NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

Permanente bewoning geen voorwaarde voor opname van woning in het vergunningenregister

12 november 2025

De Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) bevestigt dat permanente bewoning geen vereiste is om als woning in het vergunningenregister te worden opgenomen. Het volstaat dat de constructie hoofdzakelijk bestemd is voor bewoning. Een verzoek tot opname in het vergunningenregister mag dan ook niet worden geweigerd omdat er geen permanente bewoning wordt aangetoond.

Permanente bewoning geen voorwaarde voor opname van woning in het vergunningenregister

Arrest RvVb van 2 oktober 2025, nr. RvVb-A-2526-0072 – Download het arrest hier.

Wat is het vergunningenregister?

Elke Vlaamse gemeente is verplicht een vergunningenregister bij te houden. Dit is een digitale databank waarin per perceel informatie over de ruimtelijke ordening wordt verzameld. Daarin vind je bijvoorbeeld terug welke vergunningen ooit zijn verleend of geweigerd.

Oudere gebouwen staan daar meestal niet in, omdat ze destijds zonder formele vergunning zijn opgericht. De regelgeving voorziet echter mogelijkheden om ook die constructies in het vergunningenregister te laten opnemen, bijvoorbeeld wanneer kan worden aangetoond dat ze vóór 22 april 1962 (de start van de algemene vergunningsplicht) werden gebouwd.

Voor zulke gebouwen geldt dan het zogenaamde vermoeden van vergunning: als kan worden bewezen dat een gebouw vóór 1962 bestond, dan wordt het automatisch geacht vergund te zijn – ook al bestaat hiervoor geen bouwvergunning. Het bewijs van dit vermoeden moet niet alleen betrekking hebben op de oprichting van het gebouw, maar ook op de oorspronkelijke functie waarvoor het destijds werd opgetrokken – bijvoorbeeld als woning, winkel, stal, enzovoort.

Voor eigenaars kan die opname in het vergunningenregister bijzonder interessant zijn, nu het vermoeden van vergunning door de opname bekrachtigd wordt door de gemeente. Dat biedt niet alleen meer rechtszekerheid, maar kan ook de waarde van het pand verhogen.


Feiten van de zaak

Een eigenares van een 19de-eeuws pand in Kapellen vroeg de gemeente om het gebouw – waarvoor geen bouwvergunning bekend is – te laten erkennen als een ‘vergund geachte woning’, omdat het werd opgericht vóór 1962.

De gemeente besloot om het gebouw op te nemen in het vergunningenregister, maar slechts als weekendverblijf. Zo erkende zij wel dat de oprichting inderdaad vóór 1962 heeft plaatsgevonden, maar vond zij dat er geen bewijs voorlag van permanente bewoning om het pand ook als ‘woning’ te laten opnemen.

De eigenares was het hier niet mee eens. Zeker nu zij kon aantonen dat het gebouw minstens sinds de jaren ’50 bekend stond als woonhuis. Zij tekende dan ook beroep aan bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.


Wat besliste de Raad voor Vergunningsbetwistingen?

De Raad maakt in dit arrest duidelijk dat het begrip ‘woning’ niet afhankelijk is van de vraag of er iemand permanent woont. Een woning is namelijk “elk onroerend goed dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande” (artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen).

De Raad benadrukte hiermee dat de gemeentelijke overheid dus geen bijkomende eis van permanente bewoning mag afleiden uit deze definitie. Een gebouw kan perfect als woning beschouwd worden, ook al is het tijdelijk onbewoond of wordt het slechts sporadisch gebruikt.

Het besluit van de gemeente werd dan ook vernietigd.


Conclusie

Met dit arrest herinnert de Raad voor Vergunningsbetwistingen de lokale besturen eraan dat de woonfunctie van een gebouw niet afhangt van het feit of er effectief iemand woont. Een woning blijft een woning zolang ze hoofdzakelijk voor bewoning bestemd is – ook al staat ze tijdelijk leeg of wordt ze slechts sporadisch gebruikt.


Aarzel niet om het team real estate van Andersen in Belgium te contacteren voor meer informatie en bijstand in soortgelijke gevallen en procedures voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Matias Osorio Olivera (Counsel)

Meer weten over dit onderwerp?

Ik zoek een expert in

Zie meer artikelen

Nieuwe deontologische code voor vastgoedmakelaars: meer dan een opfrissing

01.10.2026

•

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

Nieuwe deontologische code voor vastgoedmakelaars: meer dan een opfrissing

Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

Lees het artikel »
Wie het RUP betaalt, riskeert de vergunning

29.09.2026

•

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

Wie het RUP betaalt, riskeert de vergunning

Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

Lees het artikel »
Gezondheidsorganisaties worden betrokken publiek bij omgevingsvergunningen

17.09.2026

•

Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium

Gezondheidsorganisaties worden betrokken publiek bij omgevingsvergunningen

Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.

Lees het artikel »
Fors hogere boetes bij krotverhuur vanaf vandaag

08.09.2026

•

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

Fors hogere boetes bij krotverhuur vanaf vandaag

Verhuurt u een woning met ernstige kwaliteitsgebreken? Dan riskeert u strafrechtelijke vervolging. Vanaf vandaag worden de straffen voor krotverhuur aanzienlijk verhoogd. Een geldboete kan oplopen tot 800.000 euro bij verzwarende omstandigheden. Tegelijk krijgt de rechter meer ruimte om de straf af te stemmen op de ernst van de feiten.

Lees het artikel »