NL
EN
FR
Belgium
Retour aux articles

Zijn werknemers voortaan aansprakelijk voor schade die zij tijdens het werk veroorzaken?

9 janvier 2025

Het nieuwe boek VI van het Burgerlijk Wetboek heeft de regels rond buitencontractuele aansprakelijkheid grondig herzien. In dit artikel bespreken we welke invloed deze hervorming heeft op de aansprakelijkheid van werknemers tegenover de contractpartijen van hun werkgever, zoals klanten, leveranciers etc. De nieuwe regels zijn van kracht vanaf 1 januari 2025.

Zijn werknemers voortaan aansprakelijk voor schade die zij tijdens het werk veroorzaken?

De afschaffing van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent (deel 3)

1. Afschaffing van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent/hulppersoon

Voorheen werd aangenomen dat uitvoeringsagenten of hulppersonen, zoals werknemers, beschermd waren tegen aansprakelijkheid. Dit betekende dat een werknemer niet aansprakelijk kon worden gesteld door een derde partij (zoals een klant of andere zakenpartner van de werkgever) voor schade die hij tijdens zijn werk veroorzaakte.

Met de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek is deze bescherming echter opgeheven. Dit betekent dat werknemers nu rechtstreeks aansprakelijk kunnen worden gesteld door een derde partij, ook al hebben ze zelf geen contract met die partij.

Ook bestuurders van vennootschappen, vertegenwoordigers, onderaannemers en werknemers kunnen onder het nieuwe regime als hulppersonen worden aangemerkt, wat betekent dat ook zij nu direct door een benadeelde/schadelijdende partij aansprakelijk gesteld kunnen worden.

2. De impact van Boek VI op de arbeidsrelaties versus de Arbeidsovereenkomstenwet

2.1 De werknemer is rechtstreeks aansprakelijk

Volgens boek 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek kunnen klanten en andere contractpartijen van de werkgever nu rechtstreeks schadevergoeding eisen van de werknemer als zij van mening zijn dat de werknemer een fout heeft gemaakt bij de uitvoering van een contract dat zij met de werkgever hebben afgesloten.

Het bepaalt dat de regels inzake buitencontractuele aansprakelijkheid van toepassing zijn tussen de benadeelde partij en de hulppersoon van zijn medecontractant. 

Dit geldt echter alleen als het contract of de wet niets anders bepaalt. Men kan hiervan dus afwijken. 

De Arbeidsovereenkomstenwet beperkt de aansprakelijkheid van de werknemer zowel op contractueel als buitencontractueel vlak, maar staat niet in de weg dat een derde een werknemer aansprakelijk stelt.

Dit houdt in dat een klant of andere contractpartij van de werkgever de werknemer rechtstreeks aansprakelijk kan stellen voor schade die is veroorzaakt bij de uitvoering van het contract met de werkgever.


2.2 Het is mogelijk om werknemers contractueel te beschermen voor claims

Voortaan heeft de werkgever de mogelijkheid om in zijn contracten met klanten of andere contractspartijen een clausule op te nemen die rechtstreekse claims tegen zijn werknemers uitsluit.

Dat kan een manier zijn om werknemers te beschermen tegen aansprakelijkheidsvorderingen van derden. 

Zo kan een werknemer zich bij een buitencontractuele vordering van een derde verdedigen met verweermiddelen die voortvloeien uit het contract tussen zijn werkgever en de derde, zoals contractuele afwijkingen die tussen hen zijn overeengekomen.

Dit is daarenboven ook mogelijk vanuit zijn eigen arbeidsovereenkomst met de werkgever.

2.3 De Arbeidsovereenkomstenwet zorgt voor quasi still standing

Artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet biedt werknemers nog steeds een beperking van hun aansprakelijkheid, die zij ook tegenover een derde partij kunnen inroepen. Deze bepaling blijft van toepassing en biedt werknemers enige bescherming tegen volledige aansprakelijkheid, zelfs onder de nieuwe regels.

Indien een werknemer tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst schade veroorzaakt aan de werkgever of derden, is zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid beperkt door artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet. Hierdoor is een werknemer alleen aansprakelijk voor schade die veroorzaakt is door (i) bedrog (bijvoorbeeld diefstal), (ii) zware fout (fout die onvergeeflijk is ten aanzien van wie het begaat) of een (iii) lichte fout (bijvoorbeeld vergissing) die vaak voorkomt. 

