Het nieuwe federaal regeerakkoord 2025-2029 erkent dat de wettelijke bepalingen over het beroepsgeheim en de anonimiteit van spermadonoren er niet mogen toe leiden dat een donorkind geen enkele identificerende of niet-identificerende informatie van het fertiliteitscentrum kan verkrijgen, en stelt dat “het kennen van de eigen afkomst belangrijk kan zijn voor de identiteitsvorming van donorkinderen.”

In ons artikel van 6 november 2024 bespraken we het arrest van het Grondwettelijk Hof van 26 september 2024 en de gevolgen ervan.
Dit arrest oordeelt dat de huidige wettelijke bepalingen over het beroepsgeheim en de anonimiteit van spermadonoren er niet meer toe mogen leiden dat een donorkind geen enkele identificerende of niet-identificerende informatie van het fertiliteitscentrum kan verkrijgen.
Het federaal regeerakkoord 2025-2029 erkent dit, en stelt dat “het kennen van de eigen afkomst belangrijk kan zijn voor de identiteitsvorming van donorkinderen.”
Daarom zal, volgens het regeerakkoord, de anonimiteit van de sperma- en eiceldonoren voor de toekomst worden afgeschaft. Voor donaties uit het verleden zal er conform hogervermeld arrest van het Grondwettelijk Hof een overgangsmaatregel gezocht worden met een billijk evenwicht tussen donorkinderen, wensouders en donoren.
Indien de anonimiteit van de sperma- en eiceldonoren voor het verleden niet zou worden afgeschaft, neemt dit volgens ons niet weg dat bestaande donorkinderen zich nog steeds tot de rechter kunnen wenden. Hiervoor verwijzen we naar ons artikel van 6 december 2024.
Wat de overgangsmaatregel concreet zou kunnen inhouden, is nog niet bekend. De wetgever heeft tot en met 30 juni 2027 om zich hierover te buigen.
Wij volgen dit verder op. Heeft u vragen over dit onderwerp, aarzel dan niet om onze specialisten te contacteren via info@be.Andersen.com of +32 (0)2 747 40 07.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.