NL
EN
FR
Belgium
Terug naar artikelen

Nieuwe “soft law” regels voor alcoholreclame

6 maart 2025

Volgens gegevens verzameld door Sciensano, ligt België met een gemiddelde van 13,2 liter alcoholconsumptie per persoon per jaar boven het Europese gemiddelde. Ongeveer één Belg op zes consumeert buitensporige hoeveelheden alcoholische dranken, daar waar bijna de helft van de jongeren voor de leeftijd van 16 jaar begint te drinken. Deze gewoonten hebben geleid tot het alarmerend gegeven dat alcoholmisbruik de oorzaak is van drie op de honderd sterfgevallen in ons land. Toch is er in België geen wetgeving die alcoholreclame verbiedt of reguleert. Vertegenwoordigers van producenten en verdelers van alcoholische dranken, de horeca en consumenten hebben zich verenigd onder de vleugels van de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (hierna “JEP”), een zelfregulerend orgaan voor de reclamesector bestaande uit adverteerders, reclamebureaus en de media, om deze leemte op te vullen door het onderwerp op een conventionele manier te reguleren.

Nieuwe “soft law” regels voor alcoholreclame

1. Een nieuw convenant en wat eraan vooraf ging

Op 12 mei 2005 werd een nieuw intersectoraal akkoord ondertekend inzake reclame voor en marketing van alcoholhoudende dranken.

Op 25 januari 2013 werd de tekst van 2005 voor het eerst bijgewerkt met de ondertekening van een “Overeenkomst inzake de reclame en marketing voor alcoholhoudende dranken”. Op 2 september 2019 werd deze tekst aangevuld met een addendum dat voorziet in de verplichting om voor bepaalde soorten campagnes voorafgaand advies in te winnen bij het JEP, de versterking van de sancties bij herhaalde inbreuken en de betrokkenheid van de FOD Volksgezondheid zonder stemrecht bij de vergaderingen van het JEP.

Op 9 oktober 2024 werd een (nieuw) convenant met dezelfde naam ondertekend tussen vertegenwoordigers van de producenten en distributeurs van de sector en de Raad voor de Reclame. Het gaat om “versie 2.0” ervan – die volgens de preambule het convenant van 2013 vervangt of deze aanvult en wijzigt, waarbij de niet-aangetaste bepalingen van kracht blijven, volgens artikel 18.1 – om de regels die op dit gebied van toepassing zijn, strenger te maken.

Dit nieuwe instrument is begin januari van dit jaar in werking getreden.


2. Het nieuwe convenant nader bekeken

Het convenant is gemodelleerd naar het Wetboek van Economisch Recht en definieert reclame zeer ruim als elke mededeling met het directe of indirecte doel de verkoop van alcoholhoudende dranken te bevorderen – met een alcoholpercentage van meer dan 0,5 (tegen 1,2 in het begin…) – ongeacht de plaats of het gebruikte communicatiemiddel.

Net als in de eerste versie heeft het convenant als hoofddoel de bescherming van minderjarigen. Zij mogen niet het doelwit zijn van reclame voor alcoholische dranken, noch door de inhoud, noch door het communicatiemiddel zelf.

Wat de inhoud betreft, mag reclame geen personen meer bevatten die jonger zijn of lijken dan 25 jaar, of verwijzen naar personen die populair zijn of in de mode zijn bij minderjarigen, zoals influencers.

Wat de communicatiemethoden betreft, blijft reclame voor alcoholische dranken verboden in de geschreven pers, op affiches, in gewone en digitale media en tijdens de vertoning in bioscopen van films die specifiek gericht zijn op een “publiek dat bestaat uit minderjarigen”, d.w.z. een publiek dat voor minstens 30% uit minderjarigen bestaat.

Meer bepaald is reclame voor alcoholische dranken verboden op sociale netwerken die geen leeftijdsgrenzen hanteren. Hieronder vallen TikTok en Snapchat.

Een verbod op displayreclame binnen een straal van 150 meter rond scholen is toegevoegd aan het al bestaande wettelijke verbod op het uitzenden van reclame voor alcoholhoudende dranken gedurende de 5 minuten direct voorafgaand aan of volgend op radio- of televisieprogramma’s die specifiek gericht zijn op minderjarigen.

Tot slot moeten influencers die gesponsord worden door alcoholmerken ook minstens 25 jaar zijn en lijken, en moeten voorkomen dat hun minderjarige publiek  wordt blootgesteld aan reclame voor alcoholhoudende dranken.

