours van toepassing zijn.
  • IIR-aangifte (art. 57/1) – in te dienen binnen 18 maanden na het einde van het boekjaar voor het eerste toepasselijke boekjaar, en binnen 15 maanden voor de daaropvolgende jaren.
  • GloBE Information Return (GIR) – een uitgebreide aangifte met de berekeningen van het effectieve belastingtarief (ETR) en de bepaling van de bijheffing per rechtsgebied. Deze moet binnen dezelfde termijn worden ingediend door de Ultimate Parent Entity (UPE). Daarnaast is ook een GIR-kennisgeving vereist.

Verlenging van de indieningstermijnen

Omwille van de praktische uitdagingen die gepaard gaan met de eerste indiening van deze aangiftes heeft de Belgische fiscus twee opeenvolgende verlengingen van de indieningstermijnen toegekend.

Op 17 november 2025 heeft de FOD Financiën de indieningstermijn voor de QDMTT-aangifte verlengd tot 30 juni 2026, om deze af te stemmen op de GIR-termijn en op de QDMTT-indieningstermijnen die in de meeste andere EU-lidstaten gelden.

Op 3 april 2026 werd een bijkomende verlenging aangekondigd. Alle QDMTT- en IIR-aangiften waarvan de wettelijke indieningstermijn normaal vóór 30 september 2026 zou verstrijken, worden nu uitgesteld tot 30 september 2026. De FOD Financiëne heeft hiervoor geen expliciete reden meegedeeld, maar de verlenging houdt vermoedelijk verband met het feit dat de aangifteformulieren en de bijhorende praktische richtlijnen nog niet definitief zijn.

Dit betreft een eenmalige verlenging. Voor de daaropvolgende boekjaren blijven de gewone wettelijke termijnen van toepassing: 11 maanden voor de QDMTT-aangifte en 15 maanden voor de IIR-aangifte.

De indieningstermijn voor de GIR blijft ongewijzigd op 30 juni 2026 voor groepen met een boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar.

Hoe wij u kunnen helpen

De verlenging tot 30 september 2026 biedt bijkomende tijd, maar vermindert de omvang of complexiteit van de onderliggende verplichtingen niet. De nieuwe deadline valt samen met de jaarlijkse deadlines voor de aangifte vennootschapsbelasting en de indiening van het Local File voor vennootschappen met een boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar, terwijl de aangifteformulieren nog steeds slechts in ontwerpvorm beschikbaar zijn.

Ons internationaal belastingteam bij Andersen beschikt over de expertise om uw groep te begeleiden bij het volledige Pillar II complianceproces. Wenst u meer informatie of wilt u uw Pillar II-verplichtingen bespreken, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.

Zie meer artikelen

Luc Herve vervoegt Andersen bij de opening van een nieuw kantoor in Luik
NEWS FROM THE FIRM

05.10.2026

•

NEWS FROM THE FIRM

Luc Herve vervoegt Andersen bij de opening van een nieuw kantoor in Luik

Met plezier kondigen wij aan dat het kantoor van Luc Herve Andersen in Belgium heeft vervoegd. Andersen opende in september een nieuw kantoor in Luik. Luc Herve, fiscalist, professor en erkend bemiddelaar, is er actief als Partner. Samen met hem vervoegt ook Jérémy Lerusse Andersen als Associate. Beiden zijn advocaat aan de Balie van Luik.

Lees het artikel »
Nieuwe deontologische code voor vastgoedmakelaars: meer dan een opfrissing

01.10.2026

•

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

Nieuwe deontologische code voor vastgoedmakelaars: meer dan een opfrissing

Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

Lees het artikel »
Wie het RUP betaalt, riskeert de vergunning

29.09.2026

•

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

Wie het RUP betaalt, riskeert de vergunning

Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

Lees het artikel »
Gezondheidsorganisaties worden betrokken publiek bij omgevingsvergunningen

17.09.2026

•

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

Gezondheidsorganisaties worden betrokken publiek bij omgevingsvergunningen

Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.

Lees het artikel »