In oktober 2021 hebben meer dan 135 rechtsgebieden binnen het OESO/G20 Inclusive Framework on BEPS ingestemd met de invoering van een wereldwijde minimumbelasting van 15%. Deze maatregel, algemeen bekend als Pillar II, richt zich op grote multinationale groepen en heeft als doel ervoor te zorgen dat hun winsten in elk rechtsgebied waar zij actief zijn aan een minimumbelasting worden onderworpen.

De Europese Unie heeft deze regels omgezet via Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022. België heeft de richtlijn op haar geïmplementeerd via de Wet van 19 december 2023 (de “Belgische Pillar II-wet”), zoals gewijzigd door de Wet van 12 mei 2024. De regels zijn van toepassing op multinationale groepen en omvangrijke binnenlandse groepen met een geconsolideerde jaaromzet van minstens EUR 750 miljoen in minstens twee van de vier voorafgaande boekjaren.
Het effectieve belastingtarief (ETR) wordt per rechtsgebied berekend : voor elk land waar de groep entiteiten heeft, worden de betrokken belastingen gedeeld door de kwalificerende inkomsten (GloBE-inkomsten). Wanneer het ETR in een bepaald rechtsgebied lager ligt dan 15%, ontstaat een bijheffing (top-up tax).
De centrale vraag is vervolgens: welk rechtsgebied mag deze bijheffing innen? De GloBE-regels beantwoorden dit via drie mechanismen die in een specifieke volgorde worden toegepast:
Groepen die binnen het toepassingsgebied vallen en Belgische entiteiten hebben, moeten voldoen aan verschillende jaarlijkse aangifteverplichtingen:
Omwille van de praktische uitdagingen die gepaard gaan met de eerste indiening van deze aangiftes heeft de Belgische fiscus twee opeenvolgende verlengingen van de indieningstermijnen toegekend.
Op 17 november 2025 heeft de FOD Financiën de indieningstermijn voor de QDMTT-aangifte verlengd tot 30 juni 2026, om deze af te stemmen op de GIR-termijn en op de QDMTT-indieningstermijnen die in de meeste andere EU-lidstaten gelden.
Op 3 april 2026 werd een bijkomende verlenging aangekondigd. Alle QDMTT- en IIR-aangiften waarvan de wettelijke indieningstermijn normaal vóór 30 september 2026 zou verstrijken, worden nu uitgesteld tot 30 september 2026. De FOD Financiëne heeft hiervoor geen expliciete reden meegedeeld, maar de verlenging houdt vermoedelijk verband met het feit dat de aangifteformulieren en de bijhorende praktische richtlijnen nog niet definitief zijn.
Dit betreft een eenmalige verlenging. Voor de daaropvolgende boekjaren blijven de gewone wettelijke termijnen van toepassing: 11 maanden voor de QDMTT-aangifte en 15 maanden voor de IIR-aangifte.
De indieningstermijn voor de GIR blijft ongewijzigd op 30 juni 2026 voor groepen met een boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar.
De verlenging tot 30 september 2026 biedt bijkomende tijd, maar vermindert de omvang of complexiteit van de onderliggende verplichtingen niet. De nieuwe deadline valt samen met de jaarlijkse deadlines voor de aangifte vennootschapsbelasting en de indiening van het Local File voor vennootschappen met een boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar, terwijl de aangifteformulieren nog steeds slechts in ontwerpvorm beschikbaar zijn.
Ons internationaal belastingteam bij Andersen beschikt over de expertise om uw groep te begeleiden bij het volledige Pillar II complianceproces. Wenst u meer informatie of wilt u uw Pillar II-verplichtingen bespreken, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.
Ik zoek een expert in

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.

23.06.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
De groei van e-commerce heeft het consumentengedrag ingrijpend veranderd. Om onlineaankopen aan te moedigen, hebben retailers geleidelijk klantvriendelijke beleidsmaatregelen ingevoerd: gratis levering, gratis retourzendingen, langere retourtermijnen en terugbetalingen zonder opgave van reden.