Daarbij komt dat een werkgever aansprakelijk blijft voor schade die zijn werknemer veroorzaakt bij klanten of andere contractpartijen, zoals voorheen. Het nieuwe Burgerlijk Wetboek regelt de aansprakelijkheid van de aansteller (cf. de werkgever). Het herformuleert het principe van het oude Burgerlijk Wetboek en bepaalt dat de aansteller aansprakelijk is voor schade die door zijn werknemers aan derden wordt veroorzaakt tijdens de uitvoering van hun functie, als gevolg van een fout of ander aansprakelijkheidsfeit. De werkgever wordt beschouwd als de aansteller die toezicht heeft op het gedrag van de werknemer. Dit heeft als gevolg dat de afschaffing van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent voor de werknemer in de praktijk waarschijnlijk weinig gevolgen zal hebben.

3. Besluit

Hoewel de werknemer in de toekomst rechtstreeks aansprakelijk kan worden gesteld door de klant of elke andere contractpartij van de werkgever, kan hij nog steeds de aansprakelijkheidsbeperking van artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet inroepen. 

Daarenboven blijft de werkgever aansprakelijk voor alle fouten van de werknemer, inclusief lichte fouten, die schade veroorzaken bij derden.

Werkgevers kunnen ook in hun overeenkomsten met hun klanten, leveranciers en andere contractpartijen voorzien dat hun werknemers niet aansprakelijk zijn tijdens de uitvoering van hun overeenkomst.

Maar de kans dat een schadelijdende partij een werknemer rechtstreeks zal aanspreken voor een schadevergoeding is eerder klein, gelet op het feit dat de werkgever vaak meer vermogen heeft en een bredere aansprakelijkheid heeft. 

De afschaffing van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent zal dus voor de werknemer in de praktijk vermoedelijk (quasi) weinig gevolgen hebben.

Wenst u hierover meer informatie of bijstand, aarzel dan niet onze specialisten te contacteren via info@be.Andersen.com of +32 (0)2 747 40 07.

En savoir plus sur ce sujet ?

Je cherche un expert en matière de

Voir plus d’articles

Le registre des mesures pour les notaires et les agents immobiliers : vérifier avant de vendre

03.04.2026

Droit Immobilier, Location et Copropriété, Droit Administratif et Marchés Publics, Andersen in Belgium

Le registre des mesures pour les notaires et les agents immobiliers : vérifier avant de vendre

Depuis le 1er avril 2026, les notaires et les agents immobiliers sont tenus de consulter le nouveau registre des mesures pour chaque transaction immobilière. Ce qui passe encore souvent sous le radar aujourd’hui deviendra visible demain et devra également être activement communiqué aux acheteurs.

Lire l’article »
PEB Bruxelles : chaque bâtiment devra disposer d’un certificat de performance énergétique d’ici le 1er juillet 2033

02.04.2026

Urbanisme et Droit de l’Environnement, Andersen in Belgium

PEB Bruxelles : chaque bâtiment devra disposer d’un certificat de performance énergétique d’ici le 1er juillet 2033

Le cadre réglementaire bruxellois relatif à la performance énergétique des bâtiments (PEB) se renforce. À l’avenir, tout bâtiment situé en Région de Bruxelles-Capitale devra être couvert par un certificat PEB valide même en l’absence de vente ou de mise en location.

Lire l’article »
Réforme du régime de la marge bénéficiaire applicable aux objets d’art, de collection et d’antiquité
LEGAL NEWS

23.03.2026

Droit Fiscal, Andersen in Belgium, LEGAL NEWS

Réforme du régime de la marge bénéficiaire applicable aux objets d’art, de collection et d’antiquité

La loi du 19 décembre 2025, entrée en vigueur le 31 décembre 2025, a modifié le régime particulier d’imposition de la marge bénéficiaire applicable aux livraisons d’objets d’art, de collection et d’antiquité. Ces modifications, commentées par l’administration dans la circulaire TVA 2026/C/14, s’inscrivent dans le cadre de la transposition de la directive (UE) 2022/542.

Lire l’article »
Augmentation de la rémunération minimale des dirigeants d’entreprise : Quelle conséquence à l’impôt des sociétés ?
LEGAL NEWS

23.03.2026

Droit Fiscal, Andersen in Belgium, LEGAL NEWS

Augmentation de la rémunération minimale des dirigeants d’entreprise : Quelle conséquence à l’impôt des sociétés ?

Le projet de loi portant réforme de l’impôt des personnes physiques déposé à la Chambre le 17 décembre 2025 introduit une modification significative concernant le montant de la rémunération minimale des dirigeants d’entreprises et par conséquent, aux conditions d’application du taux réduit à l’impôt des sociétés.

Lire l’article »