Onder de Pachtwet beschikten de partijen over een grote vrijheid, wat meestal voor moeilijkheden zorgde voor de berekening van de uittredingsvergoeding. We gaan in dit artikel na hoe dit geregeld wordt in het Pachtdecreet.

Het Vlaamse Pachtdecreet toegelicht (Deel 7)
Omwille van die grote vrijheid onder de Pachtwet, maakten de partijen voor de berekening van de uittredingsvergoeding, vaak gebruik van de barema’s opgesteld door de provinciale landbouwkamers, of er werd overeengekomen dat de uittredingsvergoeding tweemaal de pachtprijs bedroeg. Niet alleen zorgde dit voor onduidelijkheid en grote regionale verschillen, maar het leidde ook tot discussies tussen de partijen.
Om deze reden is in het Pachtdecreet geopteerd voor een forfaitaire vergoeding.
In de schriftelijke pachtovereenkomst kan een forfaitaire vergoeding opgenomen worden, die niet lager mag zijn dan driemaal de maximaal toegelaten pachtprijs. De pachter wiens pacht eindigt ontvangt dan van de verpachter een vergoeding voor het stro, de mest en de navette die hij bij vertrek achterlaat, de bebouwing die al werd gerealiseerd, alsook voor de verbetering qua zuiverheid van de gronden.
Voorziet de pachtovereenkomst niet in een forfaitaire vergoeding, dan geldt de regeling die reeds in de Pachtwet bestond. De vergoeding is dan gelijk aan de actuele waarde bij het einde van de pacht van het stro, de mest, de navette en de bij voorraad gerealiseerde bebouwing en de verbetering van de grond, rekening houdend met de bestemming van het verpachte goed. De vergoeding mag het bedrag van de kosten die de pachter heeft gemaakt, evenwel niet overschrijden.
Indien de pachter bij aanvang van de pacht stro, mest, navette of andere verstrekkingen of voordelen kosteloos heeft ontvangen, en hij dit kan aantonen, dan wordt op het einde van de pacht een rekening gemaakt over de waarde van het verschil tussen de hoeveelheden op het moment dat de pachter het verpachte goed verlaat.
Wanneer de verpachter een verlies leidt door een gebrek aan zuiverheid of onderhoud van het gepachte goed, of elke andere tekortkoming van de pachter, dan is deze laatste hem een bedrag verschuldigd dat bij vergelijking afgetrokken wordt van de vergoeding waarop de pachter recht heeft.
Voor de gevallen waarin de verpachter op ieder moment de pachtovereenkomst kan beëindigen met een korte opzeggingstermijn van drie maanden, heeft de pachter, bij het verlaten van het gepachte goed, naast de uittredingsvergoeding, recht op een bijkomende vergoeding ten belope van de schade die hij lijdt. Het gaat om de situaties waarin de pachtovereenkomst om één van de volgende redenen werd beëindigd:
De bijkomende vergoeding wordt berekend op basis van het bedrijfsverlies dat de pachter lijdt aan dieren en materieel rekening houdend met (i) de oppervlakte van de gronden die onttrokken worden aan het landbouwbedrijf, (ii) de genotsderving gedurende de jaren voor het verstrijken van de lopende pachtperiode, maar zeker niet minder dan twee of meer dan vier jaar, en (iii) het verlies ingevolge waardevermindering van de overblijvende gebouwen en gronden.
Zijn pachter en verpachter geen forfaitair bedrag overeengekomen, of komen pachter en verpachter niet tot een akkoord over de omvang van de vergoeding, dan bepaalt de rechter de omvang van de vergoeding. Hiertoe houdt de rechter rekening met de vergoeding waarop de pachter, van wie de pacht afloopt, recht heeft en met de voordelen die door de verpachter aan de pachter werden toegestaan met betrekking tot de gebouwen die hij heeft opgetrokken en de werken die hij heeft uitgevoerd.
In afwachting van de rechterlijke beslissing, en vóór de pachter het goed verlaat, moet hij van de verpachter een provisionele vergoeding ontvangen die gelijk is aan het bedrag van het aantal jaren pacht vóór het verstrijken van de pachtovereenkomst, die niet minder dan vier en niet meer dan acht jaar mag zijn.
De pachter kan slechts na de opzegging van de pachtovereenkomst afstand doen van de vergoeding waarop hij recht heeft. Dit is enkel mogelijk bij authentieke akte of door een verklaring door de pachter voor de rechter.
U kan hieromtrent steeds terecht bij onze specialisten: +32 (0)2 747 40 07 of info@be.Andersen.com.
Ik zoek een expert in

01.10.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Op 21 september 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juli 2026 tot goedkeuring van het nieuwe reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), beter bekend als de deontologische code. De nieuwe code treedt in werking op 1 oktober 2026, de dag waarop het reglement van 2018 wordt opgeheven.

29.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Een ontwikkelaar die meebetaalt aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan daarmee zijn vergunning op losse schroeven zetten. Dat blijkt uit een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 17 september 2026. De uitspraak treft een praktijk die in heel Vlaanderen wijdverspreid is.

17.09.2026
•Ruimtelijke Ordening en Milieu, Andersen in Belgium
Niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor bescherming van de menselijke gezondheid kunnen weldra, net als milieubeschermingsorganisaties, als ‘betrokken publiek’ optreden bij omgevingsvergunningen. Daarmee wordt de kring van organisaties die zich tegen een vergunningsbeslissing kunnen verzetten, uitgebreid. Dat geeft een nieuwe dimensie aan toekomstige vergunningsprocedures.

08.09.2026
•Vastgoed, Huur en Mede-eigendom, Andersen in Belgium
Verhuurt u een woning met ernstige kwaliteitsgebreken? Dan riskeert u strafrechtelijke vervolging. Vanaf vandaag worden de straffen voor krotverhuur aanzienlijk verhoogd. Een geldboete kan oplopen tot 800.000 euro bij verzwarende omstandigheden. Tegelijk krijgt de rechter meer ruimte om de straf af te stemmen op de ernst van de feiten.