De andere beperkingen blijven ongewijzigd: reclame mag bijvoorbeeld nog steeds de consumptie van alcoholische dranken niet in verband brengen met gunstige fysieke en/of psychische effecten, persoonlijk en sociaal succes, of kritiek hebben op onthouding. Het is ook nog steeds niet toegestaan om te verwijzen naar het medisch of paramedisch beroep of medische instellingen, een verband te leggen tussen drinken en een betere gezondheid of tussen drinken en het besturen van een voertuig of sportieve of professionele prestaties, of zich te richten op zwangere vrouwen.

De educatieve slogan die moet voorkomen in reclame voor alcoholische dranken is in de loop der tijd geëvolueerd: “Ons vakmanschap drink je met verstand” van vroeger evolueerde tot “Alcoholmisbruik schaadt de gezondheid” van nu.

Er zijn nauwkeurige regels vastgelegd met betrekking tot de plaats in de advertentieruimte, het lettertype en de tekengrootte.


3. Welk is de juridische waarde van dit instrument?

Maar wat gebeurt er als het convenant niet wordt nageleefd? Omdat het een overeenkomst is, is deze alleen bindend voor de contracterende partijen, hoewel hun respectieve leden worden uitgenodigd zich eraan te houden en zich eraan te houden.

De convenantsluitende partijen kunnen vooraf advies inwinnen of een klacht indienen bij het JEP, dat over een panel voor eerste aanleg en beroep beschikt, onverminderd het recht van elke persoon, beroeps- of brancheorganisatie of vereniging die als doel heeft de belangen van consumenten te verdedigen, om bij de gewone rechtbank een verbodsactie in te stellen in geval van oneerlijke reclame in de zin van het Wetboek van Economisch Recht.


4. Besluit en perspectieven

Tot slot moet eraan worden herinnerd dat, hoewel het convenant per definitie alleen de overeenkomstsluitende partijen kan binden, ze onder bepaalde voorwaarden toch een regelgevend karakter kan krijgen.

Artikel 7bis van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid der consumenten met betrekking tot levensmiddelen bepaalde reeds dat de overheid in het belang van de volksgezondheid reclame voor alcohol en alcoholhoudende dranken kon reglementeren en verbieden.
Artikel 7bis van dezelfde wet, ingevoerd door de wet van 17 november 2006, bepaalt dat overeenkomsten ter bevordering van een redelijk gebruik van alcoholhoudende dranken door de regering kunnen worden goedgekeurd – en in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd – op voorwaarde dat ze worden gesloten door ten minste twee beroepsverenigingen die ten minste 80% van de Belgische producenten van alcoholhoudende dranken vertegenwoordigen, twee verenigingen die de belangen van de consument behartigen en twee beroepsverenigingen die de horecasector vertegenwoordigen.

Er moet echter worden opgemerkt dat de verenigingen die de consumentenbelangen behartigen, zoals CRIOC en TESTAANKOOP, die oorspronkelijk hebben ondertekend, hun engagement niet hebben gehandhaafd. De reden hiervoor zou kunnen liggen in het feit dat JEP, die bestaat uit adverteerders, verdeeld is tussen de belangen van deze laatsten en hun klanten enerzijds en die van de consumenten anderzijds. Met andere woorden, JEP is niet de meest objectieve bewaker.

Alleen de wetgevende macht kan deze kloof dichten, en het is hoog tijd dat zij deze belangrijke kwestie op het gebied van de volksgezondheid aanpakt.

Wenst u meer informatie over dit onderwerp, aarzel dan niet contact op te nemen met onze specialisten via info@be.Andersen.com of +32 2 747 40 07. 

Meer weten over dit onderwerp?

Ik zoek een expert in

Zie meer artikelen

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

28.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Het einde van de douanevrijstelling van 150 euro: de Europese Unie voert een forfaitair recht van 3 euro in op kleine zendingen

Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

Lees het artikel »
Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

10.07.2026

Fiscaal recht, Andersen in Belgium

Fiscaliteit van auteursrechten: afschaffing van de forfaitaire raming van kosten

De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

Lees het artikel »
De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

08.07.2026

Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium

De driemaalregel blijft overeind: Raad van State brengt duidelijkheid over huurdersselectie

Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

Lees het artikel »
Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

08.07.2026

Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium

Sales zonder seizoenen? De Belgische Raad van State vernietigt het verbod om reclame te maken voor “sales” buiten de officiële soldenperiodes

Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.

Lees het artikel »