Het Sociaal Strafwetboek onderging een belangrijke hervorming, en dit kan beschouwd worden als een belangrijk keerpunt in de strijd tegen illegale tewerkstelling en sociale fraude. Straffen worden opgevoerd en controlemaatregelen uitgebreid. Doel is de rechten van werknemers beter te beschermen en te zorgen voor een eerlijker arbeidsmarkt. We geven u met dit artikel een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in het Sociaal Strafwetboek.

De hervorming introduceert een definitie van “sociale dumping” in het Sociaal Strafwetboek.
Hoewel sociale dumping nog niet is geclassificeerd als een afzonderlijk strafbaar feit, wordt het nu gedefinieerd als “een brede waaier aan opzettelijke misbruikpraktijken en de omzeiling van bestaande Europese en/of nationale wetgeving, met inbegrip van wetten en algemeen toepasselijke collectieve overeenkomsten, die oneerlijke concurrentie mogelijk maken door de arbeids- en werkingskosten op illegale wijze te minimaliseren, en resulteren in de schending van de rechten en de uitbuiting van werknemers.“.
Met deze definitie wenst men de preventie te verstevigen met betrekking tot misbruik in verband met sociale dumping en de normen voor toezicht en controle te harmoniseren.
Wie schuldig wordt bevonden aan herhaalde sociale overtredingen, krijgt zwaardere straffen. De periode voor recidive wordt nu verlengd van 1 tot 3 jaar. Bij recidive kunnen alleen boetes worden verdubbeld in plaats van gevangenisstraffen.
De hervorming introduceert het concept van de “verzwarende factor” in het Sociaal Strafwetboek.
Wanneer een strafbaar feit wordt bestraft met een niveau 4 sanctie, wordt het feit dat het bewust en opzettelijk werd gepleegd een verzwarende factor waarmee de rechter rekening moet houden.
Een verzwarende factor is bijvoorbeeld geen arbeidsongevallenverzekering afsluiten, onjuiste of onvolledige aangiften van tijdelijke werkloosheid doen, geen jaarlijkse sociale balans opstellen, in overtreding zijn met betrekking tot de attestatie en goedkeuring van de sociale balans door bedrijfsrevisoren, registeraccountants of bedrijfsrevisoren, evenals nalaten bepaalde documenten over te maken aan instellingen zoals de RSZ of het openbaar en onrechtmatig gebruik maken van de namen “Fonds de sécurité d’existence” en “Secrétariat social” enz. Deze behoren tot de zwaarder bestrafte overtredingen.
Andere verzwarende factoren, zoals het gebruik van complexe structuren om illegale praktijken te verbergen, de betrokkenheid bij een criminele organisatie of wanneer de werknemers bijzonder ernstige schade ondervinden, leiden ook tot hogere straffen.
De hervorming breidt de definitie van “werkgever” uit tot niet alleen natuurlijke personen, maar ook rechtspersonen en hun wettelijke vertegenwoordigers die hun arbeids- en socialezekerheidsverplichtingen niet nakomen.
De nieuwe definitie omvat ook potentiële werkgevers en versterkt zo de strijd tegen discriminatie bij aanwerving.
Het Sociaal Strafwetboek bevat nieuwe overtredingen, die voorheen niet gesanctioneerd werden.
Zo riskeert men nu een sanctie van niveau 2 wanneer men de regels voor het toezicht op de arbeidstijd in geval van flexibele werktijden niet naleeft. Idem dito wanneer men nalaat een vakantiecertificaat aan de werknemer af te leveren.
De verplichtingen van uitzendbureaus zijn ook aangescherpt, met name wat betreft de betaling van het gegarandeerde minimumloon tijdens de pauzes bij contracten voor onbepaalde tijd, waarbij de sanctie is verhoogd tot niveau 3.
Het herziene Sociaal Strafwetboek verruimt de reikwijdte van de sancties voor het verbieden van activiteiten en het sluiten van een bedrijf. Deze sancties zijn niet langer beperkt tot de bedrijven waar de overtreding werd begaan, maar strekken zich uit tot alle bedrijven die door de overtreder worden geëxploiteerd, om te voorkomen dat nieuwe entiteiten worden opgericht om deze sancties te omzeilen.
Er is een nieuwe sanctie ingevoerd, namelijk de uitsluiting van overheidsopdrachten of concessieovereenkomsten. Deze maatregel, die van toepassing is op overtredingen van niveau 3 en 4, kan 3 tot 5 jaar duren.
De sanctieniveaus zijn gewijzigd: het bereik van boetes van niveau 3 (strafrechtelijk of administratief) is verdubbeld, terwijl het maximumbedrag van boetes van niveau 4 ook is verhoogd. De andere boetebedragen en de duur van de gevangenisstraf voor niveau 4 blijven ongewijzigd.
Overzicht van de boetebedragen
| Overzicht van de sancties |
| Administratieve geldboete (EUR) | Strafrechtelijke sanctie (EUR) | Gevangenisstraf | |
| Niveau 1 | 10 à 100 | / | / |
| Niveau 2 | 25 à 250 | 50 à 500 | / |
| Niveau 3 | 100 à 1000 In plaats van => 50 tot 500 | 200 à 2000 In plaats van => 100 tot 1000 | / |
| Niveau 4 | 300 à 3500 In plaats van => 300 tot 3000 | 600 à 7000 In plaats van => 600 tot 6000 | 6 maanden tot 3 jaar |
Alle genoemde bedragen moeten worden verhoogd met de extra decimalen.
Strafbare feiten in verband met de betaling van bezoldigingen en voordelen worden verhoogd van niveau 2 naar niveau 3, waardoor de straffen verviervoudigen en de boetes van niveau 3 worden verdubbeld.
Nieuwe sancties van niveau 2 gelden ingeval van overtredingen met betrekking tot ecocheques, werkkleding en werkgereedschap. Deze worden als minder ernstig beschouwd dan de niet-betaling van de bezoldiging.
Het niveau van de sancties voor inbreuken op de regels betreffende kennisgeving en informatie in geval van collectief ontslag, evenals inbreuken op de procedure voor informatie en raadpleging van de werknemers, is verhoogd van 2 en 1 tot 3.
Hierdoor worden de sancties met betrekking tot de paritaire organen beter geharmoniseerd.
De hervorming van het Sociaal Strafwetboek verhoogt de straffen voor werknemers die bewust zwartwerken. Deze overtreding, die voorheen strafbaar was op niveau 1, is nu verhoogd naar niveau 3, waaruit een grotere vastberadenheid blijkt om dit fenomeen te bestrijden.
Deze verlaging van het sanctieniveau is gericht op relatief zeldzame overtredingen, zoals informatieverplichtingen in verband met medische onderzoeken, publiciteitsformaliteiten in verband met feestdagen, het niet doorsturen van de sociale balans, enz. Deze verplichtingen, die voorheen strafbaar waren op niveau 2, zijn nu gedegradeerd naar niveau 1.
Daarnaast zijn bepaalde overtredingen meer ingrijpend gewijzigd, waarbij de strafniveaus zijn afgeschaft, zoals de melding aan de arbeidsinspectie in geval van werk op een zon- of feestdag, of overschrijding van de normale arbeidstijd om werkzaamheden uit te voeren die vereist zijn door onvoorziene omstandigheden, enz.
Het nieuwe Sociaal Strafwetboek versterkt de onafhankelijkheid van de sociale inspecteurs.
Een van de opmerkelijke veranderingen is dat de sociale inspecteurs nu de tussenkomst van de politie kunnen vragen om toegang te krijgen tot arbeidsplaatsen of om huisbezoeken af te leggen. Bovendien verbreedt de hervorming de reikwijdte van hun bevoegdheden, aangezien zelfstandigen nu ook onderworpen zijn aan verzoeken van de inspecteurs, terwijl voorheen alleen de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber verplicht waren om op dergelijke verzoeken te reageren.
De hervorming van het Sociaal Strafwetboek voert specifieke bepalingen in over de organisatie van ketens van onderaannemers in de bouw, de vleesindustrie en de verhuissector en voert hoofdelijke aansprakelijkheid in voor verschuldigde lonen, waardoor werknemers ook worden betaald als hun directe werkgever zijn verplichtingen niet nakomt.
De termijn voor het annuleren van een administratieve geldboete is nu verlengd van 3 tot 5 jaar. Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete kan geen rekening worden gehouden met een besluit tot oplegging van een geldboete of tot vaststelling van schuld als dat besluit 5 jaar of meer voor de gebeurtenissen in kwestie werd genomen.
Deze periode van 5 jaar begint te lopen wanneer de beslissing uitvoerbaar wordt of wanneer de definitieve uitspraak over het beroep van de overtreder wordt gedaan.
Werkgevers en werknemers doen er goed aan bijzondere aandacht te besteden aan de nieuwe bepalingen van het Sociaal Strafwetboek, vooral met betrekking tot de nieuwe overtredingen en de verhoogde sancties.
Als u vragen hebt of advies wilt over hoe u aan deze nieuwe regels kunt voldoen, aarzel dan niet om contact op te nemen met het team Arbeidsrecht van Andersen, op +32 (0)2 747 40 07 of via info@be.Andersen.com.
I am looking for a specialist in

