Van alle OESO landen heeft België de hoogste belastingsdruk op arbeid. Om desalniettemin gekwalificeerd personeel vanuit het buitenland naar België aan te trekken bestaat in Belgïe reeds geruime tijd een fiscaal voordelig expatregime. Op die manier wordt getracht om voor expats de hoge Belgische fiscale en parafiscale druk te milderen. In 2022 werd een nieuw expatregime ingevoerd, maar dit is minder aantrekkelijk dan het oude regime. Het Paasakkoord voorziet in een aantal maatregelen om het huidige expatregime terug aantrekkelijker te maken.

Het oude expatregime was louter gebaseerd op een Circulaire van 8 augustus 1983. Op 1 januari 2022 werd een nieuw, wettelijk expatregime geïntroduceerd (zie hierover ons vorig artikel …). Ingevolge een overgangsregeling konden beide regimes nog gelijktijdig worden toegepast tot en met 31 december 2023. Sinds 1 januari 2024 is enkel nog het nieuwe expatregime van toepassing.
Hoewel het nieuwe expatregime meer rechtszekerheid biedt, is het op verschillende punten minder aantrekkelijk dan het oude regime. Dit is in het bijzonder het geval omwille van
Ingevolge het Paasakkoord worden deze 2 voorwaarden gewijzigd waardoor het huidige expatregime opnieuw aantrekkelijker wordt gemaakt. Onder voorbehoud van de definitieve goedkeuring ervan door het Parlement, zullen deze wijzigingen van toepassing zijn vanaf inkomstenjaar 2025.
In de huidige wet wordt een onderscheid gemaakt tussen twee verschillende belastingstelsels:
De BBIB-regeling is gericht op buitenlandse werknemers en bedrijfsleiders die naar België komen om te werken. Dit kan gaan om personen die rechtstreeks vanuit het buitenland worden aangeworven door een Belgische vennootschap, een Belgische vestiging van een buitenlandse onderneming of een vereniging zonder winstoogmerk (VZW of IVZW). Daarnaast kunnen werknemers en bedrijfsleiders ook onder dit regime vallen wanneer ze door een buitenlandse onderneming binnen een multinationale groep naar België worden gedetacheerd. In dat geval werken zij voor een of meerdere Belgische vennootschappen, Belgische vestigingen van een buitenlandse onderneming of VZW’s die tot dezelfde multinationale groep behoren.
De BBIO-regeling daarentegen is specifiek voor onderzoekers. Dit zijn werknemers die in het buitenland worden aangeworven om in België onderzoek te doen. Zij kunnen rechtstreeks in dienst komen van een Belgische vennootschap, een Belgische inrichting van een buitenlandse onderneming of een VZW. Net als bij het BBIB kunnen ook onderzoekers worden gedetacheerd door een buitenlandse onderneming binnen een multinationale groep naar een Belgische entiteit. Het verschil met het BBIB is dat dit regime uitsluitend geldt voor werknemers en niet voor bedrijfsleiders.
De cumulatieve voorwaarden om in aanmerking te komen voor beide beide stelsels zijn verschillend, maar de fiscale voordelen zijn dezelfde.
Om specifiek voor het BBIB in aanmerking te komen, is vereist dat de betrokken werknemer of bedrijfsleider in België per kalenderjaar een bruto belastbare bezoldiging van meer dan 75.000 EUR ontvangt voor de in België geleverde prestaties. Ingevolge het Paasakkoord zal deze minimale brutobezoldiging dalen tot 70.000 EUR. Dit bedrag kan om de drie jaar worden aangepast aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex.
De bezoldiging omvat de jaarlijkse brutobezoldiging voor de in België, geleverde prestaties, voor aftrek van sociale zekerheidsbijdragen, maar met uitsluiting van de opzeggingsvergoeding, de vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen en de bij toepassing van artikel 38 WIB92 vrijgestelde bezoldigingen. Bonussen en gratificaties waarvan de werknemer of bedrijfsleider op de ogenblik van de aanvraag tot toepassing van het BBIB nog niet zeker is, mogen niet in rekening worden genomen.
De minimale bezoldigingsdrempel heeft alleen betrekking op de in België geleverde prestaties.
Voor een ingekomen belastingplichtige met een salary split moet de drempelvoorwaarde beoordeeld worden door enkel rekening te houden met de bezoldiging voor de in België geleverde prestaties.
Voor de toepassing van het BBIO is geen minimale brutobezoldiging vereist, maar geldt enkel een diplomavereiste. Daarnaast geldt het BBIO enkel voor werknemers en niet voor bedrijfsleiders.
Het voordeel van zowel het BBIB als het BBIO bestaat erin dat werkgevers een forfaitaire onkostenvergoeding vrij van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen kunnen toekennen boven op de bezoldiging voor een maximum van 30% van de brutobezoldiging met een plafond van 90.000 EUR per jaar.
Deze onkostenvergoeding wordt dan als een terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever aangemerkt die betrekking kan hebben op (1) eenmalige kosten naar aanleiding van de verhuis, (2) de inrichtingskosten van de woning in België, (3) het schoolgeld in België voor de kinderen van de ingekomen belastingplichtige of van zijn partner en (4) alle andere terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortkomen uit de tewerkstelling in België.
Ingevolge het Paasakkoord zal de belastingvrije vergoeding worden opgetrokken van 30% naar 35% en – belangrijker – zal het maximumplafond van 90.000 EUR per jaar worden afgeschaft.
Ingevolge deze wijzigingen wordt het huidige expatregime opnieuw concurrentiëler met de gelijkaardige regimes in onze buurlanden.
Wat de RSZ betreft, wordt aanvaard dat de onkostenvergoedingen die onder het bijzonder statuut (BBIB en BBIO) vallen, zijn vrijgesteld van sociale bijdragen en niet in de DmfA-aangifte moeten worden opgenomen. Werknemers onder dit statuut moeten echter wel met een specifieke code worden vermeld in de DmfA. De werkgever moet binnen drie maanden na indiensttreding een aanvraag indienen bij de FOD Financiën. Voor werknemers die hun fiscale woonplaats buiten België behouden, is een attest vereist. De FOD Financiën heeft vervolgens drie maanden de tijd om hierover een beslissing te nemen. Bij een nieuwe werkgever moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.
Indien u vragen heeft over deze materie kan u steeds contact opnemen met ons via info@be.Andersen.com of +32 2 747 40 07.
I am looking for a specialist in

08.12.2025
•Ruimtelijke Ordening en Milieu
In vergunningsdossiers moet het spel eerlijk gespeeld worden: de aanvrager van een omgevingsvergunning mag geen nieuwe technische studies of andere belangrijke dossierstukken op tafel gooien wanneer de betrokkenen ze niet meer tijdig kunnen inkijken of becommentariëren. Toch is precies deze praktijk schering en inslag, tot grote frustratie van menige beroepers en hun raadslieden. In een arrest van 23 oktober 2025 maakt de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) daar nu een einde aan.

01.12.2025
Bij overnames spelen persoonlijke zekerheden die aandeelhouders of bestuurders verstrekken een belangrijke rol, zoals borgstellingen, comfort letters en patronaatsverklaringen.

26.11.2025
•Handels- en Economisch Recht
Graag brengen wij u op de hoogte van een belangrijke evolutie in het Belgische vermogensrecht. Op 11 juli 2025 werd de nieuwe titel 1 “Persoonlijke zekerheden” van boek 9 “Zekerheden” van het Burgerlijk Wetboek gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

20.11.2025
Andersen en GUBERNA kondigen met trots hun nieuwe research partnership aan, gericht op de versterking van ziekenhuisgovernance.