NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

De invoering van titel 1 van boek 9 BW zorgt voor een belangrijke facelift van het recht inzake persoonlijke zekerheden.

26 november 2025

Graag brengen wij u op de hoogte van een belangrijke evolutie in het Belgische vermogensrecht. Op 11 juli 2025 werd de nieuwe titel 1 “Persoonlijke zekerheden” van boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De invoering van titel 1 van boek 9 BW zorgt voor een belangrijke facelift van het recht inzake persoonlijke zekerheden.

Met de invoering van deze nieuwe Code zet de wetgever een grote stap in de actualisering van het vermogensrecht. Hoewel de overige titels – waaronder die over pand, hypotheek, eigendomsvoorbehoud, retentierecht en voorrechten – later zullen volgen, vormt deze eerste titel nu al de kern van een meer samenhangend regelgevend geheel.

Persoonlijke zekerheden, waarbij een derde zich verbindt om de schuld van iemand anders te waarborgen, krijgen hiermee voor het eerst een duidelijke en breed uitgewerkte wettelijke verankering.


1. Waarom een nieuwe regeling?

Was een nieuwe Code nodig? Deze vraag zal menigeen zich stellen.

De hervorming is volgens de wetgever noodzakelijk omdat de bestaande regels te sterk focusten op de klassieke borgtocht en onvoldoende rekening hielden met de verschillende vormen van persoonlijke zekerheid die tegenwoordig in de praktijk worden gebruikt.

Deze intentie is terecht.

De bestaande regelgeving was verouderd en moest worden uitgebreid en geactualiseerd, zodat zij beter aansluit bij de praktijk en de behoeften van een moderne economie.

Titel 1 vormt geen radicale breuk met het verleden, maar eerder een geïntegreerde en gemoderniseerde versie van wat tot nu toe in de artikelen 2011 tot 2043octies van het oud Burgerlijk Wetboek inzake de borgtocht stond. De regels worden geherformuleerd en aangevuld waar nodig.  

Naast de klassieke borgtocht worden nu ook andere vormen, zoals de hoofdelijkheid tot zekerheid, de garantie en de patronaatsverklaring, uitdrukkelijk in de wet opgenomen. De kernambitie blijft het uitwerken van een efficiënt en betrouwbaar zekerhedenstelsel, omdat kredietverlening zonder goed functionerende zekerheidsmechanismen nauwelijks denkbaar is.


2. Kernaspecten van de nieuwe regeling 

Een bijzonder kenmerk van de nieuwe regeling is het wettelijk vermoeden dat elke persoonlijke zekerheidsstelling een borgtocht is, tenzij de schuldeiser kan aantonen dat het om een andere zekerheid gaat.

Titel 1 brengt de vroegere bepalingen inzake borgtocht niet alleen onder in één coherent geheel, maar actualiseert en verduidelijkt ze ook op een aantal cruciale punten.

Een eerste vernieuwing betreft de expliciete mogelijkheid om een borgtocht te vestigen voor alle schuldvorderingen van een schuldenaar, op voorwaarde dat het maximale bedrag waarvoor de borg zich verbindt duidelijk in de overeenkomst wordt vermeld. Hiermee wordt vermeden dat borgen worden geconfronteerd met onbeperkte of onduidelijke verbintenissen.

Daarnaast verduidelijkt de wet hoe een borgtocht van onbepaalde duur kan worden beëindigd. De opzegmodaliteiten, de duur van de opzegging en de vraag voor welke schulden de borg ook na opzegging nog blijft instaan, worden nu helder omschreven, zodat zowel borgen als schuldeisers weten waar zij aan toe zijn.

Ook de regels over situaties waarin meerdere borgen optreden, worden verder uitgewerkt. De wet bepaalt hoe de lasten tussen deze borgen worden verdeeld en bevestigt het subsidiaire karakter van de borgtocht: de borg komt pas in beeld wanneer de schuldenaar zelf niet voldoet.

Verder worden de informatieplicht van de schuldeiser ten aanzien van de borg en het verhaalsrecht van de borg op de schuldenaar opnieuw en duidelijk geformuleerd, waardoor het geheel meer transparantie en houvast biedt.

De wetgever geeft nu voor het eerst ook een wettelijke basis aan de autonome garantie. Het gaat om een persoonlijke zekerheid, waarbij de garant zich ertoe verbindt om de begunstigde op diens ‘eerste verzoek’ een bepaald bedrag te betalen. Titel 1 biedt een volledig wettelijk kader voor deze rechtsfiguur, met duidelijke regels over afroeping, excepties, regres, opzegging en een strikte bescherming voor consumenten. De meeste bepalingen zijn aanvullend recht, waardoor partijen contractueel kunnen afwijken, maar wel binnen een duidelijk wettelijk kader.


3. Extra bescherming voor consumenten

De wetgever heeft bijzondere aandacht besteed aan consumenten (natuurlijke personen die niet beroepsmatig handelen) die een persoonlijke zekerheid verstrekken.

Omdat zij vaak niet ten volle kunnen inschatten welke zware financiële risico’s hiermee gepaard kunnen gaan, werd een specifiek beschermingsmechanisme ingevoerd dat aansluit bij de bestaande bescherming van de kosteloze borg.

Alleen de borgtocht is toegelaten; andere vormen van persoonlijke zekerheid, zoals de autonome garantie of de patronaatsverklaring, worden van rechtswege omgezet in een borgtocht. Daarnaast moet bij consumentenzekerheden steeds een maximumbedrag worden vermeld en voorziet de wet in een mogelijkheid tot matiging wanneer er een duidelijke wanverhouding bestaat tussen de zekerheid en de financiële draagkracht van de consument.


4. Praktische implicaties voor uw contracten

De bepalingen van titel 1 treden in werking op 1 januari 2026 en gelden in principe enkel voor persoonlijke zekerheden die na die datum worden verstrekt. Het overgangsrecht biedt partijen wel de mogelijkheid om de nieuwe regels vrijwillig toe te passen op bestaande zekerheden. Dat kan nuttig zijn wanneer men bijkomende bescherming of duidelijkheid wenst, of wanneer men contracten wil laten aansluiten bij het nieuwe wettelijke kader.

Voor nieuwe contracten is het belangrijk om er rekening mee te houden dat het wettelijk vermoeden van borgtocht van toepassing is. Onzorgvuldige of onduidelijke formuleringen kunnen aanleiding geven tot een andere kwalificatie dan bedoeld, met verstrekkende juridische gevolgen. Een nauwkeurige definiëring van de overeengekomen zekerheid is dus essentieel.


Het team van Andersen Law in Belgium staat klaar om bestaande borgtochten en andere persoonlijke zekerheden te analyseren en waar nodig aan te passen aan de nieuwe regelgeving. Daarnaast kunnen wij u ondersteunen bij het correct opstellen van nieuwe overeenkomsten en bij het juridisch optimaliseren van uw contractuele zekerheden.
Kim Swerts (Senior Counsel – Editor) en Lina Bashir (Associate)

Meer weten over dit onderwerp?

Ik zoek een expert in

Zie meer artikelen

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

28.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

Lees het artikel »
Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

10.07.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium

Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

Lees het artikel »
De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

08.07.2026

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

Lees het artikel »
Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

08.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.

Lees het artikel »