NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

SEEDS OF LAW BEKOMT EEN VRIJSPRAAK VOOR EEN CLIËNTE TEGEN DE BELASTINGADMINISTRATIE

27 september 2023

In een recent vonnis sprak de correctionele rechtbank van Antwerpen een cliënte van Seeds of Law vrij die valselijk beschuldigd werd van inbreuken op de douanewetgeving.

SEEDS OF LAW BEKOMT EEN VRIJSPRAAK VOOR EEN CLIËNTE TEGEN DE BELASTINGADMINISTRATIE

1. Welke waren de feiten?

De douaneadministratie beschuldigde cliënte ervan dat zij geen juiste goederencode had gebruikt bij de aangifte van een partij kleding uit China. Verder beschuldigde de douaneadministratie haar ervan dat zij geen nettogewicht van de ingevoerde goederen had aangegeven en dat er een onderwaardering was van de aangegeven goederen.  

De douaneadministratie beweerde dat zij een veel hogere waarde had moeten aangeven, en legde hogere invoerrechten op, alsook een boete.

Cliënte ontving tot meerdere keren toe een voorstel van minnelijke schikking, met het verzoek tot betaling. Bij weigering van de minnelijke schikking zouden de goederen in beslag worden genomen en een correctionele procedure opgestart worden.

Seeds of Law betwistte de argumentatie van de douaneadministratie namens cliënte, vooreerst in een administratieve procedure, waarin zij een uitvoerig dossier indiende waarin de beweringen van de administratie één voor één werden weerlegd. Bij elk bezwaar dat werd ingediend volgde enkel hetzelfde voorstel tot minnelijke regeling zonder het minste antwoord op de argumentatie die door de belastingplichtige werd aangevoerd. De douaneadministratie had ook nog de goederen van cliënte in beslag genomen. Cliënte moest een borg betalen om haar goederen vrij te krijgen teneinde te voldoen aan de leveringsplicht ten opzichte van haar afnemers. Het bedrag van de borg was gelijk aan het bedrag van de verhoogde invoerrechten en de boete.

Cliënte werd zelfs in persoon verhoord door de administratie. Ook tijdens dit verhoor heeft Seeds of Law uitvoerig geprobeerd aan te tonen dat de aangifte correct is gebeurd, doch opnieuw kregen we als enig antwoord hetzelfde voorstel van minnelijke regeling. Cliënte bleef weigeren en werd uiteindelijk gedagvaard voor de correctionele rechtbank in Antwerpen.

Op zich is het al verwerpelijk dat dit geschil werd voorgelegd voor een strafrechtbank. Normaliter, wanneer men een meningsverschil heeft met de fiscus, bijvoorbeeld over inkomstenbelasting of een leegstandsheffing, dan wordt dit geschil voorgelegd aan de burgerlijke rechter. In douanezaken wordt de belastingplichtige onmiddellijk gedagvaard voor de strafrechter.

2. Seeds of Law bekwam een vrijspraak 

De correctionele rechtbank van Antwerpen sprak onze cliënte vrij van de tenlasteleggingen betreffende de gebruikte code en het niet vermelden van het nettogewicht. De code die cliënte al jaren zonder problemen gebruikte, is eigenlijk inruilbaar met de code die de douaneadministratie als correct beschouwde.  

De rechtbank merkte zelfs op dat beide codes leiden tot eenzelfde heffing van invoerrechten en oordeelde dat de administratie geen bewijs had aangebracht dat een verkeerde code werd gebruikt.  

Wat betreft het niet vermelden van het nettogewicht, merkte de rechtbank op dat cliënte inderdaad enkel het brutogewicht had aangegeven, doch dat dit gegeven geen strafbaar feit uitmaakt. Cliënte werd hiervoor dus vrijgesproken.

De waardering van de goederen voor de berekening van de invoerrechten wordt geregeld in het Douanewetboek van de Unie (verder DWU), dat voorziet in een cascadesysteem voor de manier waarop de waarde van de goederen wordt bepaald.

De primaire basis voor de douanewaarde van goederen is de transactiewaarde, te weten: de voor de goederen werkelijk betaalde prijs bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie. Deze waarde kan eventueel worden verhoogd met bepaalde elementen die ten laste komen van de koper en die niet inbegrepen zijn in de transactiewaarde, zoals bijvoorbeeld commissies en courtages, kosten van verpakking en dergelijke meer. De bepalingen van het DWU bepalen ook wat niet mag worden inbegrepen in de douanewaarde, zoals kosten van transport na invoer of kosten voor constructiewerkzaamheden met de ingevoerde goederen.