19.01.2026
In de eerste plaats kondigen wij met genoegen aan dat het West-Vlaamse team van Philippe & Partners zich heeft aangesloten bij Andersen in Belgium. Het team is gevestigd in Roeselare en wordt geleid door Partner Dirk Clarysse, samen met Charlotte Romaen, Senior Counsel.

14.01.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom
Het Hof van Cassatie heeft op 18 december 2025 een belangrijk arrest gewezen in een tuchtzaak tegen een vastgoedmakelaar, met grote gevolgen voor de hele vastgoedsector.

13.01.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom
In een belangrijk arrest van 19 december 2025 (C.25.0192.F) heeft het Hof van Cassatie het fundamentele belang benadrukt van de controleplicht van de architect bij de keuze van de aannemer, in het bijzonder wat diens toegang tot het beroep betreft.

13.01.2026
•Handels- en Economisch Recht
Met Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek krijgt de autonome garantie – ook wel bankgarantie of garantie op eerste verzoek - voor het eerst een duidelijke wettelijke basis in België. Tot vandaag werd deze figuur vooral gedragen door rechtspraak, praktijkgewoonten en internationale soft law. Voor dit laatste wordt vaak verwezen naar de zgn. URGD 758 (Uniform Rules for Demand Guarantees), een reeks praktische regels opgesteld door de Internationale Kamer van Koophandel (ICC). Deze regels zijn op zich niet bindend, maar worden in de (inter)nationale handel wel vaak gebruikt omdat ze voor uniforme en herkenbare afspraken en dus rechtszekerheid zorgen.