Graag brengen wij u op de hoogte van een belangrijke evolutie in het Belgische vermogensrecht. Op 11 juli 2025 werd de nieuwe titel 1 “Persoonlijke zekerheden” van boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Met de invoering van deze nieuwe Code zet de wetgever een grote stap in de actualisering van het vermogensrecht. Hoewel de overige titels – waaronder die over pand, hypotheek, eigendomsvoorbehoud, retentierecht en voorrechten – later zullen volgen, vormt deze eerste titel nu al de kern van een meer samenhangend regelgevend geheel.
Persoonlijke zekerheden, waarbij een derde zich verbindt om de schuld van iemand anders te waarborgen, krijgen hiermee voor het eerst een duidelijke en breed uitgewerkte wettelijke verankering.
Was een nieuwe Code nodig? Deze vraag zal menigeen zich stellen.
De hervorming is volgens de wetgever noodzakelijk omdat de bestaande regels te sterk focusten op de klassieke borgtocht en onvoldoende rekening hielden met de verschillende vormen van persoonlijke zekerheid die tegenwoordig in de praktijk worden gebruikt.
Deze intentie is terecht.
De bestaande regelgeving was verouderd en moest worden uitgebreid en geactualiseerd, zodat zij beter aansluit bij de praktijk en de behoeften van een moderne economie.
Titel 1 vormt geen radicale breuk met het verleden, maar eerder een geïntegreerde en gemoderniseerde versie van wat tot nu toe in de artikelen 2011 tot 2043octies van het oud Burgerlijk Wetboek inzake de borgtocht stond. De regels worden geherformuleerd en aangevuld waar nodig.
Naast de klassieke borgtocht worden nu ook andere vormen, zoals de hoofdelijkheid tot zekerheid, de garantie en de patronaatsverklaring, uitdrukkelijk in de wet opgenomen. De kernambitie blijft het uitwerken van een efficiënt en betrouwbaar zekerhedenstelsel, omdat kredietverlening zonder goed functionerende zekerheidsmechanismen nauwelijks denkbaar is.
Een bijzonder kenmerk van de nieuwe regeling is het wettelijk vermoeden dat elke persoonlijke zekerheidsstelling een borgtocht is, tenzij de schuldeiser kan aantonen dat het om een andere zekerheid gaat.
Titel 1 brengt de vroegere bepalingen inzake borgtocht niet alleen onder in één coherent geheel, maar actualiseert en verduidelijkt ze ook op een aantal cruciale punten.
Een eerste vernieuwing betreft de expliciete mogelijkheid om een borgtocht te vestigen voor alle schuldvorderingen van een schuldenaar, op voorwaarde dat het maximale bedrag waarvoor de borg zich verbindt duidelijk in de overeenkomst wordt vermeld. Hiermee wordt vermeden dat borgen worden geconfronteerd met onbeperkte of onduidelijke verbintenissen.
Daarnaast verduidelijkt de wet hoe een borgtocht van onbepaalde duur kan worden beëindigd. De opzegmodaliteiten, de duur van de opzegging en de vraag voor welke schulden de borg ook na opzegging nog blijft instaan, worden nu helder omschreven, zodat zowel borgen als schuldeisers weten waar zij aan toe zijn.
Ook de regels over situaties waarin meerdere borgen optreden, worden verder uitgewerkt. De wet bepaalt hoe de lasten tussen deze borgen worden verdeeld en bevestigt het subsidiaire karakter van de borgtocht: de borg komt pas in beeld wanneer de schuldenaar zelf niet voldoet.
Verder worden de informatieplicht van de schuldeiser ten aanzien van de borg en het verhaalsrecht van de borg op de schuldenaar opnieuw en duidelijk geformuleerd, waardoor het geheel meer transparantie en houvast biedt.
De wetgever geeft nu voor het eerst ook een wettelijke basis aan de autonome garantie. Het gaat om een persoonlijke zekerheid, waarbij de garant zich ertoe verbindt om de begunstigde op diens ‘eerste verzoek’ een bepaald bedrag te betalen. Titel 1 biedt een volledig wettelijk kader voor deze rechtsfiguur, met duidelijke regels over afroeping, excepties, regres, opzegging en een strikte bescherming voor consumenten. De meeste bepalingen zijn aanvullend recht, waardoor partijen contractueel kunnen afwijken, maar wel binnen een duidelijk wettelijk kader.
De wetgever heeft bijzondere aandacht besteed aan consumenten (natuurlijke personen die niet beroepsmatig handelen) die een persoonlijke zekerheid verstrekken.
Omdat zij vaak niet ten volle kunnen inschatten welke zware financiële risico’s hiermee gepaard kunnen gaan, werd een specifiek beschermingsmechanisme ingevoerd dat aansluit bij de bestaande bescherming van de kosteloze borg.
Alleen de borgtocht is toegelaten; andere vormen van persoonlijke zekerheid, zoals de autonome garantie of de patronaatsverklaring, worden van rechtswege omgezet in een borgtocht. Daarnaast moet bij consumentenzekerheden steeds een maximumbedrag worden vermeld en voorziet de wet in een mogelijkheid tot matiging wanneer er een duidelijke wanverhouding bestaat tussen de zekerheid en de financiële draagkracht van de consument.
De bepalingen van titel 1 treden in werking op 1 januari 2026 en gelden in principe enkel voor persoonlijke zekerheden die na die datum worden verstrekt. Het overgangsrecht biedt partijen wel de mogelijkheid om de nieuwe regels vrijwillig toe te passen op bestaande zekerheden. Dat kan nuttig zijn wanneer men bijkomende bescherming of duidelijkheid wenst, of wanneer men contracten wil laten aansluiten bij het nieuwe wettelijke kader.
Voor nieuwe contracten is het belangrijk om er rekening mee te houden dat het wettelijk vermoeden van borgtocht van toepassing is. Onzorgvuldige of onduidelijke formuleringen kunnen aanleiding geven tot een andere kwalificatie dan bedoeld, met verstrekkende juridische gevolgen. Een nauwkeurige definiëring van de overeengekomen zekerheid is dus essentieel.
Het team van Andersen Law in Belgium staat klaar om bestaande borgtochten en andere persoonlijke zekerheden te analyseren en waar nodig aan te passen aan de nieuwe regelgeving. Daarnaast kunnen wij u ondersteunen bij het correct opstellen van nieuwe overeenkomsten en bij het juridisch optimaliseren van uw contractuele zekerheden.
Kim Swerts (Senior Counsel – Editor) en Lina Bashir (Associate)
Ik zoek een expert in

05.10.2026
•NEWS FROM THE FIRM
Met plezier kondigen wij aan dat het kantoor van Luc Herve Andersen in Belgium heeft vervoegd. Andersen opende in september een nieuw kantoor in Luik. Luc Herve, fiscalist, professor en erkend bemiddelaar, is er actief als Partner. Samen met hem vervoegt ook Jérémy Lerusse Andersen als Associate. Beiden zijn advocaat aan de Balie van Luik.

01.10.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

29.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

17.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.