In een vorig artikel hebben we een belangrijk arrest van het Grondwettelijk Hof over de rechten van donorkinderen besproken. In dit artikel verwezen we al naar een baanbrekend vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge van 23 juni 2023. Met dit vonnis bekwam ons kantoor dat de vermoedelijke donor van een donorkind dat op zoek was naar haar biologische vader, een DNA-onderzoek moest laten uitvoeren onder verbeurte van een dwangsom. Naar dit vonnis wordt ook verwezen in een recent artikel van het Tijdschrift voor Familierecht onder de titel “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie maakt een einde aan de donoranonimiteit in dit land?” Ook het Afstammingscentrum publiceerde recent nog een officieel standpunt waarin zij, onder meer onder verwijzing naar het vonnis van 23 juni 2023, pleiten voor de opheffing van donoranonimiteit. Gelet op de hernieuwde aandacht voor de rechten van donorkinderen, lichten wij hieronder het vonnis van 23 juni 2023 voor u nader toe.

Een baanbrekend vonnis bekomen door ons kantoor
Een kind dat verwekt werd via anonieme spermadonatie en in-vitrofertilisatie komt er op een bepaalde leeftijd achter dat haar juridische vader eigenlijk niet haar biologische vader is. Zij wenst daarom duidelijkheid te krijgen over haar biologische afstamming aan vaderszijde, zonder dat zij de band met haar juridische vader wenst te doorbreken.
Het donorkind start vervolgens een jarenlange zoektocht: zij voert bijvoorbeeld genetisch onderzoek uit, onder meer door haar DNA in verschillende online DNA-databanken laten registreren (bv. My Heritage en Ancestry). Het onderzoek leidde tot een vermoedelijke match. Deze persoon werd gecontacteerd maar weigerde, uit schrik voor de impact op zijn eigen omgeving, elke medewerking om de afstammingsband met het donorkind te laten vaststellen.
Het donorkind moest daarom een juridische procedure opstarten.
De rechtbank gaf haar gelijk en de vermoedelijke donor moest een DNA-onderzoek laten uitvoeren onder verbeurte van een dwangsom. Dit is een primeur in België.
In de motivering van haar vonnis is de rechtbank niet over één nacht ijs gegaan. Er moest immers een belangenafweging gemaakt worden tussen het recht op afstammingsinformatie van het donorkind enerzijds, en het recht op privacy en lichamelijke integriteit van de donor anderzijds.
De rechtbank hield onder meer rekening met de volgende elementen die door ons kantoor naar voren werden gebracht:
In deze zaak erkent de rechtbank bijgevolg dat het recht op afstammingsinformatie van het donorkind voorrang heeft op het recht van de donor om zijn biologisch vaderschap verborgen te houden. Dit wijst erop dat de donoranonimiteit, die nog altijd wettelijk verankerd is in België is, onder druk komt te staan. Rekening houdende met de verdachte houding van de vermoedelijke donor tijdens de procedure, oordeelt de rechtbank bijgevolg dat deze verplicht een DNA-onderzoek moest ondergaan.
De rechtbank eindigt terecht haar vonnis met de filosofische overweging dat er in deze zaak geen winnaars of verliezers zijn. Het donorkind had in elk geval niet verwacht dat haar loutere bestaan bedreigend zou zijn voor haar vermoedelijke biologische vader, en had al helemaal niet verwacht dat haar zoektocht zou leiden tot een juridische procedure.
Een donor, ook al werd hem destijds anonimiteit beloofd, moet de realiteit onder ogen durven zien en willen begrijpen dat een donorkind recht heeft op de biologische waarheid. De rechtbank heeft dit (gelukkig) erkend.
Heeft u vragen over dit onderwerp, aarzel dan niet om onze specialisten te contacteren via info@be.Andersen.com of +32 (0)2 747 40 07.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.