Het Grondwettelijk Hof heeft de bepalingen van de Brusselse ordonnantie van 25 april 2024 die de federale registratieverplichting voor woninghuurovereenkomsten opheffen, vernietigd. De Brusselse wetgever wenste met deze bepalingen te vermijden dat verhuurders in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan bijkomende (volgens hen onnodige) administratieve verplichtingen moesten voldoen. De Ministerraad vorderde de vernietiging van deze bepalingen aangezien de Brusselse wetgever hiermee haar bevoegdheid te buiten zou gaan.

Vanaf 1 januari 2025 zijn verhuurders in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verplicht om woninghuurovereenkomsten te registreren in het nieuw gewestelijk systeem. Daarnaast hief de Brusselse wetgever de federale registratieverplichting voor woninghuurovereenkomsten op. Dit om te voorkomen dat verhuurders geconfronteerd worden met onnodige administratieve lasten.
De Ministerraad, die een beroep tot vernietiging instelde van deze opheffing, stelde dat de afschaffing van de federale registratieverplichting van woninghuurovereenkomsten een inbreuk vormt op de federale bevoegdheid inzake de registratieformaliteit voor en het registratierecht op de woninghuurovereenkomsten.
Op 3 april 2025 aanvaardde het Grondwettelijk Hof het beroep tot vernietiging van de Ministerraad.
Het Hof merkte op dat gewesten, sinds 1 juli 2014, bevoegd zijn voor het vaststellen van de specifieke regels betreffende de huur van woningen of delen ervan. Op grond van deze bevoegdheid is het Brussels Gewest bevoegd om te voorzien in een eigen gewestelijk registratiesysteem voor woninghuurovereenkomsten, maar dit is beperkt tot het regelen van de burgerrechtelijke gevolgen van de registratie.
Het staat gewesten niet toe om de federale registratieverplichting af te schaffen, aangezien dit een fiscale verplichting is ingevoerd door de federale staat op grond van artikel 170 § 1 van de Grondwet.
Bijgevolg heeft het Grondwettelijk Hof op 3 april 2025 de opheffing van de federale registratieplicht in de Brusselse ordonnantie van 25 april 2024, vernietigd.
Opgelet dus, verhuurders in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijven onderhevig aan een dubbele registratieplicht! Ze dienen zowel de woninghuurovereenkomst te registeren in het nieuw gewestelijk systeem, als in het federaal systeem via MyRent.
In een eerder artikel hebben we reeds de belangrijkste aspecten van de nieuwe gewestelijke registratieverplichting besproken. Dit kan u raadplegen op onze website of via deze link: https://be.andersen.com/nl/news-belgium/verhuur-in-brussel-vanaf-1-januari-2025-nieuwe-richtlijnen-voor-de-registratie-van-huurcontracten
Indien u hierover meer informatie of bijstand wenst, aarzel dan niet onze specialisten te contacteren via info@be.Andersen.com of +32 (0)2 747 40 07.
Ik zoek een expert in

05.10.2026
•NEWS FROM THE FIRM
Met plezier kondigen wij aan dat het kantoor van Luc Herve Andersen in Belgium heeft vervoegd. Andersen opende in september een nieuw kantoor in Luik. Luc Herve, fiscalist, professor en erkend bemiddelaar, is er actief als Partner. Samen met hem vervoegt ook Jérémy Lerusse Andersen als Associate. Beiden zijn advocaat aan de Balie van Luik.

01.10.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

29.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

17.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.