Werd uw grond aangeduid als watergevoelig openruimtegebied, maar bent u geen eigenaar? Tot voor kort kreeg enkel de eigenaar een vergoeding, en dan nog verminderd. Het Verzameldecreet Omgeving trekt dit vanaf 20 augustus 2026 recht, en wie in het verleden uit de boot viel krijgt twee jaar de tijd om alsnog een aanvraag in te dienen.

Sinds 2017 kan de Vlaamse Regering gronden aanduiden als ‘watergevoelig openruimtegebied’, kortweg WORG. Dat gebeurt op plekken die belangrijk zijn voor waterberging of overstromingsbeheer, en die daardoor grotendeels onbebouwbaar blijven. Als tegenprestatie voorziet artikel 5.6.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in een vergoeding voor de betrokken eigenaars, berekend volgens dezelfde regels als de gewone planschadevergoeding.
In de praktijk bleek die vergoeding niet voor iedereen toegankelijk. Artikel 5.6.8 VCRO omschreef de vergoedingsgerechtigde als degene die op het moment van de aanduiding “het eigendomsrecht of het bloot eigendomsrecht” op het perceel kon laten gelden. Het algemene Instrumentendecreet van 26 mei 2023 hanteert voor vergelijkbare eigenaarsvergoedingen een ruimere omschrijving, waarin ook een opstalhouder of erfpachter als begunstigde meetelt.
Dat verschil zorgde voor een concreet nadeel. Bij een gewone planschadevergoeding delen een eigenaar en een opstalhouder de vergoeding volgens hun aandeel. Bij een WORG-aanduiding ging de volledige vergoeding naar de eigenaar alleen, en dan nog verminderd met het aandeel dat aan het opstalrecht kon worden toegerekend. De opstalhouder of erfpachter zelf kreeg niets.
Het Verzameldecreet Omgeving vervangt artikel 5.6.8, §6, VCRO door een eenvoudige verwijzing naar de planschaderegeling van de artikelen 2.6.1 en 2.6.2 VCRO. Daardoor gelden voor WORG-vergoedingen voortaan automatisch dezelfde regels over wie begunstigde is als bij een gewone planschadevergoeding, inclusief de bredere kring van gerechtigden uit het Instrumentendecreet.
Wie in het verleden als begunstigde volgens het Instrumentendecreet gold, maar niet vergoedingsgerechtigd was onder de oude, striktere lezing van artikel 5.6.8 VCRO, kan alsnog een aanvraag indienen. Het decreet voorziet namelijk een overgangsregeling die het volgende bepaalt:
Hebt u een opstalrecht, een erfpacht of een ander zakelijk recht op grond die ooit als watergevoelig openruimtegebied werd aangeduid, en ontving u daarvoor nooit een vergoeding? Dan loont het de moeite om dit na te kijken. De termijn van twee jaar om alsnog een aanvraag in te dienen, begint te lopen vanaf 20 augustus 2026, ook voor aanduidingen van jaren geleden.
Onze specialisten van Team Real Estate adviseren u graag over vergoedingsregelingen en eigendomsbeperkingen in de ruimtelijke ordening.
Ik zoek een expert in

20.08.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Een klein of onhandig gevormd perceel in woonreservegebied bouwrijp maken, liep de voorbije jaren vaak vast op eisen die voor zo'n perceel gewoon niet haalbaar zijn, zoals functievermenging of groepering van woningen. Het Verzameldecreet Omgeving voert vanaf 20 augustus 2026 concrete versoepelingen in, met heldere oppervlaktegrenzen.

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.