
1.
Verordening (EU) nr. 524/2013 voerde het Europees Platform voor Online Geschillenbeslechting (het zogenaamde ‘ODR-platform’) in en verplichtte de Commissie tot de ontwikkeling en het onderhoud ervan. Dit platform bood op EU-niveau een centraal toegangspunt voor consumenten en handelaars die een buitengerechtelijke oplossing zochten voor geschillen voortvloeiend uit online verkoop- of dienstencontracten.
Het ODR-platform nam de vorm aan van een interactieve website waarop consumenten aan professionele handelaars konden voorstellen om een alternatieve geschillenbeslechtingsinstantie (“ADR”) in te schakelen die op het platform vermeld staat en voldoet aan Richtlijn 2013/11/EU.
Artikel 14 van Verordening (EU) nr. 524/2013 verplichtte online handelaars en online marktplaatsen om op hun website een gemakkelijk toegankelijke link naar het ODR-platform te voorzien.
2.
Deze verplichting werd in België bevestigd door de artikelen VI.45, 20° en XVI.4 van het Wetboek van Economisch Recht.
De richtlijnen inzake “informatieverplichtingen in het kader van e-commerce”, gepubliceerd op 22 april 2024 door de FOD Economie, gingen nog een stap verder. In sectie 1.1.2. “Consumentengeschillen” wordt onder meer verduidelijkt:
“De link naar het ODR-platform moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor consumenten (bijvoorbeeld zichtbaar op elke pagina van de website of opgenomen in een passende rubriek: bij voorkeur onder ‘Klantendienst’ indien beschikbaar, of anders onder ‘Contact’ of ‘Juridische vermeldingen’). Loutere opname in de algemene voorwaarden is niet voldoende. Voor het gemak kunt u op uw website ook de banner plaatsen die door de Europese Commissie ter beschikking wordt gesteld, waarin de hyperlink naar het platform is opgenomen.”
Met andere woorden, de FOD eiste dat deze informatie zowel op de website (in een passende sectie) als in de algemene voorwaarden werd opgenomen.
Na inspecties door de Algemene Directie Economische Inspectie werden professionele handelaars dan ook verplicht hun websites en algemene voorwaarden aan te passen, wat gepaard ging met technische en financiële inspanningen, op straffe van sancties.
3.
Ondertussen hebben de Europese technocraten beslist om de koers te wijzigen, aangezien slechts een minderheid van de bezoekers (tussen twee en drie miljoen per jaar) effectief een klacht indiende via het ODR-platform, waarvan amper 2 % tot een positieve reactie van handelaars leidde. In de praktijk ging het om ongeveer 200 zaken per jaar op het niveau van de hele Unie.
Het ODR-platform werd dan ook als inefficiënt en financieel onhoudbaar beschouwd, gelet op de zeer beperkte impact.
Na de inwerkingtreding van Verordening (EU) 2024/3228 is het ODR-platform stopgezet op 20 maart 2025. Ten laatste op 20 juli 2025 worden alle gegevens, inclusief persoonsgegevens, die verband houden met dossiers op het platform definitief verwijderd.
Professionele handelaars dienen dus opnieuw in te grijpen op hun websites en in hun algemene voorwaarden, om alle verwijzingen naar en links naar het opgeheven ODR-platform te verwijderen.
Wel moeten zij er zich van bewust zijn dat het ODR-platform binnenkort zal worden vervangen door een nieuw digitaal interactief hulpmiddel — geen gecentraliseerd klachtenportaal, maar een begeleidend systeem dat gebruikers zal doorverwijzen naar nationale ADR-instanties — zodra de herziene ADR-richtlijn van kracht wordt in de komende maanden.
Verdere informatie volgt bij de uitrol van dit nieuwe systeem.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.