Gaat u als ondernemer een commerciële samenwerking aan - zoals een franchise, distributie, agentuur of concessie - en geeft u de andere partij het recht om uw commerciële formule te gebruiken (denk aan een gemeenschappelijke handelsnaam, overdracht van knowhow of commerciële/technische bijstand)? Dan bent u wettelijk verplicht om uw (toekomstige) partner vooraf uitgebreid te informeren. Recent werd deze informatieplicht door de wetgever nog uitgebreid en aangescherpt. Deze verplichting is niet vrijblijvend: wie ze niet naleeft, riskeert zware sancties.

Voor u een overeenkomst tekent, moet u twee documenten bezorgen aan uw medecontractant:
1. Het ontwerp van de samenwerkingsovereenkomst
2. Het precontractueel informatiedocument (PID)
Het PID is hét centrale document. Het bevat 2 delen die minstens volgende gegevens moet bevatten:
Wordt een bestaande samenwerking verlengd of aangepast? Dan volstaat een vereenvoudigd PID, maar ook dat moet minstens één maand op voorhand worden bezorgd. In dit geval volstaat het dat de nieuwe of gewijzigde contractuele bepalingen worden opgenomen.
De wet is streng: als u het PID niet (tijdig) bezorgt of het onvolledig is, kan uw partner binnen twee jaar de geldigheid van de in het PID ontbrekende contractuele bepalingen aanvechten, desgevallend zelfs de nietigheid van de volledige overeenkomst inroepen. Dat betekent dat de overeenkomst geacht wordt nooit te hebben bestaan.
Gevolg: u moet alle ontvangen vergoedingen terugbetalen (zoals royalties of instapkosten) en mogelijk bijkomende schadevergoedingen betalen voor gemaakte kosten en investeringen. Denk aan kosten aan leveranciers en nutsbedrijven, de investeringen in de winkelruimte, de aanwervingskosten en betaalde salarissen van personeel, interesten van professionele leningen, ….
Deze regels zijn er om de zwakkere partij te beschermen, maar ze beschermen ook u als ondernemer tegen discussies achteraf. Een correct en volledig PID zorgt voor transparantie en voorkomt onaangename verrassingen.
Heeft u vragen of wenst u hulp bij het opstellen of nakijken van uw PID? Het commercial law team van Andersen in Belgium staat klaar om u hierin te begeleiden.
Ik zoek een expert in

28.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Sinds 1 juli 2026 geldt voor invoer van goederen met geringe waarde uit derde landen een nieuwe douaneregeling. Verordening (EU) 2026/382 van de Raad van 11 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de op een drempel gebaseerde vrijstelling van douanerechten, schaft de vrijstelling van invoerrechten voor zendingen met een intrinsieke waarde van minder dan € 150 af. Tegelijkertijd wordt, als overgangsmaatregel, in bepaalde gevallen een forfaitair douanerecht van € 3 per artikel ingevoerd. Deze hervorming vormt een van de eerste onderdelen van de ingrijpende hervorming van de Europese douane-unie die de Europese Commissie heeft opgestart om de douaneregels aan te passen aan de sterke groei van de wereldwijde e-commerce.

10.07.2026
•Fiscaal recht, Andersen in Belgium
De programmawet van 30 mei 2026 heeft - met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 - een voorwaarde toegevoegd aan de forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van de bruto-inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.

08.07.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Mag een verhuurder een kandidaat-huurder weigeren omdat diens inkomen minder bedraagt dan drie keer de huurprijs? Die vraag staat al jaren centraal in het debat over discriminatie bij verhuur. In een arrest van 30 maart 2026 heeft de Raad van State zich voor het eerst expliciet uitgesproken over deze zogenaamde "driemaalregel". Het arrest biedt belangrijke verduidelijking voor verhuurders, vastgoedinvesteerders en vastgoedmakelaars. De Raad van State beslist niet dat de driemaalregel in alle omstandigheden automatisch toegelaten is. Wel oordeelt de Raad dat het hanteren van een inkomensvereiste van drie keer de huurprijs en lasten niet op zichzelf disproportioneel is en dus niet zonder meer als verboden discriminatie op grond van vermogen kan worden beschouwd.

08.07.2026
•Handels- en Economisch Recht, Andersen in Belgium
Op 20 mei 2026 heeft de Belgische Raad van State in drie richtinggevende arresten (nrs. 266.735, 266.736 en 266.737) geoordeeld dat het Belgische verbod om de termen soldes, solden, sales en Schlussverkauf te gebruiken buiten de wettelijke winter- en zomersoldenperiodes onverenigbaar is met het recht van de Europese Unie en niet langer kan worden gehandhaafd.