Bij overnames spelen persoonlijke zekerheden die aandeelhouders of bestuurders verstrekken een belangrijke rol, zoals borgstellingen, comfort letters en patronaatsverklaringen.

De hervorming van Boek 9, titel 1 BW moderniseert het versnipperde kader rond persoonlijke zekerheden en biedt meer structuur. Voor M&A betekent dit concreet meer rechtszekerheid bij due diligence en het opstellen van transactiedocumenten: de geldigheid, duur en omvang van zekerheden kan nu anders worden beoordeeld, wat directe impact heeft op risicoverdeling en waardering van de targetvennootschap.
Een borg kan toekomstige schulden blijven dekken, maar enkel als een duidelijk maximumbedrag is overeengekomen. Zonder plafond geldt de borg uitsluitend voor bestaande verplichtingen.
Stellen meerdere personen een persoonlijke zekerheid, dan worden zij binnen de grenzen van hun verbintenis hoofdelijk medeschuldenaar. Dit versterkt de positie van de schuldeiser, maar kan in groepsstructuren onverwacht tot aansprakelijkheid van groepsvennootschappen leiden.
Zekerheden voor onbepaalde duur kunnen door elke partij worden opgezegd met een redelijke termijn (45 dagen, tenzij een kortere termijn is afgesproken). Deze opzegmogelijkheid kan contractueel ook niet uitgesloten worden. Voor de nieuwe wet was er niet voorzien in het recht voor de borg om de borgtocht van onbepaalde duur op te zeggen. Historische borgstellingen binnen vennootschapgroepen zijn daardoor mogelijk minder ‘permanent’ dan gedacht.
De borg strekt zich niet automatisch uit tot schulden van rechtsopvolgers bij fusie, splitsing of overdracht, tenzij partijen dit expliciet bedingen. Dit voorkomt stilzwijgende verruiming, maar vereist alertheid bij het opstellen van de documenten waarin de zekerheid wordt vastgelegd.
Door de hervorming kan de geldigheid, omvang en duur van zekerheden anders worden beoordeeld:
Onvolledige of niet-conforme documenten kunnen de waarde van de targetvennootschap beïnvloeden of de afdwingbaarheid van garanties aantasten.
De hervorming van Boek 9, titel 1 BW brengt geen revolutie, maar wél een nieuwe precisie die in de M&A-praktijk het verschil kan maken tussen zekerheid en onzekerheid.
Een grondige controle van bestaande borgtochten en een slimme contractuele afstemming zijn essentieel om verrassingen te vermijden – zowel vóór als na closing.
Heeft u vragen over de toepassing van de nieuwe regels of wenst u ondersteuning bij due diligence of contractdrafting? Het M&A team van Andersen staat klaar om u hierbij te adviseren.
Hanne Arnols (Senior Counsel – Mediator).
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.