De regels voor uniformen in de bewakingssector werden voor lange tijd vastgelegd in het ministerieel besluit van 8 juni 2007. Dit besluit werd vervangen door een nieuw ministerieel besluit van 19 juli 2024. Hoewel de meeste van de voormalige regels werden behouden, heeft de FOD Binnenlandse Zaken het nodig geacht om sommige ervan te herzien en de regelgeving op bepaalde punten aan te vullen.

Er werden met name regels ingevoerd om
Dit nieuwe “Ministerieel besluit uniform” trad in werking op 12 september 2024.
Er zijn echter twee overgangsperiodes toegestaan, die aan het einde van dit artikel worden toegelicht.
Hier volgt een samenvatting van de toepasselijke regels.
De toegestane kleuren blijven dezelfde: zwart, wit, geel en rood, evenals de mix van deze kleuren (grijs, roze, oranje, enz.).
De afwezigheid van blauw en groen heeft te maken met de duidelijke bedoeling van de FOD Binnenlandse Zaken om elke verwarring met de uniformen van de politie of het leger te verbieden.
Dit verbod geldt ook voor alle onderdelen, versierselen, elementen en zelfs accessoires die verward kunnen worden met de uniformen van deze laatsten.
Het nieuwe decreet legt een bijkomende regel vast, namelijk de verplichting om op de bovenstukken van het uniform de officiële naam/afkorting van het bewakingsbedrijf te vermelden, zodat het publiek op redelijke afstand kan zien tot welk bedrijf de bewakingsagent behoort.
Naast deze naam mag op het uniform ook :
Het is een goede zaak dat de FOD Binnenlandse Zaken eindelijk het gebruik van de term “bewaking” en de derde nationale taal, die 17 jaar lang verwaarloosd werd, heeft toegelaten…
De verplichting om het VIGILIS-embleem te dragen blijft behouden: het moet altijd rechts op borsthoogte worden aangebracht.
Een andere bewoording is niet toegestaan.
Het doel van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie is om te voorkomen dat onbedoelde personen in het bezit komen van bewakingsuniformen. Net zoals bij politie- of militaire uniformen moet koste wat het kost vermeden worden dat uniformen van bewakings- of veiligheidsagenten gestolen, onvindbaar of verkocht worden op markten of postorderwebsites.
Er zijn regels opgesteld voor het beheer van de voorraad van uniformen, de traceerbaarheid (volgens een systeem gekozen door de onderneming) en de aangifte die moet worden gedaan in geval van diefstal.
De onderneming of de afdeling houdt een inventaris bij van de uniformstukken die deel uitmaken van haar voorraad.
Het in- en uitgaan van uniformen moet worden geregistreerd.
Afgeleverde uniformstukken moeten traceerbaar zijn in de zin dat het bedrijf of de afdeling te allen tijde moet weten welke uniformstukken in het bezit zijn van welke agent.
Voor het overige bevat het “Uniformbesluit” nauwkeurige regels voor de aflevering van uniformen aan agenten (dit kan persoonlijk gebeuren, door het versturen van een pakket tegen ontvangstbevestiging of door het afgeven bij een beveiligde locker of afhaalpunt), met een lijst die door de agent moet worden gecontroleerd en de teruggave van het uniform aan de onderneming.
Net als voorheen hebben agenten 5 werkdagen de tijd om het uniform in te leveren wanneer zij hun activiteiten definitief staken.
De nieuwe bepalingen voorzien in een aanmaning van de agent als deze termijn niet wordt nageleefd, evenals in de mogelijkheid om de onderstukken van het uniform te behouden, mits toestemming van de werkgever.
De agent is verantwoordelijk voor de hem geleverde uniformkleding en neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat onbevoegde derden deze in handen krijgen.
Het is hem verboden deze uniformstukken te verkopen, uit te lenen, uit te wisselen of weg te geven.
De agent meldt verlies of diefstal van hem ter beschikking gestelde uniformstukken onmiddellijk aan de onderneming of de afdeling en doet binnen 48 uur na ontdekking van diefstal of verlies tevens aangifte bij de politie, tenzij zijn werkgever dit reeds heeft gedaan.
Agenten mogen hun uniform alleen dragen tijdens de uitoefening van hun functie en op weg van en naar het werk.
Bij het uitoefenen van hun functie dragen agenten de hen toegewezen uniformen. Persoonlijke kleding mag alleen op een niet zichtbare manier worden gedragen. (met uitzondering van persoonlijke accessoires zoals een pet, riem of handschoenen, en altijd op voorwaarde dat deze niet kunnen worden verward met werkkleding van militairen of agenten van de openbare macht).
Het “Uniformbesluit” treedt in werking op 12 september 2024.
De artikelen 6, 7 en 8 die betrekking hebben op
treden in werking op 1 april 2025.
Wenst u hierover meer informatie te ontvangen of wenst u te worden bijgestaan door de specialisten van Andersen ? Aarzel dan niet ons te contacteren op +32 (0)2 747 40 07 of via info@be.Andersen.com.
Ik zoek een expert in

05.10.2026
•NEWS FROM THE FIRM
Met plezier kondigen wij aan dat het kantoor van Luc Herve Andersen in Belgium heeft vervoegd. Andersen opende in september een nieuw kantoor in Luik. Luc Herve, fiscalist, professor en erkend bemiddelaar, is er actief als Partner. Samen met hem vervoegt ook Jérémy Lerusse Andersen als Associate. Beiden zijn advocaat aan de Balie van Luik.

01.10.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

29.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

17.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.