De theorie van de bezoldiging en de risico’s ervan met Thierry Litannie, advocaat (ANDERSEN ADVOCATEN) en bestuurder bij de O.E.C.C.B.B.

Thierry, kunt u ons uitleggen wat de theorie van de bezoldiging inhoudt?
De theorie van de bezoldiging is een concept dat door de fiscus wordt gebruikt om te beoordelen of uitgaven van een vennootschap voor het toekennen van voordelen aan haar bestuurders of werknemers kunnen worden beschouwd als aftrekbare beroepskosten.
Kunt u een concreet voorbeeld geven van de toepassing van deze theorie?
Bijvoorbeeld, als een vennootschap een woning ter beschikking stelt van een van haar bestuurders, kan de fiscus vragen om het bewijs dat dit voordeel de tegenprestatie vormt voor daadwerkelijk geleverde prestaties door die bestuurder. Indien dat bewijs ontbreekt, kan de aftrek van deze uitgave worden geweigerd.
Welke andere soorten uitgaven vallen onder deze theorie?
Dat kunnen onder meer de toekenning van stockopties, facturen van onderaanneming of managementvergoedingen zijn. De fiscus vraagt altijd een duidelijk en gedetailleerd bewijs van de geleverde prestaties in ruil voor deze uitgaven.
Wat kan een vennootschap doen om dergelijke aftrekweigeringen te vermijden?
Het is essentieel om alle uitgaven goed voor te bereiden en te documenteren. Dit houdt in dat er gedetailleerde managementovereenkomsten worden opgesteld en nauwkeurige verslagen van de geleverde prestaties worden bijgehouden. Deze documenten moeten beschikbaar zijn bij een fiscale controle.
Tot slot, welk advies zou u belastingplichtigen geven?
Ik zou hen aanraden zich altijd te gedragen alsof ze met een derde partij te maken hebben, zelfs als ze de betrokken personen goed kennen. Door deze voorzorgen te nemen, kunnen ze problemen bij fiscale controles vermijden.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.