Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

De aanleiding voor deze maatregel is de sterke toename van invoer van geringe waarde, voornamelijk afkomstig van e-commerceplatforms die buiten de Europese Unie zijn gevestigd. Jaarlijks komen miljarden kleine pakketten de Europese Unie binnen, waardoor de douaneautoriteiten met een ongeziene administratieve belasting worden geconfronteerd. Volgens de Europese wetgever moedigde het vroegere systeem bovendien praktijken aan waarbij goederen kunstmatig werden ondergewaardeerd of zendingen werden opgesplitst om onder de drempel van € 150 te blijven en zo invoerrechten te vermijden.
Deze ontwikkeling sluit aan bij de hervorming van de btw-regels voor e-commerce die op 1 juli 2021 in werking trad en de btw-vrijstelling voor zendingen met een waarde van minder dan 22 euro afschafte. Tegen die achtergrond werd het steeds moeilijker om het behoud van de douanevrijstelling van 150 euro te verantwoorden. De Raad merkt bovendien op dat de digitalisering van de douaneprocedures en de beschikbaarheid van elektronische gegevens voor alle invoertransacties deze vrijstelling overbodig maken, die oorspronkelijk was ingevoerd om een onevenredige administratieve last te vermijden. Daartegenover rechtvaardigen de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie en haar lidstaten, evenals de wens om eerlijkere concurrentievoorwaarden te creëren tussen Europese ondernemingen en verkopers uit derde landen, voortaan een systematische heffing van invoerrechten op dergelijke goederen.
De verordening schaft de, in Verordening (EG) nr. 1186/2009 opgenomen, vrijstelling dan ook volledig af. In afwachting van de inwerkingtreding van het toekomstige douanewetboek van de Unie en de bijbehorende nieuwe gecentraliseerde IT-infrastructuur heeft de wetgever evenwel in een overgangsregeling voorzien om buitensporige administratieve complexiteit te vermijden. Van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2028 geldt daarom een forfaitair douanerecht van 3 euro per artikel voor goederen in zendingen waarvan de totale intrinsieke waarde niet meer dan 150 euro bedraagt, met name wanneer zij onder de invoerregeling via het éénloketsysteem (IOSS) vallen of per post worden verzonden.
Er moet evenwel worden benadrukt dat het bedrag van 3 euro geen nieuwe algemene invoerbelasting is, maar een vereenvoudigd en tijdelijk douanerecht dat de verwerking moet vergemakkelijken van de zeer grote aantallen kleine zendingen die het grondgebied van de Unie binnenkomen. De verordening voorziet bovendien in een snelle evaluatie van deze maatregel om eventuele verschuivingen van handelsstromen te beoordelen, evenals de mogelijke verlenging ervan na 2028 indien de nieuwe Europese douane-infrastructuur tegen dan nog niet volledig operationeel zou zijn.
Naast de budgettaire gevolgen weerspiegelt deze hervorming een ruimere ambitie om de concurrentievoorwaarden tussen marktdeelnemers die in de Unie zijn gevestigd en verkopers uit derde landen opnieuw in evenwicht te brengen. Tegelijk wordt de doeltreffendheid van de douanecontroles versterkt tegen de achtergrond van de sterke groei van de grensoverschrijdende e-commerce. De hervorming vormt daarmee een belangrijke stap in de modernisering van de Europese douane-unie en loopt vooruit op het volledig gedigitaliseerde douanesysteem dat de Unie geleidelijk wil invoeren.
Ik zoek een expert in

08.09.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Verhuurt u een woning met ernstige kwaliteitsgebreken? Dan riskeert u strafrechtelijke vervolging. Vanaf vandaag worden de straffen voor krotverhuur aanzienlijk verhoogd. Een geldboete kan oplopen tot 800.000 euro bij verzwarende omstandigheden. Tegelijk krijgt de rechter meer ruimte om de straf af te stemmen op de ernst van de feiten.

08.09.2026
•Vennootschapsrecht en M&A, Andersen in Belgium
Op 18 juli 2026 keurde de ministerraad in tweede lezing het voorontwerp van wet goed tot omzetting van Richtlijn (EU) 2022/2381, beter bekend als de Women on Boards-richtlijn. Met deze richtlijn wil de Europese Unie de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de bestuursorganen van beursgenoteerde ondernemingen aanpakken en gelijke kansen bij de benoeming van bestuurders bevorderen. Volgens de Europese wetgever draagt een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen niet alleen bij aan de verwezenlijking van het gelijkheidsbeginsel, maar ook aan betere besluitvorming, een sterkere corporate governance en een groter economisch concurrentievermogen.

04.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wil stedenbouwkundige vergunningen en attesten voortaan sneller behandelen. Een nieuwe omzendbrief legt Urban, de gewestelijke administratie voor stedenbouw en erfgoed, daarvoor ambitieuze doeltermijnen op. Het gaat evenwel om interne targets, en niet om nieuwe wettelijke termijnen. Worden ze niet gehaald, dan heeft dat op zich geen gevolgen voor uw vergunnings- of attestaanvraag.

03.09.2026
•Vennootschapsrecht en M&A, Andersen in Belgium
Op 3 juli 2026 keurde de federale ministerraad een voorontwerp van wet goed dat onder meer een eerste onderdeel van Richtlijn (EU) 2025/25 omzet in Belgisch recht. Het gaat om de verplichting om de oprichtingsakte en statutenwijzigingen van een vennootschap onder firma (VOF) of commanditaire vennootschap (CommV) aan een voorafgaande administratieve, rechterlijke of notariële controle te onderwerpen.