De transactiewaarde-methode moet worden gebruikt wanneer bepaalde voorwaarden vervuld zijn. Het is enkel wanneer de douanewaarde niet kan worden vastgesteld volgens de transactiewaarde-methode dat de administratie andere methodes kan gebruiken die worden opgesomd door het DWU.  

In dit dossier echter heeft de administratie geweigerd om de transactiewaarde-methode te gebruiken zonder dat zij kon aantonen waarom deze primaire methode niet kon worden toegepast. De administratie oordeelde de eerste vijf trappen van de cascade niet te kunnen toepassen in dit dossier. Er werd daarom gebruik gemaakt van de laatste trap, de methode van de ‘redelijke middelen’. Zij vergeleek de waarde die door cliënte aangegeven was – de transactiewaarde – met de lijst van de gemiddelde Europese waarden (Market Access Database – MADB).

Wij argumenteerden dat deze bijkomende methode niet mocht worden gebruikt, en indien de douaneadministratie alsnog een vergelijking wilde maken met deze lijst, de administratie rekening moest houden met de specifieke parameters van de kledingstukken die cliënte heeft ingevoerd om de hogere transactiewaarde te verantwoorden (de kwaliteit, de gebruikte stof, de oorspronkelijke aankoopprijs, het land van herkomst, etc.).

De rechtbank was van oordeel dat het gegeven dat de waarde van de goederen in grote mate kan variëren naar gelang de kwaliteit, het merk en het aangekochte volume ook betekent dat de statistische gegevens op basis van de goederencodes niet als enige maatstaf kan dienen om te oordelen of de factuurwaarde verdacht laag zou zijn. De gehanteerde gemiddelde waarden worden bepaald op basis van statistische gegevens per goederencode, per land van oorsprong en per land van bestemming. Door gebruik te maken van de goederencode kunnen deze gemiddelde waarden voor veel soorten goederen een vertekend beeld schetsen. De rechtbank oordeelde dat het niet bewezen was dat de aangegeven transactiewaarde niet correct zou zijn en sprak cliënte vrij. De fiscale vordering, gebaseerd op de zogenaamde foutieve aangifte, werd eveneens verworpen.

Wij hadden gehoopt dat de rechtbank geoordeeld zou hebben dat de administratie ten onrechte onmiddellijk overging tot waardering door gebruik te maken van de laatste trap, de methode van de ‘redelijke middelen’, en dus het cascadesysteem heeft miskend. Desalniettemin heeft de rechtbank onze cliënte vrijgesproken.

De douaneadministratie heeft beroep aangetekend tegen deze beslissing.

Wij houden u op de hoogte.

tags
cascadesysteem, douane, douaneadministratie, douanewaarde, Douanewetboek van de Unie, douanewetgeving, DWU, goederencode, invoerrechten, methode van de ‘redelijke middelen’, transactiewaarde, transactiewaarde-methode

Zie meer artikelen

Luc Herve vervoegt Andersen bij de opening van een nieuw kantoor in Luik
NEWS FROM THE FIRM

05.10.2026

•

NEWS FROM THE FIRM

Luc Herve vervoegt Andersen bij de opening van een nieuw kantoor in Luik

Met plezier kondigen wij aan dat het kantoor van Luc Herve Andersen in Belgium heeft vervoegd. Andersen opende in september een nieuw kantoor in Luik. Luc Herve, fiscalist, professor en erkend bemiddelaar, is er actief als Partner. Samen met hem vervoegt ook Jérémy Lerusse Andersen als Associate. Beiden zijn advocaat aan de Balie van Luik.

Lees het artikel »
Nieuwe deontologische code voor vastgoedmakelaars: meer dan een opfrissing

01.10.2026

•

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

Nieuwe deontologische code voor vastgoedmakelaars: meer dan een opfrissing

Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

Lees het artikel »
Wie het RUP betaalt, riskeert de vergunning

29.09.2026

•

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

Wie het RUP betaalt, riskeert de vergunning

Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

Lees het artikel »
Gezondheidsorganisaties worden betrokken publiek bij omgevingsvergunningen

17.09.2026

•

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

Gezondheidsorganisaties worden betrokken publiek bij omgevingsvergunningen

Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.

Lees het artikel »