Vanaf 1 januari 2026 moeten alle ondernemingen gevestigd in België, die voor de btw zijn geregistreerd met uitzondering van volledig vrijgestelde belastingplichtigen, hun B2B-facturen via het Peppol-netwerk versturen. Voor de volledigheid, Peppol laat ondernemingen en overheden toe om facturen veilig en gestandaardiseerd uit te wisselen via erkende toegangspunten. Facturen in pdf en papieren facturen zijn dan niet langer rechtsgeldig.

Ondanks de vele informatiecampagnes blijkt dat minder dan de helft van de Belgische ondernemingen in orde is met deze nieuwe wettelijke verplichting. Wie niet tijdig overschakelt, riskeert nochtans vanaf 1 januari 2026 o.m.:
De FOD Financiën heeft echter recent aangegeven een tolerantieperiode van 3 maanden (tot eind maart 2026) in te voeren. Tijdens deze periode zullen er geen boetes worden opgelegd wanneer facturen niet via Peppol worden verzonden. Dit geldt onder de voorwaarde dat de kwestieuze onderneming kan aantonen dat zij tijdig de nodige maatregelen (bv. contract met softwareleverancier, interne projectplanning, …) heeft genomen om zich te conformeren aan deze nieuwe wettelijke verplichting.
1. Wie moet Peppol gebruiken?
2. Wat verandert er?
Peppol heeft daarentegen géén invloed op het volgende:
3. Update uw algemene voorwaarden
Niet alle Peppol software laat toe om de algemene voorwaarden automatisch mee te delen. Het blijft aangewezen om de algemene voorwaarden ook mee te sturen bij offertes, bestelbonnen, orderbevestigingen, leverbonnen, etc.
4. Vragen over implementatie, juridische impact of uw algemene voorwaarden?
Andersen in Belgium helpt u graag verder bij de praktische én juridische invoering van Peppol in uw onderneming en de aanpassingen van uw contracten en algemene voorwaarden.
David Van Iseghem (Partner – Mediator) & Roxane Vrambout (Associate)
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.