NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

B2B gestructureerde elektronische facturering

18 juli 2024

De wet die de verplichting invoert om gestructureerde elektronische facturen uit te reiken tussen belastingplichtigen werd op 20 februari 2024 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De verplichting om elektronische facturen uit te reiken vloeit voort uit het Europese project "Btw in het digitale tijdperk" en, meer in het algemeen, uit de wens om BTW-fraude, een belangrijk probleem in de meeste Europese landen, te bestrijden. De ingevoerde factureringsregels zijn gevormd naar de regels die al van toepassing zijn op transacties tussen de particuliere en de publieke sector, met inbegrip van overheidsopdrachten.

B2B gestructureerde elektronische facturering

In dit verband is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen elektronisch verzonden facturen in pdf-formaat en de verplichting om elektronische facturen te verzenden (e-invoicing), die beperkter is en aan een strikte procedure is onderworpen.

De wet definieert elektronische facturering of e-facturering als een elektronische factuur “die is opgesteld, verzonden en ontvangen in een gestructureerde elektronische vorm die automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt”.


1. Voor wie geldt de verplichting tot e-invoicing?

Elektronische facturering is van toepassing op alle aankopen en verkopen van goederen en/of diensten in België en tussen in België gevestigde BTW-plichtige ondernemingen.

Vanuit praktisch oogpunt zijn de bedrijven waarop de verplichting tot elektronische facturatie betrekking heeft, de bedrijven die in België gevestigd, geregistreerd en BTW-plichtig zijn.

Bijgevolg heeft de e-factureringsverplichting ook betrekking op buitenlandse entiteiten met een vaste inrichting in ons land, maar is ze niet van toepassing op bedrijven die buiten het nationale grondgebied gevestigd zijn (zelfs als ze voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd zijn, met of zonder de aanstelling van een verantwoordelijke vertegenwoordiger).

De wet specificeert echter dat bepaalde uitreikers van facturen zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de e-factureringsregels, met name:

  • Belastingplichtigen die onder een forfaitaire btw-regeling vallen, met uitzondering van de bijzondere btw-regeling voor landbouwers;
  • BTW-plichtigen die failliet zijn verklaard;
  • Personen die een btw-vrijstelling genieten krachtens artikel 44 van het BTW-wetboek.

Bij wijze van voorbeeld: een ambulancevervoersbedrijf zal niet onderworpen zijn aan de e-factureringsplicht, terwijl een Belgisch bedrijf dat een gerechtelijke reorganisatieprocedure ondergaat maar BTW-plichtig is, zal moeten voldoen aan de nieuwe factureringsregels.

Opgemerkt zij dat de ontvanger van de factuur verplicht is deze te aanvaarden.


2. Hoe wordt elektronische facturatie ingevoerd?

We zullen moeten wachten op een Koninklijk Besluit voordat we de technische details kennen van de verplichtingen die moeten gerespecteerd worden bij het uitreiken, verzenden en ontvangen van elektronische facturen.

Vermoedelijk zal aanbevolen worden om het Europese PEPPOL-netwerk te gebruiken, tenzij de partijen in onderling overleg beslissen om een ander netwerk te kiezen voor hun gestructureerde elektronische facturatie.

In ieder geval zullen bedrijven moeten voldoen aan de Europese norm (EN 16931-1 en CEN/TS 16931-2) die de structuur van de elektronische factuur definieert.

De gegevens zullen dan worden doorgestuurd door het bedrijf dat de transactie uitvoert via een specifiek platform dat door de belastingdienst ter beschikking wordt gesteld.

Het openbare HERMES-platform kan echter tijdelijk worden gebruikt om elektronische facturen te verzenden als de ontvanger nog niet over geschikte software hiervoor beschikt.


3. Wanneer is e-facturering verplicht?

De e-factureringsverplichting moet ingaan op 1 januari 2026 en vanaf die datum moeten de betrokken bedrijven voldoen aan specifieke factureringsprocedures.

Het niet naleven van deze procedures zal leiden tot zware boetes, aangezien de belastingdienst zal oordelen dat er geen factuur is uitgereikt. Dit maakt het onmogelijk om de BTW op de factuur terug te vorderen en kan leiden tot een fiscale boete.


4. Aftrek van kosten in verband met elektronische facturering

Er moet worden benadrukt dat een tijdelijke aftrek van kosten, verhoogd met 120 %, is voorzien, met uitzondering van afschrijvingskosten, voor kosten die worden gemaakt voor het installeren van factureringssoftware, evenals voor advieskosten in verband met de verplichtingen in deze wet. 

Deze maatregel is van toepassing op eenmanszaken en kmo’s van belastingjaar 2024 tot en met 2027. 

Het dekt bijvoorbeeld de kosten van periodieke abonnementen op factureringsprogramma’s en advieskosten die specifiek zijn gemaakt voor de voorbereiding of uitvoering van de verplichtingen in deze wet. 

Afschrijvingskosten met betrekking tot elektronische facturering voor eenmanszaken en kmo’s zullen in aanmerking komen voor de verhoogde investeringsaftrek van 20 % vanaf 1 januari 2025. 

Op die manier wordt een gelijke fiscale behandeling van de uitgaven voor gestructureerde elektronische facturering gegarandeerd, ongeacht of de uitgaven de vorm aannemen van een investering of van zuivere kosten. 

Gezien de complexiteit van de procedures en de verscheidenheid aan situaties, is het raadzaam om professioneel advies in te winnen. Onze specialisten in fiscaal recht staat graag klaar voor u om u door het proces loodsen en al uw vragen te beantwoorden.


Aarzel dus niet om contact op te nemen met onze specialisten op +32 (0)2 747 40 07 of info@be.Andersen.com.


tags
advieskosten, de verplichting om elektronische facturen te verzenden, e-factureringsverplichting, e-invoicing, elektronisch verzonden facturen in pdf-formaat, elektronische facturatie, elektronische facturering, EN 16931-1 en CEN/TS 16931-2, gestructureerde elektronische facturering, kosten die worden gemaakt voor het installeren van factureringssoftware, tijdelijke aftrek van kosten, verhoogd met 120 %

Meer weten over dit onderwerp?

Ik zoek een expert in

Zie meer artikelen

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

28.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

Lees het artikel »
Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

10.07.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium

Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

Lees het artikel »
De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

08.07.2026

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

Lees het artikel »
Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

08.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.

Lees het artikel »